Nuttig, maar soms ook vervelend
Steenmarters (Martes foina)
Weinig dieren zijn zo controversieel als de steenmarter. Enerzijds zijn het nuttige ratten- en muizenvangers, maar anderzijds bezorgen ze heel wat mensen ook kopzorgen door de schade die ze toebrengen aan auto’s, of de geur- en geluidsoverlast op zolders. Maar gelukkig geldt ook hier, de meest efficiënte manier om steenmarterproblemen te voorkomen, is tegelijk ook de meest diervriendelijke.
De steenmarter behoort tot onze grootste roofdierfamilie, de marterachtigen of de Mustelidae. Andere marterachtigen die bij ons voorkomen zijn, van klein naar groot, de wezel, hermelijn, bunzing, boommarter (even groot als de steenmarter), de otter en de das. De steenmarter is zonder twijfel de meest voorkomende, en de meest bekende. Dit laatste heeft vooral te maken met zijn voorkeur voor auto’s en zolders. Op deze pagina krijg je wat informatie over de soort op zich, de conflicten die ze soms veroorzaken, maar zeker ook de oplossingen.
Je kan de steenmarter qua grootte een beetje vergelijken met een kat op korte poten. Het meest lijkt de steenmarter op de veel zeldzamere boommarter (Martes martes). Er zijn een aantal verschillen, zoals de vorm van de keelvlek. Op het filmpje kan je zien dat de keelvlek bij de steenmarter doorloopt tot op de voorpoten, terwijl dit niet zo is bij de boommarter. Goed te zien in een filmpje, maar wanneer je in het halfdonker een marterachtige over een bospad ziet spurten, is dit natuurlijk een stuk moeilijker te zien.
Van zeldzaam tot zeer algemeen
Ook al zijn steenmarters vrij moeilijk te zien, ze zijn immers nachtactief, toch kunnen we er van uitgaan dat steenmarters overal in België voorkomen. En dit kan je vrij letterlijk nemen, van drukke steden tot op het platteland. Zelf heb ik ze bijvoorbeeld al diverse keren zien lopen in het stadscentrum van Hasselt, en krijgen we in het Natuurhulpcentrum vragen over steenmarters van in Knokke tot de Voerstreek, en overal ertussen. Maar dit is niet altijd zo geweest.
Tot de jaren ’80 waren steenmarters een zeldzame verschijning in Vlaanderen, en kwamen ze voornamelijk voor in het zuiden van de provincies Vlaams-Brabant en Limburg. Dit terwijl ze toen wel nog over bijna geheel Wallonië te vinden waren. Dit begon te veranderen in het begin van de jaren ’90. Het was nog altijd maar sporadisch, maar toen doken steenmarters plots op meer en meer plekken op in Vlaanderen, in elke provincie, en die positieve trend is niet meer gestopt tot nu, nu ze dus compleet gebiedsdekkend voorkomen. De toename kwam er eigenlijk vanuit twee golven: eerst vanuit het zuiden (Wallonië en Frankrijk), nadien een tweede golf vanuit het westen (Nederlands Limburg en Duitsland).
Voor alle duidelijkheid, er zitten momenteel véél steenmarters, maar dit is helemaal niet hetzelfde als té veel. Dit wordt later wel duidelijk.
Natuurlijke rem: hondenziekte
Vanaf oktober 2008 begonnen we in het Natuurhulpcentrum plots ernstig zieke steenmarters binnen te krijgen uit het oosten van Vlaams-Brabant en uit Limburg. De dieren hadden een doffe vacht, waren graatmager en hadden stuiptrekkingen en ontstoken ogen. In totaal werden een dertigtal zieke marters binnengebracht, en uit analyses bleek het te gaan om hondenziekte (Canine Distemper Disease). Geen enkel dier overleefde het. Omdat een zieke marter niet zo snel gevonden wordt, ging het hier waarschijnlijk maar om het topje van de ijsberg, en lag het werkelijk aantal getroffen dieren vele malen hoger. Eind 2009 stopte de toevoer, al was er in 2012 een kleine heropflakkering in Oost-Vlaanderen, ook een regio met een hoge dichtheid aan steenmarters.
