Alpenmarmotten (Marmota marmota)

Alpenmarmotten zijn na bevers de grootste knaagdieren van Europa. Het makkelijkst zijn ze te vinden in de Alpen, maar na enkele herintroducties kan je ze ook op sommige plaatsen in de Pyreneeën spotten.

Beer en zeug…

Alpenmarmotten leven in familiegroepen. Zo een groep bestaat uit het dominante volwassen mannetje en vrouwtje, en hun jongen van verschillende leeftijden en geslachten. Gemiddeld bestaat een groep uit ongeveer 20 marmotten. Grappig is dat het mannetje ‘beer’ wordt genoemd, het vrouwtje is een zeug en de jongen zijn biggetjes. Het territorium van een familie wordt met geurklieren aan de wang en anaalklieren afgebakend. Op die manier weten naburige familiegroepen dat dit territorium bezet is. Elke familie heeft dus zijn eigen leefgebied, en verschillende famiegroepen samen worden een kolonie genoemd.

 

Leefgebied…

Om marmotten te zien moet je stevig klimmen. Ze komen enkel boven de boomgrens voor. Op open, rotsachtige terreinen (zie foto) graven ze diepe holen die ze gebruiken om te slapen, te schuilen of om hun jongen in groot te brengen. Net zoals bij dassen is er een hoofdburcht met meerdere in- of uitgangen. Via gangen zijn de ondergrondse kamers met elkaar verbonden. De hoofdburcht kan je beschouwen als de echte woonplaats van de familie. Daarnaast zijn er ook verschillende bijburchten verspreid over het territorium. Die hebben meestal maar een enkele ingang en dienen om snel in te schuilen wanneer er een roofdier opduikt.

Een burcht biedt ook aan thuis aan heel wat andere dieren, zoals de tapuit. Dit kan je op het filmpje hiernaast zien.

 

 

Slapen als marmotten

Alpenmarmotten zijn misschien nog wel het meest bekend om hun diepe, lange winterslaap. De ondergrond van het hooggebergte ligt vanaf de herfst vaak verborgen onder een dik pak sneeuw. Voedsel is er voor marmotten dan amper te vinden. Daarom gaan ze al vanaf begin oktober tot begin april in winterslaap.

 

Tijdens de winterslaap zijn er lange periodes van diepe slaap (hypothermie), die worden afgewisseld met kortere periodes van herstellen (euthermie). De lichaamstemperatuur kan gedurende de diepe slaap zakken tot amper 5°C, en stijgt terug tot ongeveer 40° in de herstellingsperiode. Hetzelfde voor de ademhaling: 180-200 hartslagen per minuut tijdens een actieve periode, en 28 tot 38 slagen per minuut tijdens de diepe slaap. 

De winterslaap is een familiegebeuren: alle leden kruipen samen in een zogenaamd ‘hibernaculum‘. Dit is een grotere kamer van de burcht die met hooi bezet wordt.