Aaibaar, maar invasief

Wasberen (Procyon lotor)

Hoewel het van oorsprong Amerikaanse dieren zijn, zijn deze schattig uitziende dieren al in heel wat Europese landen te vinden. Ook bij ons zijn ze de laatste jaren aan een opmars bezig. Tijdens het filmen van bevers in de Ardennen kwam ik ze al een aantal keren tegen, en via mijn werk in het Natuurhulpcentrum komen we ze bijna maandelijks tegen in Vlaanderen. Hoewel het fascinerende dieren zijn die erg leuk zijn om te bekijken, is de wasbeer ook een zogenaamde ‘invasieve uitheemse soort’. Een soort dus die we eigenlijk in onze natuur liever niet zien opduiken. Hoe wasberen bij ons zijn terechtgekomen en hoe we proberen hun schadelijke impact wat te beperken, kan je hieronder lezen. 

De wasbeerachtigen (Procyonidae) vormen een familie van 13 soorten die behoren tot de roofdieren. De wasbeer is de bekendste, maar ook bijvoorbeeld de Zuid-Amerikaanse neusberen (Nasua nasua) behoren tot dezelfde familie. Van nature komen wasberen voor in Noord-Amerika.

Het is vooral hun opvallend uiterlijk dat ze zo aantrekkelijk maakt: een zorro-maskertje omringd door een witte rand, hun gestreepte staart, hun handjes aan de voorpoten waarmee ze voedsel kunnen openpeuteren, maar ook bijvoorbeeld slotjes van kooien,… Zulke ontsnappingen hebben er trouwens mede voor gezorgd dat er in Europa ondertussen honderdduizenden wasberen rondlopen (zie verder). Wasberen in het wild wegen 6-10kg. In gevangenschap veel zwaarder. In het Natuurhulpcentrum werden vroeger bijvoorbeeld veel als huisdier gehouden wasberen opgevangen die tot 15kg of zelfs zwaarder wogen. De wasberen die nu in het wild gevangen worden (zie verder), wegen gemiddeld ongeveer 6kg, hun normale gewicht. 

Gedrag

Solitair en sociaal

Wasberen worden vaak aanzien als dieren die solitair, alleen, leven. Toch kunnen ze soms kleine sociale groepjes vormen. Verwante vrouwtjes leven vaak in hetzelfde gebied en vormen zogenaamde ‘fission-fusion’-groepjes. Dit zien we ook bij sommige primatengroepen, zoals chimpansees. Het wil zeggen dat de vrouwtjes met meerderen in hetzelfde gebied leven, en elkaar soms ontmoeten tijdens het foerageren. 

Onverwante mannetjes vormen soms ook losse groepjes. Dit doen ze dan vooral om hun positie te verdedigen tegen vreemde mannen. Omdat mannen ook agressief kunnen reageren tegenover onverwante jonge dieren, zondert het vrouwtje zich af in de periode dat ze jongen bij haar heeft.

De paring van wasberen gebeurt in januari/februari, en twee maanden later worden de jongen geboren. Dit kunnen er 2-5 zijn. De jongen zijn bij de geboorte doof en blind, maar al snel wordt hun donker maskertje zichtbaar. In de herfst verlaten de jongen hun moeder en gaan ze op zoek naar een nieuw leefgebied. 

Net zoals bij steenmarters kan het territorium ook enorm verschillen in grootte. Wasberen die op de prairie leven in de Verenigde Staten kunnen rondzwermen binnen een gebied van 5.000 hectare, terwijl een wasbeer in een stad vaak genoeg heeft met een gebiedje van 3 hectare. In een stad is voor een wasbeer immers veel meer voedsel te vinden. Een territorium wordt, behalve tijdens de paartijd, niet echt agressief verdedigd tegenover andere wasberen, op voorwaarde dat er genoeg voedsel voorhanden is. Om hun leefgebied af te bakenen, leggen wasberen geurvlaggen aan door te urineren of hun uitwerpselen op zichtbare plekken te deponeren. 