De hondenziekte-variant bleek identiek te zijn aan een variant die al eerder werd aangetroffen in Duitsland (al in 1999), Italië, Hongarije en Zwitserland.
Hoogstwaarschijnlijk kreeg deze ziekte de kans omdat de dichtheden stegen, dieren komen vaker met elkaar in contact, en dit verhoogt de overdracht van ziektes.
Gedrag
Steenmarters zijn erg flexibel in de locatie waarin ze voorkomen en hebben helemaal geen ‘ongerepte natuur’ nodig. Zelf ben ik ze al een aantal keren tegengekomen in het centrum van Hasselt, dus een zeer stedelijke omgeving is geen probleem. Tegelijkertijd komen er evenzeer steenmarters voor op het platteland of in bosgebieden. Die flexibiliteit maakt dat marters letterlijk overal voorkomen, al verschilt hun gedrag wel naargelang de omgeving.
Elk mannetje verdedigt zijn territorium tegenover andere mannetjes, en elk vrouwtje verdedigt haar territorium tegenover andere vrouwtjes. Maar binnen het territorium van één mannetje kunnen wel meerdere territoria van vrouwtjes liggen. Het territorium van een mannetje is dus meestal een stuk groter dan dat van een vrouwtje. Hoé groot dit dan precies is, hangt volledig af van hoeveel voedsel er te vinden is. Is er veel voedsel, dan heeft elk dier een relatief klein territorium nodig. Is er weinig voedsel, dan moeten er ’s nachts vaak grotere afstanden afgelegd worden en is elk territorium groter. De grootte kan daarom variëren van enkele tientallen hectaren, tot enkele honderden hectaren. In een stedelijke omgeving zijn er vaak veel meer voedsel (ratten, muizen, menselijk afval,…) en schuilplaatsen te vinden, dus zijn de territoria daar een stuk kleiner. Maar elk dier blijft hier wel zijn eigen territorium hebben.
Uitgestelde zwangerschap
Net zoals bijvoorbeeld ook dassen, hebben steenmarters een uitgestelde zwangerschap. De paartijd is in de zomer, maar de bevruchte eicellen gaan zich pas in januari/februari inplanten in de baarmoeder. De jongen worden daarom in maart/april geboren. Meestal zijn het twee tot drie jongen. De vrouwelijke jongen verlaten de moeder tegen de volgende lente, de mannelijke jongen blijven vaak nog wat langer in de buurt rondhangen
Voeding
Steenmarters hebben echt het gebit van een roofdier: scherpe hoektanden en knipkiezen, ideaal om een prooi mee te vangen en in stukken te scheuren. Hun belangrijkste voedselbron vormen dan ook knaagdieren als ratten en muizen. Steenmarters zijn daarom erg nuttige dieren.
Maar ze eten meer dan dat. Vogels en ongewervelde dieren staan ook op hun menu. Kippen die ’s nachts niet goed opgehokt worden, worden in Vlaanderen sowieso gepakt door steenmarters of vossen. Is het vandaag niet, dan is het morgen of binnen twee jaar. Dit heeft niets te maken met het feit dat er zogezegd teveel vossen of marters zijn, maar dit heeft gewoon te maken met het feit dat slecht opgesloten kippen gewoon een makkelijke prooi zijn. En dan heb je ook nog het fenomeen ‘surplus-killing‘, waarbij er vaak meerdere kippen worden doodgebeten. Dit is geen ‘plezier in het doden van dieren’, zoals soms wordt gezegd, maar gewoon een overlevingsstrategie. In normale omstandigheden bestaat dit soort situaties niet. Pak je als roofdier één prooi, dan zal het onmogelijk zijn om op hetzelfde moment op dezelfde plaats een tweede prooi te pakken. Die zijn immers al lang gevlucht. In een kippenhok kunnen de kippen niet weg, en blijft de marter getriggerd worden om prooien te doden, met de bedoeling die later te komen halen.
