Grote knaagdieren op grote hoogte

Alpenmarmotten (Marmota marmota)

Geregeld trekken we naar de Oostenrijkse Alpen en toen we enkele jaren geleden een trektocht van drie dagen doorheen de bergen deden, vonden we een fantastisch mooie plek waar alpenmarmotten leven. Veel zagen we er toen niet, maar overal kwamen we wel hun holen tegen. We namen ons toen voor om het jaar nadien terug te keren, om een filmpje te maken over deze schattige beestjes. 

Alpenmarmotten zijn na bevers de grootste knaagdieren van Europa. Het makkelijkst zijn ze te vinden in de Alpen, maar na enkele herintroducties kan je ze ook op sommige plaatsen in de Pyreneeën spotten. 

Eekhoorns

Terwijl de meeste mensen eekhoorns kennen als behendige, supersnelle boomklimmers, zijn er ook heel wat eekhoornsoorten die nooit een poot in een boom zullen zetten. Marmotten (geslacht Marmota) zijn zulke dieren. Verspreid over Azië, Amerika en Europa leven een 15-tal soorten, voornamelijk in bergachtige gebieden. De soort die we in de Alpen en de Pyreneeën tegenkomen is de Alpenmarmot. 

De burcht en het territorium

De vaste woonplaats van een familie alpenmarmotten is de burcht. De hoofdburcht bestaat uit verschillende kamers die via gangen met elkaar verbonden zijn, en er zijn meerdere in- en uitgangen. Als je in een marmot-territorium rondwandelt, zal je die ingangen zeker tegenkomen. Ze kunnen goed verscholen zijn tussen rotsblokken, maar evengoed open en bloot in een alpenweide. Al van veraf kan je de hopen uitgegraven aarde opmerken. 

In de burcht slapen ze ’s nachts, houden ze hun winterslaap, worden de jongen geboren,…

De alpenmarmot heeft heel wat roofdieren als vijand, en om snel aan hen te kunnen ontsnappen, graven ze ook bijburchten. Dit zijn dan simpele burchten met meestal maar 1 ingang. Bij gevaar kunnen ze hier snel in wegduiken.

Het territorium waarin de burcht zich bevindt wordt door het volwassen mannetje en vrouwtje actief verdedigd tegen andere marmotten. Om conflicten te vermijden en om vreemde marmotten te waarschuwen markeren ze de omgeving van de burcht met geurvlaggen. Zo weten de buren of passerende vreemde marmotten dat dit territorium bezet is. Tegelijkertijd houden ze elkaar wel op de hoogte wanneer er gevaar opduikt. In het marmottenterritorium hoor je hun hard piepend geschreeuw geregeld. Als er gevaar opduikt, zoals een vos of steenarend, slaken ze hun alarmkreet dat tot tientallen kilometers in de omtrek echoot. Weerklinkt dit geluid, dan duiken alle marmotten snel in hun burcht.

 

Profiteren

Sommige dieren profiteren van de burchten uitgegraven door alpenmarmotten. De tapuit (Oenanthe oenanthebroedt bijvoorbeeld in de burcht. Ditzelfde gedrag konden we  bijvoorbeeld ook al waarnemen op de Oost-Europese steppes waar Izabeltapuiten gebruikmaken van de holen die siezels (de kleinere variant van de marmot) graven. Hiernaast een GoPro-beeld van tapuit en alpenmarmot.

Gedrag

Alpenmarmotten leven in familiegroepen. Zo een groep bestaat uit het dominante volwassen mannetje en vrouwtje, en hun jongen van verschillende leeftijden en geslachten. Gemiddeld bestaat een groep uit ongeveer 20 marmotten. Grappig is dat het mannetje ‘beer’ wordt genoemd, het vrouwtje is een zeug en de jongen zijn biggetjes. Het territorium van een familie wordt met geurklieren aan de wang en anaalklieren afgebakend. Op die manier weten naburige familiegroepen dat dit territorium bezet is. Elke familie heeft dus zijn eigen leefgebied, en verschillende familiegroepen samen wordt een kolonie genoemd.

