Een kleurrijk verhaal in tinten grijs!
Dassen (Meles meles)
Dassen zijn fascinerende dieren. Het zijn enerzijds de grootste leden van de uitgebreide familie van de marterachtigen, maar de das is bij ons ook de enige soort die in familieverband leeft. Ze vertonen boeiend sociaal gedrag, en ook hun diepe, uitgestrekte burchten spreken tot de verbeelding. Elk jaar steek ik daarom zelf ook heel wat tijd in het filmen van dassen. Een selectie van de beelden kan je op deze pagina terugvinden.
Heb je zelf interesse in een toffe dassenwandeling, of wil je dassen spotten, klik dan hier voor meer info: Voordrachten en wandelingen | Wild Things (wild-things.be)
De hoofdpagina van onze dassenfilm vind je op www.wild-things.be/dassenfilm
Dieet van een das
Dassen zijn echte alleseters. Gevallen fruit, keverlarven, bessen, noten,… kan allemaal tot hun dieet behoren. Er is maar 1 voorwaarde: ze doen er liever niet te veel moeite voor. Dassen zullen bijvoorbeeld niet gaan jagen op konijnen, maar komen ze tijdens hun zoektocht naar voedsel een jong konijntje tegen, dan zullen ze niet twijfelen. Ze zullen evenmin in bomen klimmen om sappige peren te eten, maar het gevallen fruit dat gratis voorhanden is, zullen ze zeker niet laten liggen…
Kijken we naar het dieet gedurende een jaar, dan vormen, raar maar waar, regenwormen hun hoofdvoedsel. Er zijn verschillende soorten regenwormen, maar de das heeft zich gespecialiseerd in de Lumbricus terrestris, de gewone regenworm, de worm die wij kennen uit onze tuinen. In bosgebieden komt deze soort niet zo veel voor omdat de bodem hier voor deze beestjes wat te zuur is. Met zijn snuit tegen de grond geduwd besnuffelt hij de bodem totdat hij een regenworm ruikt, en trekt die dan met dé perfecte techniek voorzichtig uit de grond. Tot 200 wormen kan hij per nacht naar binnen spelen. Dit is ook nodig, Een regenworm weegt 5 gram, een das 12000 gram! Hoe dichter de das met zijn snuit tegen de bodem kan snuffelen, hoe makkelijker hij de regenwormen kan ontdekken. Een pasgemaaid gazon is dus ideaal!
Aan de schedel van een das is ook goed te zien dat dassen echte omnivoren, alleseters, zijn. Ze hebben wel lange scherpe hoektanden die typisch zijn voor roofdieren, maar tegelijkertijd hebben ze ook knobbelkiezen, die dienen om plantaardig voedsel te vermalen. Kijken we naar de kiezen van bijvoorbeeld een vos, dan zijn die kiezen echte knipkiezen: perfect om stukken vlees af te scheuren.
sociaal gedrag en Voortplanting
Dassen zijn de enige marterachtigen die in familieverband leven. In zo een ‘dassenclan’ is er meestal maar 1 vrouwtje dat jongen krijgt. Maar vooraleer die jongen er zijn, speelt er zich bij dassen een wonderbaarlijk voortplantingsproces af. Alles begint bij de paring. Wanneer een mannetje ruikt dat het vrouwtje loops is, zal hij het vrouwtje uit de burcht proberen te lokken door een typisch ‘churr’-geluid te laten horen. Eenmaal de burcht verlaten, doet het mannetje alle moeite van de wereld om indruk te maken op het vrouwtje.
Hij schuurt zich tegen het vrouwtje, heft zijn staart op, en als alles meezit komt het uiteindelijk tot een paring. En die paring kan lang duren, soms wel meer dan een uur. Het ‘churr’-geluid blijft het mannetje gedurende heel de paring aanhouden. Dit geluid heeft er ooit voor gezorgd dat we de paring van dassen mooi konden filmen. De reden waarom een dassenparing zo lang kan duren, is waarschijnlijk om te voorkomen dat andere concurrerende dassenmannetjes ook een poging zouden wagen. Op korte termijn lukt het zo misschien nog wel om andere mannetjes op afstand te houden, maar waterdicht is het helemaal niet. Integendeel.