Ook de eieren van kippen worden graag gegeten. Op zo goed als elke zolder waar we langskomen om steenmarterproblemen op te lossen, vinden we eierschalen van kippen. Het blijft indrukwekkend hoe een steenmarter een kippenei tussen zijn scherpe tanden kan pakken, vervolgens voorzichtig via struiken en regenpijpen naar de zolder klimt, om het daar op zijn gemak op te eten. Ook onder de motorkap van auto’s worden geregeld eierschalen teruggevonden.
Het dieet blijft niet beperkt tot vlees. Plantaardig voedsel wordt ook graag gegeten, en dat maakt steenmarters eigenlijk tot echte omnivoren. In de periode dat de kersen vallen, vind je bijvoorbeeld veel kersenpitten in hun uitwerpselen. Ook rondslingerend ‘mensenvoedsel’, zoals brood, groenten of fruit laten ze niet liggen, en het feit dat het zulke voedselopportunisten zijn, maakt dat ze zo goed kunnen aarden in een menselijke omgeving.
Overlast van steenmarters
We moeten er niet flauw over doen, steenmarters kunnen voor heel wat overlast zorgen. Lawaai- en geuroverlast op zolders, kippen die gepakt worden of autokabels die stukgebeten worden, vaak zijn steenmarters de dader. Maar tegelijkertijd zijn deze problemen meestal ook vrij makkelijk te voorkomen, en dit op een diervriendelijke manier! Ideaal dus.
Hierboven hadden we het al over het territoriumgebruik van steenmarters: 1 mannetje met een territorium dat hij verdedigt tegen andere mannetjes, met binnen dat territorium één of meerdere kleinere territoria van vrouwtjes die op hun beurt ook tegen andere vrouwtjes worden verdedigd. Dit betekent dus dat er in 1 territorium nooit véél steenmarters zitten. Ofwel zit er op één locatie één gevestigd mannetje met eventueel één gevestigd vrouwtjes, ofwel zitten er geen marters. Kleine uitzondering is in de periode dat er jongen zijn, dan kunnen er tijdelijk meerdere marters zijn.
Steenmarters op zolder
Steenmarters hebben heel wat plaatsen in hun territorium waar ze overdag slapen. Dit kunnen holle bomen zijn, onder takkenhopen of gestapeld hout,… Maar zolders kunnen ook aantrekkelijk zijn, en daar veroorzaken ze vaak hun problemen. Afhankelijk van de periode gebruiken ze de ene of de andere schuilplaats. Het is daarom ook logisch dat er bijvoorbeeld in het begin van de winter een toename is van het aantal klachten. Steenmarters nemen in koude periodes natuurlijk liever hun intrek in een warme zolder. Ook in de periode dat de jongen ouder zijn en beginnen spelen en ravotten, met het nodige lawaai, is er een toename van het aantal klachten.
Via overhangende takken, muurtjes, regenpijpen,… raken marters vaak makkelijk op een dak. Eenmaal op het dak is het meestal maar een kleine moeite om een opening kleiner dan een diameter van 4cm te vinden om effectief op de zolder te raken.
De belangrijkste overlast die mensen vervolgens ondervinden is het geluidsoverlast. Vooral in de vroege avond en vroege ochtend, wanneer marters hun schuilplaats verlaten en er nadien terugkeren, is er vaak veel lawaai. Er klinkt gestommel op de zolder, en het is al vaker gebeurd dat er gedacht werd dat er inbrekers aan het werk waren. Zijn er jongen, dan verergert het geluid zelfs. Zelden komen we marters tegen op zolders waar géén glaswol ligt. Die glaswol-isolatie is echt de reden waarom marters op zolder zitten. Hierin kunnen nesten en gangen gemaakt worden, en die plukken uitgetrokken isolatie zijn meestal onmiddellijk merkbaar als je een zolder opgaat waar een steenmarter zijn intrek heeft genomen.
