Veelvoorkomend, maar toch uniek

Reeën (Capreolus capreolus)

Reeën kan je in West-Europa tegenwoordig overal tegenkomen: zowel in de diepste bossen als op het open platteland, en ongeveer alle biotopen hiertussen. Iedereen die af en toe ’s ochtends of ’s avonds een wandeling maakt, zal wel daarom weleens een ree zijn tegengekomen. 

Omdat ze zo alomtegenwoordig zijn, vergeten we soms dat reeën eigenlijk heel speciale dieren zijn, met een voor hertachtigen unieke manier van voortplanten: een uitgestelde zwangerschap.

Reeën behoren tot de groep van de Artiodactyla, de evenhoevigen. De naam zegt het al een beetje, deze grote Orde wordt gekenmerkt door het even aantal tenen die ze hebben. Als je de poot zou vergelijken met een menselijke hand, ontbreekt de duim. De twee middelste tenen (middelvinger en ringvinger bij mensen) hebben hoefjes waarop ze lopen, de twee buitenste (wijsvinger en pink) zijn meestal niet meer dan enkele stompjes aan de achterzijde van de voet, de bijhoeven. 

In België en Nederland komen naast reeën enkel nog edelherten voor. In Vlaanderen gaat het enkel over een kleine populatie in het noordoosten van Limburg. Muntjaks zijn op sommige plekken ook te vinden, maar dit is een (invasieve) uitheemse soort die hier van nature niet voorkomt.

Ree in wintervacht

Ruiend ree

Ree in zomervacht

In de zomer hebben reeën een korte, dunne bruinrode zomervacht. Rond september/oktober wordt die vacht geleidelijk aan vervangen door een veel dikkere en dichtere grijze wintervacht. Die grijzige kleur maakt hen wat minder opvallend in de winter. De structuur van de wintervacht is ook anders. Elk jaar is dikker, en hol van binnen. De lucht die in het holle haar blijft zitten, zorgt voor een goede isolatie. 

In april ruien de dieren dan weer tot hun zomervacht. 

Gedrag

Reeën komen in heel wat biotopen voor, maar hun favoriet biotoop zijn loofbossen met veel ondergroei. Die ondergroei biedt hun enerzijds voedsel (zie verder), maar ook beschutting om overdag te rusten en te herkauwen. Maar daarnaast zijn reeën ook te vinden in naaldbossen, landbouwgebieden, duin- of heidegebieden, rietvelden,… Kortom, ze komen overal voor. Zelfs in heel open landbouwgebieden zie je soms groepjes reeën. Zeker als je richting Oost-Duitsland rijdt zie je ongeveer vanaf halverwege Duitsland erg vaak grote groepen reeën overdag in open veld. Dit zijn zogenaamde veldreeën, reeën die continu in open gebied leven en overdag vaak actief zijn. In plaats van beschutting te zoeken in het struikgewas, houden zij zich veilig door open en bloot in groep te staan, en zo vanop afstand de omgeving in de gaten te houden. Veel ogen geven een grotere kans op het ontdekken van naderende roofdieren in open gebied.

Veel activiteit in het voorjaar…

In het voorjaar is er veel activiteit onder de reeën. De moeder bereidt zich dan stilaan voor op het werpen van haar jongen. Maar de eenjarige jongen die vorig jaar werden geboren, lopen dan eigenlijk wat in de weg. Meer dieren in de buurt van de nieuwe jongen betekent immers een grotere kans op ontdekking door roofdieren. De moeder verstoot daarom tijdelijk haar oudere jongen, zodat zij op haar gemak voor de nieuwe jongen kan zorgen.

Die verstoten reeën gaan dan op zoek naar een nieuw leefgebied, en eind april is dan ook een piekperiode in de verkeersslachtoffers of reeën die zich vastlopen in tuinen.

Aan het einde van de winter sluiten die verstoten reeën zich vaak terug aan bij hun moeder en de dit jaar geboren jongen. Ze vormen dan kleine groepjes, de zogenaamde ‘sprongen’. Na die tweede winter vertrekken reeën dan definitief om zich in een eigen territorium te vestigen.