Uitgestelde zwangerschap
Hoewel de piek van de paring voornamelijk rond februari gebeurt, kunnen dassen het hele jaar door paren. Dit heeft als voordeel dat de band tussen het alfa-mannetje en –vrouwtje op die manier versterkt wordt. Vlooien is namelijk goed voor de paarbinding, seks is nog beter! Maar wanneer dassen bijvoorbeeld in de zomer zouden paren, zouden de jongen pas in de herfst geboren worden, net voordat een vaak koude, natte winter begint. Dit is natuurlijk niet ideaal, dus hebben dassen hier een oplossing voor.
Om toch heel het jaar te kunnen paren, maar niet met jongen te zitten op een ongunstig moment, profiteren dassen van een sterk staaltje evolutie: een ‘uitgestelde zwangerschap‘. Ongeacht wanneer de paring plaats vindt, of dit nu de lente, zomer, herfst of winter is, de jongen beginnen zich pas eind december te ontwikkelen. Op die manier worden de jongen altijd in februari/maart geboren. Dan kan het nog altijd redelijk koud zijn, maar dit is nu nog geen probleem. De eerste weken liggen de jongen immers diep onder de grond in hun veilige burcht, lekker warm gehouden door de moeder en het nestmateriaal dat ze aanbrengt. Maar wanneer de jonge dassen hun eerste stapjes buiten de burcht wagen, zijn we april. De temperatuur is dan al hoger, er is meer voedsel te vinden en op die manier kunnen de jongen de hele lente en zomer profiteren van het warme weer en het vele voedsel. En dit is nodig, want in september zullen sommige jongen hun familie al verlaten.
Zwevende eicellen
Ongeacht wanneer de paring plaatsvindt, de jongen beginnen zich dus pas tegen december-januari in het moederlichaam te ontwikkelen. Tot dan blijven de bevruchte eicellen als het ware zweven in de baarmoeder van het vrouwtje. Rond de herfst vreten de dassen zich goed vol en krijgen zo een stevige speklaag om de winter door te komen. In dat vet stapelen zich ook hormonen op. Naarmate de winter vordert wordt dit vet opgebruikt, en komen steeds meer hormonen vrij. En die hormonen zorgen ervoor dat rond eind december de jongen zich beginnen te ontwikkelen.
Maar het fascinerende van de dassenvoortplanting is nog niet gedaan. Omdat dassenvrouwtjes meerdere keren per jaar loops worden, en de jongen zich nog niet onmiddellijk beginnen te ontwikkelen, kunnen ze dus ook meerdere keren per jaar paren. Die paringen moeten niet persé met hetzelfde mannetje te zijn. Het komt vaak voor dat jongen uit hetzelfde nest verschillende vaders hebben. Goed voor de genetische diversiteit!
Pasgeboren dassen
Enkel het alfavrouwtje van de dassenclan krijgt jongen. Het zijn er 1-5, en pasgeboren dasjes zijn blind en volledig hulpeloos. Hun roze huid is begroeid met een hele lichte grijs-witte vacht waarin de zwarte oogstrepen al een klein beetje zichtbaar zijn. Na 4 weken hebben ze wel al duidelijk de typisch zwarte, witte, en grijze zones.
De warmte van de moeder en het nestmateriaal houdt de jongen in het nest lekker warm. Na 6 weken beginnen de jongen al rond te kruipen in de burcht, en na ongeveer 8 weken komen de dassen voor het eerst boven de grond.
Opgroeiende jongen
Zoals bij de meeste jonge zoogdieren zijn opgroeiende jongen erg speels. Al vechtend en ravottend kunnen ze urenlang bezig zijn. De eerste weken worden ze nog continu in de gaten gehouden door de moeder, maar hoe ouder de dasjes worden, hoe meer vrijheid ze krijgen. Maar het spelen doen ze niet alleen voor hun plezier. Door te spelen leren ze zichzelf te verdedigen, bouwen ze conditie op en leren ze vaardigheden die later van levensbelang kunnen zijn. In de buurt van de burcht kan je goed zien waar de dasjes spelen. Omdat ze elkaar vaak rond dezelfde boom achtervolgen, zijn daar de gevallen bladeren weggevaagd, kale plekken op de bodem dus. Hiernaast kan je enkele beelden zien van spelende dassen in de Voerstreek.