Daarnaast valt vaak ook de geur op. Steenmarters doen hun behoefte vaak verspreid over de hele zolder, maar vaak heb je ook een of meerdere latrines, plekken waar ze erg vaak hun behoefte doen om hun territorium af te bakenen. Op een betonnen zoldervloer valt dit nog mee, maar is het een gyproc plafond, dan trekt er na een tijd een vies bruin sapje doorheen het plafond, met vieze vlekken als resultaat.
Hier en daar vind je dan ook nog wat prooiresten zoals pluimen, of eierschalen, enz. Kortom, ook als een steenmarter nog maar korte tijd een marter op een zolder verblijft, zijn de sporen vaak al erg duidelijk zichtbaar.
Steenmarters en auto’s
Hoewel aangevreten autokabels tegenwoordig véél minder voorkomen dan vroeger (autoconstructeurs houden hier rekening mee), gebeurt het toch nog altijd regelmatig dat mensen ’s morgens naar hun werk willen vertrekken, om dan tot de conclusie te komen dat een steenmarter de remkabels heeft doorgebeten. Vroeger werd gedacht dat dit kwam door een in de kabels verwerkte visolie die de marters nog konden detecteren. Dit blijkt niet te kloppen, aangezien ook kabels worden stukgebeten waar die olie niet in verwerkt zit. Hoogstwaarschijnlijk heeft kabelbijten te maken met het nieuwsgierig verkennen, een speels gedrag. De kabels hadden blijkbaar de perfect hardheid om hier naar hartelust in te knagen.
Verwijderen = dieronvriendelijk en zinloos
De eerste reactie die mensen hebben wanneer ze geconfronteerd worden met een steenmarter die voor overlast zorgt is: ‘die marter moet weggevangen worden’. Klinkt logisch, maar heeft geen zin. Vergelijk het met de merel in je tuin. Als een merel sterft, vind je het logisch dat er al snel een nieuwe merel je tuin zal bewonen, omdat merels nu eenmaal overal zitten. Steenmarters zijn misschien niet zo zichtbaar als merels omdat ze nachtactief zijn, maar net zoals merels zitten ze óók overal. Vang je dus een steenmarter weg, dan zal het vrijgekomen territorium meestal relatief snel terug ingenomen worden door een andere steenmarter en begint het probleem opnieuw. En dit gebeurt vaak opvallend snel. Bij elke stap die een marter zet, geven gierklieren tussen de voetkussentjes een geur af. Dit geurspoor blijft erg lang hangen en vormt het perfecte spoor voor nieuwe marters om de weg te vinden naar de goede schuilplaatsen.
Daarom ook heeft het vergiftigen of schieten totaal geen zin. Bovendien lukt het bijna niet om marters te vangen (misschien een jong dier, maar dat zijn niet de probleemveroorzakers), kunnen ze het minste gif detecteren, en is het schieten tussen de huizen (waar de steenmarters nu eenmaal zitten) veel te onveilig. Als ik vanuit het Natuurhulpcentrum bij mensen thuis langs ga om de marterproblemen op te lossen, zie ik zo vaak gif staan, of vallen. Maar telkens zonder resultaat. En dit staat nog los van de wetgeving, want marters zijn beschermd en mogen dus niet zomaar gevangen, vergiftigd of geschoten worden. Al begrijp ik natuurlijk wel dat je wanhopig wordt als je al wekenlang niet kan slapen door een lawaaimakende steenmarter boven de slaapkamer… Maar het is wel belangrijk dat de bescherming van de steenmarter blijft standhouden. Anders zou er veel meer gif of vallen gebruikt worden wat, zoals gezegd, weinig zin heeft, maar kan wel leiden tot schade aan andere soorten.
Andere oplossingen die soms worden aangereikt, zijn het leggen van WC-blokjes, of het laten afspelen van de radio op zolder. Dit zijn oplossingen die af en toe helpen, maar ze helpen zo vaak niét, dat we ze nooit als doeltreffend zouden aanraden. Maar baat het niet, dan schaadt het niet.