Het gewei

Net zoals bij de andere hertachtigen draagt alleen het mannetje, de reebok, een gewei. Er is maar één hertachtige waarbij ook het vrouwtje een gewei draagt, en dat zijn rendieren. Een gewei valt elk jaar af, en moet dus elk jaar ook terug opnieuw aangroeien. Bij reeën valt het gewei in het najaar af. Het nieuwe gewei begint dan onmiddellijk terug te groeien. Dit groeien gebeurt vanuit de rozenstokken, benige uitgroeisels van de schedel. Die rozenstokken ontwikkelen zich al als een reebok nog maar drie maanden oud is. Rond het groeiende gewei zit een basthuid waarin veel bloedvaten lopen die voedingsstoffen aanvoeren om het gewei te doen groeien. In april of mei is het gewei dan helemaal volgroeid en heeft het geen voedingsstoffen meer nodig. De bloedtoevoer naar de basthuid wordt afgesloten, en het ree gaat zijn basthuid afschuren (‘vegen’) tegen struiken of jonge boompjes. Als die huid dan weg is zien we het typische reegewei. Van nature is het gewei erg bleek van kleur, maar door dit vegen kleuren de sappen van de vegetatie het gewei donker.  

Het groeien en vallen van het gewei gebeurt volledig onder invloed van hormonen. Het groeihormoon somatropine, dat in de hersenen wordt aangemaakt, zorgt ervoor dat het gewei begint te groeien. Naarmate de bronstijd wordt er meer testosteron geproduceerd, en dat gaat er dan weer voor zorgen dat de groei van het gewei stopt. Na de bronstijd daalt het testosteron, maar stijgt de somatropine terug en start het hele proces terug opnieuw. 

Hieronder een foto van een reebok met een gewei dat net gestart is met groeien in december (eerste foto), het al goed gegroeide gewei in maart, maar wel nog omgeven door de basthuid (tweede foto) en het volledig ontwikkelde kale gewei in september (rechtse foto). 

Beginnend gewei in december  

Bijna volgroeid met basthuid in maart

Voltooid gewei, bijna klaar om af te vallen in september

Tijdens de bronst, in juli/augustus, willen de bokken hun territorium afbakenen. Dit doen ze onder andere ook weer door hun gewei te ‘vegen’. Ze schuren hun gewei dan tegen kleine, buigzame boompjes. Tussen de stangen van het gewei zit een geurklier, en om die manier markeren ze de grenzen van hun territorium. Die sporen kan je tijdens een wandeling vaak zien. Je moet letten op afgeschuurde schors op ongeveer 70 cm hoogte van jonge boompjes.  

Vijanden

In Europa zijn wolven, beren en lynxen de belangrijkste predatoren van volwassen reeën. Reeën hebben bij ons in België en Nederland lange tijd geen natuurlijke vijanden gehad, maar nu de wolf (en in het zuiden van België ook de lynx) terug in opmars is, zijn die tijden veranderd. Reeën vormen zelfs de belangrijkste prooi van de wolf.

Jammer genoeg zijn natuurlijke prooien niet het enige gevaar voor reeën. Van mei tot half september mag er op reebokken gejaagd worden, van januari tot en met maart op de reegeiten en de jongen van het jaar voordien. Zo worden in Vlaanderen jaarlijks tussen de 6.000 en 8.000 reeën geschoten. In Nederland gaat het om ongeveer 16.000 dieren. 

Het verkeer vormt natuurlijk ook een groot gevaar. In het Natuurhulpcentrum worden bijvoorbeeld jaarlijks een 350 reeën opgevangen (cijfer 2024), waarvan ongeveer de helft slachtoffer werd van het verkeer. De andere helft zijn dieren die in tuinen of bedrijventerreinen verzeild raakten en er op eigen kracht niet meer uitraken. Deze worden met lange netten gevangen. 

Voortplanting

Reeën zijn geen grazers zoals bijvoorbeeld edelherten, maar zijn veel kieskeuriger. Hun voorkeur gaat uit naar jonge blaadjes, verse kruiden,… Die voorkeur heeft verregaande gevolgen voor hun voortplanting, want voor deze fijnproevers is het meeste voedsel te vinden in het begin van de zomer. Deze periode is voor het vrouwtje dus de ideale periode om haar jongen te werpen, want dan heeft ze veel energie nodig voor het produceren van melk en verzorgen van haar jongen. Tegelijkertijd is het in die periode voor het mannetje de beste periode om bronstig te zijn. Voor het wegjagen van andere mannetjes en het achternalopen van vrouwtjes is immers ook veel energie nodig…

Maar de draagtijd duurt geen jaar, dus in theorie kunnen de dieren dan niet paren, want dan zouden de jongen pas op het einde van de zomer geboren werden, net voor de koudeperiode. Maar de evolutie heeft hier zijn werk goed gedaan. De bronstijd is eind juli-begin augustus, maar na de paring zullen de jongen zich nog niet in het moederlichaam gaan ontwikkelen. De bevruchte eicellen blijven als het ware zweven in de baarmoeder van het vrouwtje. Pas eind december-begin januari beginnen de jongen in de moeder te groeien, zodat ze rond mei geboren worden, dé ideale periode! Deze uitgestelde zwangerschap is niet uniek in het dierenrijk, maar wel uniek bij hertachtigen. Enkel bij het ree komt dit voor, dankzij zijn uitgesproken fijnproevers-dieet! Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kunnen hierdoor in de perfecte periode het gedrag vertonen wat voor hen het meest energie vraagt.