Territorium verdedigen

De natuur kan hard zijn in de Alpen. Daarom is het belangrijk dat elke groep marmotten hun territorium goed verdedigt tegen indringers, en dit doen ze dan ook erg intensief. Met zulke lange en scherpe tanden vermijd je best gevechten, en daarom bakenen alpenmarmotten hun territorium af met geurstoffen die ze via hun geurklieren in hun wangen verspreiden aan de grenzen van hun leefgebied. Komt een vreemde marter te dichtbij, dan gaan ze met hun staart slaan of klapperen met hun tanden. Is dat niet intimiterend genoeg en wil de indringer van geen wijken weten, dan breken er soms gevechten uit.

Voortplanting

Onmiddellijk na ontwaken uit hun winterslaap rond april, vindt de paring plaats. Het is enkel het dominante vrouwtje dat de jongen krijgt. Maar stel dat ze te zwak uit de winterslaap is gekomen, dan kan het zijn dat ze een jaartje overslaat, en geen jongen krijgt.

Een maand later worden tot 7 jongen geboren die ongeveer een maand gezoogd worden. Zolang marmotten nog melk krijgen, blijven ze goed verscholen in de burcht. Maar zodra de moeder geen melk meer geeft, zijn de marmotten op zichzelf aangewezen. Ze hebben wel hun eigen burcht, en met die burcht als uitvalsbasis leren ze stilaan de wereld kennen rondom de burcht. Ook bij andere dieren, zoals dassen, vossen of wolven, is die periode een goede periode om dieren in beeld te brengen: de jongen zijn niet meer zo jong dat ze continu door de moeder bewaakt worden en dus op hun eigen de wereld gaan verkennen, maar tegelijkertijd hebben ze hun jeugdige naïviteit nog, die enkele maanden later ingeruild zal worden door hun grote schuwheid. Daarna gaan ze in de buurt van de burcht meer en meer zelf op zoek naar voedsel. De jongen zijn heel speels en vlooien elkaar geregeld. Rond juli zijn ze het leukst om te zien, en in die periode heb ik ook onderstaand filmpje gemaakt over de marmotten. De jongen verkennen dan voor het eerst de omgeving rondom de burcht. 

Slapen als marmotten

Alpenmarmotten zijn misschien nog wel het meest bekend om hun diepe, lange winterslaap. De ondergrond van het hooggebergte ligt vanaf de herfst vaak verborgen onder een dik pak sneeuw. Voedsel is er voor marmotten dan amper te vinden. Daarom gaan ze al vanaf begin oktober tot ongeveer begin april in winterslaap.

Tegen het einde van de zomer verzamelen de marmotten nestmateriaal waarmee ze een grote kamer van de burcht bekleden. Zo een kamer wordt ‘hibernaculum‘ genoemd, en heel de familie kruipt hierin samen. Als laatste wordt de ingang van de burcht zelf ook dichtgemaakt met aarde en uitwerpselen. Dan kan de lange winterslaap beginnen.

Tijdens de winterslaap zijn er lange periodes van diepe slaap (hypothermie), die worden afgewisseld met kortere periodes van herstellen (euthermie). Tijdens die periodes warmen ze even terug op, en dit voorkomt dat ze tijdens de winter zouden doodvriezen.

De lichaamstemperatuur kan gedurende de diepe slaap zakken tot amper 5°C, en stijgt terug tot ongeveer 40° in de herstellingsperiode. Hetzelfde voor de ademhaling: 180-200 hartslagen per minuut tijdens een actieve periode, en tot amper 5 hartslagen per minuut in de diepste slaap. Ze ademen dan ook maar 1-3 keer per minuut.

Langzaamaan verteren ze tijdens hun slaap hun in de zomer opgebouwde vetreserve. Is er niet voldoende vet opgebouwd, wat soms bij jonge dieren het geval is, dan overleven ze de harde winter niet.

Dassenfilm

Al enkele jaren filmen we het boeiende leven van een familie dassen en hun omgeving. Ontdek er alles over!