Onbereikbaar of onaantrekkelijk = diervriendelijk en zinvol
Op internet wordt heel veel gezegd en geschreven over steenmarters. Maar je ziet vaak onmiddellijk of de teksten geschreven zijn door mensen die ooit al effectief op zolders zijn gekropen waar steenmarters zitten. Dé oplossing die altijd naar voren wordt geschoven is het dichtmaken van alle openingen. En dat klopt ook. Als een marter fysiek niet op een zolder raakt, kunnen er ook geen problemen ontstaan. Tot je het gemiddelde dak van een huis bekijkt. Het is vaak onmogelijk om alle openingen van groter dan ongeveer 4cm dicht te maken: openingen in de hoekpunten van dakkapelletjes, als het huis een L-vorm heeft zijn de pannen vaak doorgeslepen ter hoogte van de dakgoot tussen de twee delen. Dit geeft veel mogelijkheden om binnen te raken. Onder nokpannen kunnen ze vaak kruipen, of onder de onderste rij dakpannen van het dak. Kortom, meestal is het onmogelijk om de zolder onbereikbaar te maken. En als onbereikbaar maken onmogelijk is, dan moet je ervoor zorgen dat de zolder onaantrekkelijk gemaakt wordt, en dat doe je in eerste instantie door ultrasone geluidstoestellen.
Ultrasone geluidstoestellen zijn kleine toestelletjes die werken op batterijen en erg lang meegaan met een set volle batterijen. Maar er zijn wel een aantal spelregels. Ultrasoon geluid wordt sneller afgeblokt. Je moet daarom het toestel letterlijk in dezelfde ruimte plaatsen als waar de steenmarter zit. Er mag dus geen obstakel (steunbalk, gyproc plafond,…) zijn tussen het toestel en de marter. Dus als je zolder meerdere compartimenten heeft, of wanneer er veel rommel op zolder ligt, moet je vaak meerdere toestellen plaatsen. Wanneer de marter op een vals plafond zit, is het moeilijker om een toestel te plaatsen, maar dit moet wel gebeuren. Het kan dus zijn dat je het toestel door een spot-gaatje moet steken, of een dakpan moet weghalen en een gat maken in het onderdak om het toestel door te steken,… Is er een obstakel tussen het toestel en de marter, dan verandert er, vanuit het standpunt van de marter, helemaal niets. Maar als het toestel goed geplaatst is, is de marter meestal onmiddellijk weg en moet je enkel op tijd de batterijen vervangen. Opgelet, het gaat hier enkel over de toestellen die we in het Natuurhulpcentrum verkopen. Niet om reclame te maken, maar er is nu eenmaal veel rommel op de markt.
Zijn er te veel compartimenten dan kan je proberen om een geurstof te spuiten. Die is ook effectief en heeft als voordeel dat je ze in heel veel hoekjes en kiertjes moet spuiten, maar het is een geurstof die nu eenmaal vervliegt na een tijdje, dus die moet je vaker gaan vernieuwen. Maar ook hier is er veel rommel op de markt, dus spreek ik hier enkel over de producten die we in het Natuurhulpcentrum verkopen: https://www.natuurhulpcentrum.be/e-shop/#!/Marterproducten/c/167965083
Kippen
We hadden het al over de voeding van steenmarters, en het feit dat steenmarters vaak kippen pakken. ’s Nachts niet goed opgesloten kippen zijn een gratis prooi, en je zou als marter wel dom zijn om hier niet van te profiteren. Daarom is het belangrijk dat kippen ’s nachts opgesloten worden. Wordt dit gedaan, dan worden de meeste problemen voorkomen.
Natuurhulpcentrum
Nergens is er zoveel ervaring opgebouwd met het oplossen van steenmarterproblemen als in het Natuurhulpcentrum. Honderden keren zijn we al naar mensen geweest, en duizenden mensen hebben we telefonisch kunnen verderhelpen.
De e-shop met doeltreffende producten: https://www.natuurhulpcentrum.be/e-shop/
Informatie over de steenmarterproblematiek: https://www.natuurhulpcentrum.be/steenmarters
Dassenfilm
Al enkele jaren filmen we het boeiende leven van een familie dassen en hun omgeving. Ontdek er alles over!