Nieuwsgierig

Wasberen zijn erg nieuwsgierig, en willen alles onderzoeken. Dit doen ze soms door op hun achterpoten te gaan staan, en hun voorpootjes te gebruiken om dingen grondig te inspecteren. Ze hebben een onwaarschijnlijk goed ontwikkelde tastzin. Twee derde van het gebied in de hersenen dat instaat voor het verwerken van zenuwprikkels (de hersenschors of cerebrale cortex) is gereserveerd voor het verwerken van de tastzin. Dit is uniek. Zeker met hun voorste poten onderzoeken ze alles eerst op de tast. Die gevoeligheid blijven ze zelfs behouden na urenlang in koud rivierwater voedsel te zoeken. Hun ‘handjes’ zijn bijna net zo behendig als die van primaten, alleen hebben ze geen opponeerbare duim, een duim dus die zo flexibel is dat de duim alle andere vingertoppen kan raken. 

Kleuren zien ze niet, maar ze kunnen wel erg goed zien in schemerdonker. Logisch, want wasberen zijn voornamelijk schemer- en nachtactief.

Voedsel

Wasberen worden soms beschouwd als ‘de meest omnivore dieren ter wereld’. Ze eten dus alles: vertebraten, invertebraten, plantaardig materiaal, dode dieren,… In de lente en zomer zijn het eerder ongewervelde dieren als insecten of wormen, terwijl in het najaar vooral fruit, noten, bessen, enz. gevonden worden. Die laatste bevatten veel energie, en dat is natuurlijk belangrijk vooraleer de winter eraan komt. In het water zoeken ze dan weer naar naar rivierkreeften, visjes of amfibieën. Het zijn ook geduchte nestrovers, en dat is ook een van de redenen dat ze beschouwd worden als invasieve uitheemse soorten.

 

Tijdens het foerageren voelen ze ook uitgebreid aan het eten. Doen ze dit in water, dan lijkt het inderdaad alsof ze hun voedsel ‘wassen’, vandaar de naam wasbeer. De Latijnse naam is trouwens Procyon lotor, en lotor betekent ‘wassen. Maar er is wel nooit waargenomen dat wasberen voedsel vanop het land meenemen naar het water om het daar proper te maken

Wasberen in Europa en België

Duitse oorsprong

De ‘wilde’ wasberen die zich bij ons bevinden, zijn verre nakomelingen van wasberen uit Duitsland. Hier werden in 1934 in Edersee, West-Duitsland, op vraag van een rijke landeigenaar in de buurt van een groot meer twee paartjes vrijgelaten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er door de bombardementen ook enkele pelskwekerijen vernield waardoor een aantal wasberen konden ontsnappen.  

Daarbovenop zijn er hier en daar in de loop der jaren ongetwijfeld nog wat wasberen bij particulieren ontsnapt die ze als huisdier hielden (met hun echte handjes, gecombineerd met hun intelligentie, kunnen ze nogal snel ontsnappen…). Het klimaat in West-Europa is gelijkaardig aan dat van Noord-Amerika. Met hun dichte ondervacht die tot 3cm lang kan worden, kunnen ze erg koude temperaturen trotseren. Voedsel vinden ze ook overal, het zijn echte voedselopportunisten. Dus als het klimaat en het voedsel geen probleem vormt in Europa, en wasberen komen elkaar tegen, dan worden er jongen geboren… Langzaamaan begon de populatie dan ook te groeien, waardoor er in 1956 al naar schatting bijna 300 wasberen de bossen onveilig maakten. Op dit moment zouden er in Duitsland ondertussen een miljoen wasberen te vinden zijn! Deze kennen geen grenzen, en de Belgische en Nederlandse grenzen zijn ondertussen dus ook overschreden.

Kassel, wasberenhoofdstad van Europa

Om te zien hoe er samengeleefd wordt met wasberen, en welke problemen hier soms mee gepaard gaan, ben ik al enkele keren naar de Duitse stad Kassel geweest. Kassel kent de dichtste Europese wasberenpopulatie, en wordt daarom weleens de officieuze wasberenhoofdstad van Europa genoemd. In Kasteelpark Wilhelmshöhe slapen de dieren in oude bomen, en tegen de avond komen ze vaak in de vuilbakken van het park naar voedsel zoeken. Maar jammer genoeg slaapt slechts 39% van de dieren in holle bomen. 11% slaapt in holen onder de grond, maar 43% van de Kasselse wasberen zoekt zijn toevlucht tot gebouwen. Meestal zijn zolders de geliefkoosde plek: lekker warm, rustig, en veel isolatiemateriaal om een nest te maken. 