Nestvlieders 

De periode mei/juni is voor een reemoeder de ideale periode om haar jongen te werpen. Er zijn overal frisse jonge kruiden en blaadjes te vinden die haar genoeg energie geven om de kalfjes, ook wel reekitsen genoemd, te voorzien van voldoende voedzame melk. Meestal worden er twee jongen geboren. Ze hebben dan al een warme vacht en open oogjes en worden open en bloot geboren, meestal in wat hoger gras.

Omdat reeën dus niet in een veilig hol worden geboren, zitten ze met een probleem. Hoe meer tijd de moederree bij haar jong doorbrengt, hoe groter de kans zou zijn dat roofdieren, zoals bijvoorbeeld vossen, de jongen zullen ontdekken. Daarom laat de moeder haar jongen zoveel mogelijk alleen. Slechts enkele keren per dag komt ze hen extra veel melk geven. Voor de jongen is het alleen zijn geen probleem. Hun vacht houdt hen warm, en de stipjes op hun rug imiteren de door het bladerdek dringende zonnestralen. Dit biedt de perfecte camouflage. Voor reeën is dit de beste manier om een zo groot mogelijke kans te hebben gezond en wel op te groeien. Er is trouwens nog een tweede reden waarom reemoeders hun jongen vaak alleen laten. Reeën moeten erg vaak kleine beetjes eten (zie dieet), en dit betekent dus dat ze vaak op pad zijn om naar voedsel te zoeken. 

Reekalf gevonden?

Omdat reekitsen meestal alleen zijn, is het perfect normaal dat je tijdens een wandeling een jong ree alleen ziet liggen. Ongetwijfeld is de moeder wel ergens in de buurt. Raak het jong dan ook zeker niet aan. Reeën hebben erg veel schrik van vreemde geuren, en wanneer reekalfjes te veel ‘besmet’ zijn met die vreemde geuren, kan het zelfs zijn dat de moeder hen in de steek laat! Hou daarom ook zeker de hond aan de leiband, want het zijn honden die elk jaar voor de meeste slachtoffers zorgen. Ook bij maaiwerkzaamheden is het belangrijk om hier rekening mee te houden. Jonge reeën vertrouwen zo hard op hun camouflage, dat ze zelfs blijven liggen voor een aanstormende maaimachine. Met alle gevolgen vandien… Een jong ree is enkel in de problemen wanneer het vol hangt met vliegen, stinkt, of graatmager en helemaal verzwakt is. Dan is er wel hulp nodig, maar neem eerst contact op met een opvangcentrum voor zieke en gewonde wilde dieren.

Dieet

Reeën zijn echte fijnproevers. Terwijl je edelherten erg vaak in open weides kan zien grazen, doen reeën dit veel minder. Zij zijn veel kieskeuriger en zoeken vooral naar de meest voedzame delen van een plant. Aan bosranden is vaak een grotere variatie aan voedsel te vinden, dus daar kom je ze het vaakst tegen.

Reeën gaan vooral op zoek naar kruidachtige gewassen, maar wat ze precies eten verschilt naargelang het seizoen en de beschikbaarheid.  In het voorjaar eten ze vooral kruiden of knoppen en scheuten. In de winter vinden ze minder kwalitatief goed voedsel, en moeten ze het meer stellen met eikels, twijgen of de bast van bomen of struiken. De bladeren van klimop worden dan ook graag gegeten, die vallen in de winter immers niet af.  

Reeën hebben een hoog metabolisme. Dit wil zeggen dat ze snel voedingsstoffen verbranden, en dus erg vaak kleine beetjes moeten eten. Dat is trouwens ook een van de redenen dat een reemoeder haar jong vaak alleen achterlaat.

Dassenfilm

Al enkele jaren filmen we het boeiende leven van een familie dassen en hun omgeving. Ontdek er alles over!