Gevarieerde bloemen, bomen en struiken in een gevarieerd landschap...

De unieke flora van de Voerstreek

Door het gevarieerde landschap komen in de Voerstreek heel wat unieke plantensoorten voor. Op de kalkrijke bodems kunnen plantensoorten voorkomen die op de zuurdere hoger gelegen heuveltoppen niet kunnen voorkomen, en andersom. De bossen op de hellingen waren in het verleden moeilijk te bewerken, en konden hun gang blijven gaan. Deze kalkrijke hellingbossen zijn erg waardevol, maar ook waar de hellingen begraasd werden, ontstonden belangrijke kalkgraslanden. 

 

Die graslanden werden door intensieve landbouw graasweides, waardoor de oorspronkelijke kalkrijke ondergrond wat verloren gingen hiermee ook de unieke plantenrijkdom. Die graasweides zijn dan wel mooi groen, maar hebben eigenlijk weinig ecologische waarde. Natuurpunt zet daarom hard in om sommige graasweides terug om te vormen tot de oorspronkelijke graslanden. En dit begint zijn vruchten af te werpen. Het aantal orchideeënsoorten, en het aantal plekken waar ze voorkomen, nemen bijvoorbeeld toe.  

Hieronder vind je een aantal plantensoorten. Deze lijst wordt geregeld geüpdatet. 

 

Fruitbomen

De vele voordelen van fruitbomen

Bloemen, bomen en struiken

Een overzichtje van een aantal planten uit de Voerstreek

Fruitbomen

Dassen eten ongeveer alles wat ze kunnen vinden. Maar wanneer het fruit valt, dan veranderen ze in echte fruiteters. Zeker onder fruitbomen die in de buurt van een burcht staan, vind je ’s morgens amper nog gevallen appels, peren of kersen. De dassen smullen er graag van. Niet alleen dassen trouwens. De uitwerpselen van bijvoorbeeld steenmarters of vossen zitten vol met kersenpitten in de periode dat de kersen vallen, en zelf hebben we al jonge vossen samen met jonge dassen zien zoeken naar vers gevallen peren. Maar ook insecten, zoals bijvoorbeeld talloze dag- en nachtvlinders, profiteren van het zoete fruit. Op die insecten komen dan weer insecteneters af. Dit kunnen roofinsecten zijn, maar ook vogels. En ’s nachts, wanneer die vogels slapen, komen de vleermuizen tevoorschijn.

Naast het fruit zijn ook de bloesems interessant voor onze biodiversiteit. Bloeiende fruitbomen trekken enorm veel insecten aan, denken we maar aan bestuivers als bijen, die het over het algemeen erg slecht doen. Zeker als er dan nog eens verschillende soorten (appel, peer, kers,…) of zelfs verschillende rassen in elkaars buurt staan, die elk een iets andere bloeitijd hebben, kunnen insecten over een veel langere tijd profiteren van de nectar.

De bomen zelf bevatten vaak veel holtes, die als broedplek ideaal zijn. In de Voerstreek broeden heel wat koppeltjes steenuilen in de gevormde holtes, maar ook spreeuwen, koolmezen of spechten vinden hier vaak een veilige broedplaats. Net zoals vleermuizen trouwens.

Dit alles geeft aan hoe belangrijk hoogstamfruitbomen zijn, want bovenstaande voordelen vind je vele minder in de huidige laagstamboomgaarden. Sinds de jaren ’50 zijn de meeste hoogstamboomgaarden jammer genoeg verloren gegaan. Laagstamboomgaarden leveren een grotere opbrengst, waardoor het meeste van ons fruit nu afkomstig is van deze boomgaarden, die veel minder interessant is voor onze biodiversiteit. Gelukkig worden er extra inspanningen geleverd (oa door Natuurpunt, Regionaal Landschap Haspengouw & Voeren,…) om die waardevolle fruitbomen te behouden.

Kerspruim (Prunus cerasifera)

xxxx

Eetappel (Malus domestica)

xxxx

Wilde appel (Malus sylvestris)

xxxx

Zoete kers (Prunus avium)

De zoete kers is de fruitboom die in de Voerstreek als eerste in het voorjaar zijn bloesems laat zien, gemiddeld een week of twee voor de peren en appels. De boom kan tot 15 meter hoog worden, en 10 meter breed. De kersenboom heeft ook een typische piramide-vorm. De kersen zijn lekker, al zijn heel wat vogels ook verzot op de zoete vruchten. Zeker zwermen spreeuwen kunnen op korte tijd heel wat kersen naar binnen spelen…

Bloemen, bomen en struiken

Viooltje (Viola sp.)