Wanneer je door Kassel wandelt, zie je overal de maatregelen die mensen nemen om schade door wasberen te voorkomen. Rond elke regenpijp zijn kragen gemaakt of is prikkeldraad gespannen om te voorkomen dat de behendige dieren naar het dak klimmen om zo de zolder te bereiken. Erg blij zijn de Kasselaren daarom niet met de komst van hun exotische mede-bewoners…

Wasberen in België

Mensen kennen landsgrenzen, dieren niet, dus wasberen hebben er geen probleem mee de grens over te steken en ons land binnen te dringen. En dit merken we… De eerste wilde wasbeer die ik ooit zag was in de omgeving van La Roche. Hoog in een alleenstaande boom in een weide, vrij dicht bij de bosrand, zagen we tijdens een nachtje spotlighten twee oogjes oplichten. Met onze verrekijker zagen we dat een rustende wasbeer ons zat aan te staren… Daarnaast kwam ik nog geregeld wasberen tegen tijdens het filmen van bevers. Wasberen zijn immers dieren die vaak in of naast de Ardense riviertjes naar voedsel gaan zoeken. Een van hun favoriete prooien vormen de daar massaal aanwezige Amerikaanse rivierkreeften. Net zoals de wasbeer zelf, is dit ook een invasieve uitheemse soort. 

Daar houdt het niet bij op. Volgens een laatste schatting in 2024 zouden er in Wallonië ongeveer 60.000 wasberen zitten.

Wasberen in het nieuws

Een berichtje van TV Limburg over het opduiken van wasberen in de provincie Limburg. In het Natuurhulpcentrum krijgen we hierover geregeld meldingen. De meeste Limburgse meldingen komen uit de Voerstreek.

Wasberen in Vlaanderen

De laatste jaren duiken er almaar meer berichten op van wasberen in Vlaanderen. De eerste waarmee we in het Natuurhulpcentrum in contact kwamen was in 2009. In Mol (zie foto’s hieronder) zat een wasbeer verscholen in een houtstapel in een achtertuin. Omdat er in deze omgeving geen andere wasbeermeldingen waren, kan je er van uitgaan dat dit een ontsnapt dier was. Wasberen staan dan wel niet op de zogenaamde Zoogdierenpositieflijst en zijn dus verboden als huisdier, toch werden ze soms nog illegaal gehouden. En aangezien wasberen heel snuggere beestjes zijn die met hun handige vingertjes deuren of slotjes kunnen openprutsen, ontsnappen ze nogal eens… Sinds 2016 is er nog een tweede reden waarom je geen wasbeer als huisdier mag houden, en dat is de Unielijst van Invasieve Uitheemse Soorten. Alle soorten die op deze lijst staan, zijn als huisdier verboden. Meer info over deze lijst kan je hier terugvinden.

De eerste Vlaamse wasbeer die misschien wel eens van de ‘wilde’ Ardense populatie afkomstig zou kunnen zijn, konden we per toeval filmen in 2012 in de Voerstreek. In Altenbroek hadden we een trailcam opgehangen om dassen te filmen. Dassen filmden we meer dan genoeg, maar dus ook een wasbeer! Het bleef daarna beperkt tot sporadische waarnemingen, al lijkt het wel of er sinds ongeveer 2020 een fellere toename blijkt te zijn.

