Alles start bij de geologie...
Geologie en relief van de Voerstreek
Enkele van de meest aantrekkelijke eigenschappen van de Voerstreek zijn de unieke dier- en plantensoorten die er leven en de prachtige landschappen die zich achter elke bocht van elk wandelpad ontvouwen. Die vinden hun oorsprong in lange geologische processen die eraan vooraf zijn gegaan, en die de Voerstreek hebben laten ontwikkelen tot wat het nu is. Hieronder een klein overzichtje.
Krijt: 155-66 miljoen jaar geleden...
Tropische zee en dino's...
Vroeg in het Krijt zat de Voerstreek boven water, zoals nu. Maar de zee begon stilaan op te rukken, waardoor de Voerstreek omvormde tot een soort kustgebied. De ondergrond hiervan was kleihoudend, fijn zand waar water moeilijk door kan. Een tijd later, ongeveer 100 miljoen jaar geleden, was de Voerstreek geen kustgebied meer, maar een echte tropische zee.
De meest bekende bewoner van toen was ongetwijfeld de indrukwekkende Mosasaurus, die leefde van 75 miljoen tot 65 miljoen jaar geleden. Strikt genomen is het eigenlijk geen dinosaurus, maar een 18 meter lange zwemmende hagedis die als gigantische toppredator zowat elk ander zeedier in die tijd de baas kon. ‘Dé’ Mosasaurus bestaat trouwens niet, net zoals bijvoorbeeld ‘dé kat’ ook niet bestaat. Er waren verschillende soorten Mosasaurussen, net zoals er nu ook verschillende soorten katten bestaan.
Maar in diezelfde zee leefden ook enorme hoeveelheden kleine eencellige diertjes, die in ons verhaal eigenlijk een belangrijkere rol speelden. Wanneer die diertjes stierven, dwarrelden hun kalkskeletjes naar de zeebodem. In de loop van miljoenen jaren stapelde de hoeveelheid kalk zich op tot een pakket van 100-200m dikte, met de bekende vuurstenen, of silex, tussen de kalk.
Dankzij dit kalkpakket zijn sommige delen van de Voerstreek, zeker de dalen, nu nog altijd erg kalkrijk. Hierdoor komen er heel wat kalkminnende plant- en diersoorten voor. Meest bekend is misschien wel de wijngaardslak. Om zo een groot slakkenhuis te kunnen laten ontstaan is er heel wat kalk nodig, en die kalk is in de Voerse bodem dus zeker te vinden.
Wijngaardslak, talrijk door de kalkrijke bodem
De oorpsronkelijke bodem van de tropische zee, het kleinhoudend zand waar we hierboven over spraken, bevindt zich nog altijd onder het kalkpakket. Wanneer water nu doorheen de bodem en het kalkpakket sijpelt en uiteindelijk terechtkomt op deze laag waar het niet meer verder kan, zoekt het water een andere weg naar buiten. In de hellingen van de Voerstreek zijn daarom bronnen ontstaan van het water dat hier zijn weg naar buiten gevonden heeft. Omdat de bovenliggende lagen erg kalkrijk zijn en het regenwater doorheen die kalk is getrokken, is het water van de bronnetjes daarom natuurlijk ook erg kalkrijk.
Het Paleogeen: 66 miljoen - 2,5 miljoen jaar geleden...
vuursteen-eluvium
Nog eens miljoenen jaren later was de zee weggetrokken en bleef de kalklaag achter. Door latere warmere periodes en de regen begonnen de bovenste meters kalk op te lossen. Dit komt omdat regen altijd een beetje zuur is, en hierdoor de kalk dus wordt opgelost. De vuurstenen bleven over, en wat overbleef van de opgeloste kalk was een soort lemige massa. Dit mengsel, die lemige massa en de vuurstenen, wordt vuursteeneluvium genoemd en vormt een laag van 10-15m dikte. Dit vuursteeneluvium vind je vooral op de hogere gedeeltes van de vuurstreek. Omdat dit het overblijfsel is waaruit de kalk is verdwenen, is deze ondergrond niet meer kalkrijk, maar net het omgekeerde: zurig. Op de hoger gelegen bosgebieden is de Voerstreek dus eerder zuur ipv kalkrijk.