Deze mooie voorjaarsbloeier vindt je in Voeren vooral op schaduwrijke plaatsen die een beetje vochtig zijn, zoals een bosbodem. Viooltjes hebben een speciale geur door de stof ‘Ionone’. Diezelfde stof blijkt waarschijnlijk ook te helpen tegen ontstekingen, infectieziekten, en helpt misschien zelfs tegen kanker. Hier wordt nog uitgebreid onderzoek naar gedaan. 

Zachte ooievaarsbek (Geranium molle)

Op de foto is het misschien moeilijk te zien, maar de plant kan je vrij makkelijk herkennen omdat hij overal, zowel op de stengel, de bladeren en de bloemsteel, zacht behaard is. De bloemetjes zijn eigenlijk maar heel klein, maar vallen door de kleur natuurlijk fel op. 

Wilde marjolein (Origanum vulgare)

Wilde marjolein is bij veel mensen bekend onder de naam Oregano, het bekende kruid uit de Mediterraanse keuken. Dankzij de kalkrijke ondergrond in de Voerstreek kan je de mooie paarse bloemetjes op open, door de zon beschenen plekken, vaak terugvinden.

Dagkoekoeksbloem (Silene dioica)

Dankzij ondergrondse wortelstokken die zich kunnen splitsen, zie je vaak kleine groepjes dagkoekoeksbloemen bij mekaar staan. Het ene groepje heeft allemaal planten met mannelijke bloemen met de slanke kelken (hierin zitten enkel de meeldraden), terwijl het andere groepje dan weer allemaal vrouwelijke bloemen hebben met wat dikkere kelken (die bevatten de stamper en het vruchtbeginsel).

Akkerdistel (Cirsium arvense)

Als je tijdens een wandeling akkerdistels tegenkomt, en die kans is groot, let dan zeker op of er geen puttertjes in de buurt zijn. Deze felgekleurde vogeltjes zoeken met hun fijne snavel graag naar de zaadjes op de distel. Insecten zoeken dan weer naar de makkelijk bereikbare nectar in de bloemetjes. Landbouwers hebben de plant dan weer liever niet. De wortelstokken kunnen fel vertakt zijn, waardoor distels snel in aantal kunnen toenemen. Niet zo interessant, omdat koeien hier niet van eten.

Rode klaver (Trifolium pratense)

De paarse bloemetjes vormen lange buisjes. Hieruit kunnen enkel insecten met een lange tong nectar halen. Je ziet dan ook vaak hommels en dagvlinders op de rode klaver zitten.

Op de wortels zitten kleine knolletjes met bacterieën (Rhizobiumb-bacteriën) die stikstof uit de lucht halen, en binnenbrengen in de grond. Dit is natuurlijk goed voor de landbouw. Rode klaver wordt  daarom soms geplant als groenbemester.

Purperorchis (Orchis purpurea)

De Voerstreek is een van de enige plekken in ons land waar de purperorchis voorkomt. Soms vind je er enkele honderden bij mekaar. De bloemetjes van deze orchidee hebben de vorm van een popje.

Duifkruid (Scabiosa columbaria)

Duifkruif is familie van de kamperfoeli. Omdat de plant heel diepe wortels heeft om op zoek te gaan naar water, kunnen ze droge periodes goed doorstaan. In Voeren vind je duifkruid op de kalkrijke stukken. Waar je duifkruid ziet, zie je meestal ook vlinders, zoals koolwitje, atalanta, bruin zandoogje,… De zaden worden dan weer graag gegeten door putters. 

Gewone hennepnetel (Galeopsis tetrahit)

xxxx

Pinksterbloem (Cardamine pratensis)

Vanaf half april vind je de mooie paarse pinksterbloemen terug in de weides van de Voerstreek. Tegen de Pinkster-feestdag is de bloem eigenlijk al uitgebloeid. Bij felle regen buigt de bloem naar beneden om zo het stuifmeel in de bloem droog te houden. De bloem is eetbaar voor menen, en de plant vormt de waardplant voor het oranjetipje. 

Grote centaurie (Centaurea scabiosa)

Dit is een typische soort van de waardevolle kalkgraslanden in de Voerstreek. De mooie bloem is erg geliefd bij vlinders en insecten. Ook putters zie je vaak op de bloemen. Niet voor de nectar, wel voor de grote zaden.

Slangenkruid (Echium vulgare)

xxxx

Wilde cichorei (Cichorium intybus)

xxxx

Paardenbloem (Taraxum sp.)