Invasieve uitheemse soorten

Sinds 1 januari 2015 is de Europese verordening betreffende invasieve, uitheemse soorten actief. Deze wetgeving gaat over de manier waarop we omgaan met invasieve uitheemse soorten. Uitheems, omdat het soorten zijn die van nature hier niet voorkomen, en invasief omdat hun schade aan onze natuur zo groot is, dat het soorten zijn die we liever niet in onze natuur hebben. Wasberen staan op deze lijst. Andere voorbeelden zijn de bekende roodwangsierschildpadden, of de alles-overwoekerende plant Japanse Duizendknoop. De wetgeving is Europees, dus wanneer één van deze soorten ergens opduikt is het betreffende land verplicht om actie te ondernemen. Meer info over deze wetgeving kan je hier terugvinden.

Wasberen staan op deze lijst. Hoewel er nog geen echt zwart op wit bewijs is geleverd dat wasberen zeer schadelijk kunnen zijn, neemt men toch het zekere voor het onzekere. Wasberen staan immers bekend als echte nestrovers, kunnen veel schade veroorzaken op zolders of in kelders, en kunnen een voor de mens gevaarlijke parasiet dragen, Baylisascaris procyonis (zie verder).

Concreet betekent dit dat invasieve soorten meestal uit onze natuur gehaald worden. Heel vaak is dit schieten. Maar omdat in het Natuurhulpcentrum al ruim 20 jaar wasberen opvangen en herplaatst worden, is hier al veel ervaring mee, en kan er aan wasberen een tweede kans geboden worden. Wanneer ergens in Vlaanderen een wasbeer opduikt, wordt eerst achterhaald of de wasbeer op die bepaalde locatie een toevallige passant is, of dat het dier vaker op dezelfde plaats werd gespot en het dus daar waarschijnlijk zijn territorium heeft. 

In het tweede geval plaatsen we life-traps, vallen waarmee de dieren levend gevangen worden. In het Natuurhulpcentrum worden de dieren vervolgens een maand in quarantaine gezet, medisch gecontroleerd, en gecastreerd of gesteriliseerd. Daarna plaatsen we hen in een groep. Die quarantaine is belangrijk, omdat wasberen besmet kunnen zijn met Baylisascaris (zie verder). Momenteel hebben we een 35-tal dieren. De uiteindelijke bedoeling is dan dat de dieren herplaatst worden, al zijn er voor dierentuinen ook strenge regels als ze invasieve uitheemse soorten willen houden. Er mag bijvoorbeeld niet mee gekweekt worden, er moeten extra maatregelen tegen ontsnappingen genomen worden,…

De wasberenspoelworm – Baylisascaris procyonis

De wasberenspoelworm is, zoals de naam het zegt, een spoelworm die wasberen bij zich kunnen dragen. Hoewel de kans op overdracht naar de mens klein is, kan dit in zeer zeldzame gevallen toch gebeuren. De worm is schadelijk, en soms zelfs dodelijk voor de mens. Dit is trouwens de belangrijkste reden dat wasberen altijd in strikte quarantaine gaan wanneer ze opgevangen worden in het Natuurhulpcentrum, en ook een van de redenen dat wasberen op de lijst van invasieve exoten staan.

In 2019 en 2020 werden wasberen onderzocht in Nederlands Limburg op het voorkomen van de spoelworm, en daar bleken 14 van de 23 onderzochte wasberen besmet te zijn, wat erg hoog is. Van de 50 Belgische wasberen uit Wallonië die tussen 2012 en 2015 werden gevonden, bleek echter geen enkel dier besmet te zijn. Dit is niet zo abnormaal. Uit genetisch onderzoek blijkt dat de wasberen uit Nederlands Limburg een andere herkomst hebben dan die uit Wallonië. Het zijn waarschijnlijk dieren die lokaal ontsnapt zijn, en/of de nakomelingen hiervan. Dit terwijl de wasberen uit Wallonië uit Duitsland/Luxemburg afkomstig zijn. 

De populatie neemt echter toe, vermenging zal ongetwijfeld optreden. Dus ook de kans op overdracht van de spoelworm. Doe daar nog het feit bij dat de eitjes van de spoelworm jarenlang in de omgeving kunnen overleven vooraleer ze terug actief worden, en het is duidelijk dat dit goed in de gaten moet worden gehouden. 

Dassenfilm

Al enkele jaren filmen we het boeiende leven van een familie dassen en hun omgeving. Ontdek er alles over!