Het Kwartair: 2,5 miljoen jaar geleden tot nu...
De Maas en het ontstaan van het typische reliëf
Het reliëf in de Voerstreek is een van de redenen waarom de regio zo adembenemend mooi is. Tijdens lange wandelingen heb je vanop de hellingen prachtige vergezichten over de diepe en minder diepe dalen.
De Maas is voor een groot stuk verantwoordelijk voor die pracht. Momenteel stroomt de Maas niet meer door de Voerstreek. Hij stroomt nog wel vlakbij, van zuid naar noord doorheen Visé, ten westen van de Voerstreek. Drie miljoen jaar geleden stroomde de Maas wél nog doorheen de Voerstreek. Hij stroomde richting het oosten tot hij uitmondde in de Rijn. Door allerhande geologische processen veranderde de loop van de Maas echter tot de loop die we nu kennen. De Ardennen begonnen naar het noordwesten te kantelen en het noordoostelijk deel van de Voerstreek kwam omhoog. Hierdoor werd de Maas als het ware tegengehouden en moest de rivier meer westelijk gaan stromen. Door die langzame verandering, veranderde ook het landschap. In koude periodes werden de riviervlaktes verbreed door de strenge stromingen en werd grind afgezet. Die grindafzettingen zijn nu soms nog te vinden in ’s Gravenvoeren (vb grindgroeve aan de Koetsweg). In warmere periodes ontstonden er dan weer terrassen.
In het opgedroogde dal waar voorheen de Maas stroomde, vormden zich kleinere riviertjes en beekjes, die op hun beurt ook weer zorgden voor afzettingen, afkomstig van meer zuidoostelijke gebieden. Dit is dan het vuursteenrijke grind (vb Vitschen, ’s Gravenvoeren).
Ook de rivieren de Voer en de Veurs gingen hun loop wat aanpassen door diezelfde kanteling. Ze gingen ook meer in de bodem snijden, wat zorgde voor een nog meer heuvelachtige omgeving.
Das en buizerd zoeken naar voedsel in het typische heuvelachtige landschap
Wanneer je in de Voerstreek begint te graven, kom je vaak al snel een geelbruine ondergrond tegen, en dat is de laag die bovenop de vuursteeneluvium ligt. Die ondergrond wordt leem genoemd en werd afgezet door de wind in de twee laatste ijstijden. De oudste van die twee ijstijden was het Saailien (350.000 jaar geleden), en de jongste ijstijd is het Weichselien (10.000-20.000 jaar geleden). Ergens is het logisch dat wind toen een belangrijke rol speelde. Door de koude van de ijstijden waren grote delen van Europa maar heel erg weinig begroeid, of zelfs helemaal niet. De wind kon dus zijn gang gaan en nam heel wat deeltjes mee, en die deeltjes konden grote afstanden afleggen. Een deel van dit löss (door de wind meegevoerd leem) is afkomstig van wat nu de Noordzee is (ten tijde van de ijstijden was dit een open vlakte), en van de noordelijke Rijn die geregeld kwam droog te liggen.
Leem vloeit erg makkelijk weg door regenwater. Daarom speelde leem ook een belangrijke rol in de vorming van de typische holle wegen, waar dassen zo vaak hun burchten in graven. Waar boeren generaties lang met paard en kar de helling opliepen van de lagergelegen boerderijen naar de hoger gelegen weides op de plateaus, groeide geen vegetatie en werd de grond telkens opnieuw wat omgewoeld door het hoefgetrappel en de karrensporden. Bij elke regenbui spoelt er dan wat leem weg, en stilaan vormen zich op die manier de holle wegen.
Probleem met het weergeven van Facebook berichten. Back-up cache in gebruik.
Klik om de fout te tonen