Paardenbloemen kunnen hele weides in de Voerstreek (en eigenlijk overal) prachtig geel kleuren, maar zijn het bekendst als ze hun pluizenbolletjes hebben die makkelijk weggeblazen worden. Door kinderen, maar vooral door de wind die de zaden op die manier ver kan verspreiden. Paardenboem is heel erg belangrijk voor insecten zoals vlinders, honingbijen, solitaire bijen, zweefvliegen, lieveheersbeestjes,…

Sleutelbloem (Primula sp.)

xxxx

Brem (Cytisus scoparius)

Wanneer een zwaar insect, zoals bijvoorbeeld een hommel, wordt een soort van springveer geactiveerd die stuifmeel op de rug van het insect schiet. Dit stuifmeel komt dan weer via het insect bij een andere bloem terecht. Eenmaal de springveer is geactiveerd, blijft de bloem open en kunnen ook lichtere insecten in de bloem. In de zomer hoor je de peulen vaak openspringen. De zaden komen zo op de grond terecht. Elk zaad bevat een klein sappig zoet aanhangsel dat mieren aantrekt. Die verspreiden op hun beurt zo de zaden. Met brem werden vroeger (en nu soms ook nog) bezems gemaakt.

Gulden sleutelbloem (Primula veris)

xxxx

Scherpe boterbloem (Ranunculus acris)

xxxx

Gewoon speenkruid  (Ranunculus ficaria)

Bij mooi weer opent de mooie gele bloem van het speenkruid zich, maar bij minder goed weer blijft de bloem dicht. Omdat de plant vochtig moet staan, zal je hem niet in open velden vinden, maar in de Voerse bossen bedekt de plant de bodem van de Voerstreek in het voorjaar als een prachtig groen/geel tapijt. De bladeren zijn hartvormig en bevatten veel vitamine C.

Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris)

xxxx

Gewone ereprijs (Veronica chamaedrys)

xxxx

Gevlekte aronskelk (Arum maculatum)

De naam verwijst naar de gevlekte bladeren. De bessen zijn opvallend rood. De bloem is bijna niet zichtbaar, maar is omwonden door een groot blad. Die verspreidt een geur van rottend vlees dat insecten aantrekt. Als ze op het blad landen, glijden ze door de gladde structuur naar beneden, tot in de bloem. De volgende dag is het blad minder glad, en kunnen de insecten terug ontsnappen, maar volledig bedekt met stuifmeel!

Lelietje van Dalen (Convallaria majalis)

xxxx

Madeliefje (Bellis perennis)

Madeliefjes kent iedereen wel, je komt ze in de lente en zomer (en vaak ook daarbuiten) overal tegen, vooral tussen het gras. Bij regen richten de bloempjes zich naar beneden, zodat het stuifmeel beschermd wordt tegen het water. Madeliefjes zijn eetbaar, al moet je ze natuurlijk wel wassen vooraleer je ze opeet. 

Grote muur (Rabelera holostea)

De bloemetjes van de grote muur lijken 10 kroonblaadjes te hebben, maar het zijn er eigenlijk 5 die telkens ingesneden zijn. Grote muur vind je vooral in bossen of aan de bosrand. Tijdens de bloeitijd staan de bloemen mooi rechtop, maar eenmaal bestoven buigt het steeltje en wijzen ze dus naar beneden.

Gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis)

Het bekende sneeuwklokje is een echte winterbloeier die soms zelfs al in december kan bloeien. Omdat ze vroeg op het jaar broeden wordt het sneeuwklokje aanzien als de aanloop van de lente. Van oorsprong komt dit plantje eigenlijk uit Zuid- en Midden-Europa. Ze vermeerderen zich bij ons vooral via een deling van de ondergrondse wortelknol.

Bosanemoon (Anemonoides nemorosa)

In maart vormen bosanemonen prachtige witte bloementapijten in de Voerse bossen. Omdat er dan nog geen bladeren aan de bomen hangen, profiteren ze nog van het vele licht op de bosbodem. De zaadjes hebben een zoet smakend ‘mierenbroodje’, een verdikking op het zaad dat aantrekkelijk is voor mieren. Zij nemen daarom de zaden mee in het nest. Als het mierenbrood eraf is gebeten, wordt het echte zaad terug naar buiten gebracht. Zo kan de bosanemoon zich verspreiden.

Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna)

Kilometers meidoornhaag zijn er te vinden in de Voerstreek. De hagen vormen een ideale corridor voor dieren die ’s nachts op zoek gaan naar voedsel. De takken zijn doornig, waardoor grote grazers de meidoornhagen meestal met rust laten. Heel wat vogels kunnen daarom tot broeden komen in het dichte struikgewas, zoals grauwe klauwieren, grasmussen,…

Sleedoorn (Prunus spinosa)

In het Toeristisch bureau in ’s Gravenvoeren kan je erg lekkere sleedoornjenever kopen, gemaakt van de bessen van de sleedoorn. Maar ook voor vogels vormen de sleedoornhagen een ideale schuil-  en broedplaats. De bloemen bloeien al in maart, en vormen zo een bron van nectar voor vroege insecten. 

Gewone berenklauw (Heracleum sphondylium)

Geeft aan dat de ondergrond erg stikstofrijk is. Je vindt ze daarom erg veel op graasweides. De bladeren zijn behaard, en als je de bladeren aanraakt, in combinatie met UV-licht van de zon, kan er jeuk en irritatie ontstaan. Die is wel niet zo extreem als exotisch, maar meer en meer ingeburgerd broertje, de reuzenberenklauw.

Braam (Rubus fruticosus)

De ook voor mensen lekkere braambessen worden graag gegeten door heel wat vogelsoorten. Maar ook zoogdieren als dassen en vossen zijn er zot van. Met wat geluk kan je tijdens een avondwandeling in augustus een braamstruik wat op en neer zien bewegen door foeragerende dassen die tusen de dichte takken de bramen zoeken. Heel wat vogels broeden in braamstruiken. Tussen de doorns zijn ze veilig voor roofdieren.

Witte klaver (Trifolium repens)

xxxx

Bosrank (Clematis vitalba)

xxxx

Beuk (Fagus sylvatica)

De beukeboom is ongetwijfeld een van de meest indrukwekkende boomsoorten, en vind je in de Voerse bossen vaak terug. Beukennootjes zijn een goede voedselbron voor vogels en zoogdieren als eekhoorns. De gladde schors is ook typisch. Onder de bomen groeit meestal niet veel, omdat het dichte bladerdek alle zonlicht tegenhoudt. Als je er op let, kan je vaak spechtennesten (soms ook in gebruik genomen door spreeuwen) terugvinden in de beuk.

Wintereik (Quercus petraea)

xxx

Maretak (Viscum album)

In de winter, wanneer er geen bladeren aan de bomen hangen, kan je overal in de Voerstreek de bollen maretak zien. Door de grote hoeveelheid kalk in de bodem, zijn ze veelvoorkomend. Maretak is een halfparasiet: energie halen ze via hun altijd groene bladeren uit het zonlicht, maar mineralen en water halen ze uit de gastheer, de boom waarin ze leven. De ronde witte bessen zijn giftig voor mensen, maar vogels, vooral lijsterachtigen, eten hier graag van. De zaden in de bessen worden niet opgegeten. Door een enorm kleverig omhulsel (maretak wordt soms ‘vogellijm’ genoemd), blijven de zaden kleven aan een tak. Van hieruit kan zich dan een nieuwe maretak ontwikkelen.  

Hulst (Ilex aquifolium)

De Voerstreek is een van de weinige plekken waar je nog de oorspronkelijke wilde hulst vindt. De hulst blijft het hele jaar groen. Op plekken waar veel planteneters als reeën leven, ontwikkelt de hulst meer stekelige bladeren dan in een omgeving zonder planteneters. Die bladeren bieden een goede bescherming voor in de hulst broedende vogels. De rode bessen zijn voor mensen giftig, maar worden graag gegeten door merels, iljsters,…

Klimop (Hedera helix)

Iedereen kent klimop wel. De typische bladeren voelen wat leerachtig aan. Klimop kan tot 10m hoog klimmen, maar kan tegelijkertijd als een tapijt over de grond ‘kruipen’. In de herfst vormen de bloemetjes een belangrijke bron van nectar voor insecten. Zij vinden dan immers niet zo heel veel ander voedsel mee. In de winter zijn de bessen dan weer interessant voor merels, houtduiven, spreeuwen,… De dichte begroeiing van klimop biedt ook nestmogelijkheden voor vogels.

Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus)

De gevleugelde zaden die per twee tegenover mekaar zitten, en als een ‘helikoptertje’ naar beneden dwarrelen, kent iedereen wel. Esdoorns kunnen tot wel 500 jaar oud worden, en tot 30m hoog. De stam zelf is grijzig, en schilfert in kleine plaatjes af.

Hondsroos (Rosa canina)

Het bekendst aan deze struik is ongetwijfeld de ‘rozebottel’. Die hangt de hele winter aan de struik en wordt in het voorjaar door vogels opgegeten. De zaden komen dan via de uitwerpselen terug in de natuur terecht, en de cirkel is rond…

Dit bericht is alleen zichtbaar voor beheerders.
Probleem met het weergeven van Facebook berichten. Back-up cache in gebruik.
Klik om de fout te tonen
Fout: Error validating access token: The session has been invalidated because the user changed their password or Facebook has changed the session for security reasons. Type: OAuthException