Naarmate de jonge dassen ouder worden, worden ze steeds meer met de moeder mee op pad genomen om de wereld te verkennen. De moeder leert hen de vaardigheden van het voedsel zoeken en alles wat nodig is om later te kunnen overleven. Omdat de jongen in februari al geboren werden, heeft ze de hele lente en zomer tijd om dit te doen. Dit is ook nodig, want in september zullen er al een aantal jongen de burcht verlaten.
De verkenningstochtjes beginnen in mei. Eerst nog in de buurt van de burcht, later steeds verder. Ik kon al een aantal keren leuke beelden maken van jonge dassen die op pad gaan met hun moeder. Check ze hieronder!
Hooitijd!
In juni leren de jongen dassen echt zelfstandig zijn. In die periode zijn ze continu bezig met de wereld te verkennen, en dan durven de jongen vaak erg vroeg op de avond al actief te zijn. Logisch. Ze zijn nog jong en speels, en hebben net als kinderen van heel weinig bang, maar zijn tegelijkertijd al oud genoeg om niet meer continu door de moeder bewaakt te worden. Ideaal dus om de wijde wereld rondom de burcht te ontdekken!
Wanneer er in juni gehooid wordt, is het feest voor de jonge dassen. Het hooi blijft ’s avonds lekker warm, en trekt heel wat insecten aan. Leuk voor de jongen om te leren foerageren. Tegelijkertijd vormt datzelfde hooi ook het perfecte nestmateriaal om de burcht te bekleden. De volwassen dieren, die later op de avond actief worden, weten dit en zijn er als de kippen bij om dit hooi te verzamelen.
Dassenfilm
Al enkele jaren filmen we het boeiende leven van een familie dassen en hun omgeving. Ontdek er alles over!
Dassen en vlooien
Wanneer dassen tegen de avond hun burcht verlaten, starten ze vaak met een uitgebreide vlooisessie. Met hun lange nagels gaan ze doorheen hun eigen vacht, of die van hun clangenoten. Dit vlooien doen ze niet voor niets. Dassen hebben vaak last van een typische dassenvlo (Paracelis melis), een soort die enkel op dassen voorkomt. Vlooien zijn (ecto-)parasieten die het bloed van dassen opzuigen, en er eigenlijk voor kunnen zorgen dat een das zwakker wordt. De bedoeling van het vlooien is ervoor zorgen dat je zelf of je clangenoten geen last meer hebben van vlooien. Wanneer de vlooien in de burcht gescheiden worden van de das, beginnen ze hevig op en neer te springen in de hoop terug contact te maken met de das. Om snel lichter te worden en dus verder te kunnen springen en makkelijker de das opnieuw te bereiken, geven de vlooien vaak zelfs over! Lukt het toch niet om de das terug te bereiken, dan springen de vlooien richting het licht, en dus de ingang van de dassenburcht. Hierdoor kunnen ze een das onderscheppen die zijn burcht verlaat of terug binnenkomt. Een fantastisch staaltje evolutie! En als dat nog niet genoeg is, heeft men ook nog ontdekt dat wanneer de concentratie aan CO2 (zit in uitgeademde lucht) wordt verhoogd, de vlooien nog heviger en verder gaan springen in de richting van het gas. Logisch, want CO2 zit in uitgeademde lucht, het signaal dat er een dier in de buurt is waar de vlooien op kunnen springen!
Bij primaten heeft het elkaar vlooien ook een belangrijke sociale functie. Vriendschappen worden versterkt, onderdanige dieren vlooien het alfamannetje en -vrouwtje om beter in de gunst te staan,.. Dit is bij dassen minder het geval, bij dassen draait het vlooien vooral om het hygiënische aspect, het ontdoen van bloedzuigende vlooien. Men heeft dit ontdekt dankzij het maken van filmbeelden van vlooiende dassen. Men weet dat dassen zichzelf heel goed op de buik kunnen vlooien, maar moeilijker aan hun eigen rug geraken. Als het vlooien nu vooral belangrijk is om elkaar te ontdoen van parasieten, dan zou je verwachten dat dassen elkaar niet zomaar willekeurig ergens gaan vlooien, maar zich echt gaan richten op lichaamsdelen die een das zelf niet of moeilijker kan bereiken.
En dit klopt. Wanneer dassen elkaar vlooien, vlooien ze vooral elkaars rugstreek, het gedeelte van hun lichaam dat ze moeilijk bij zichzelf kunnen bereiken. Vlooien ze zichzelf, dan concentreren ze zich op de buikregio waarbij ze als echte panda’s op hun rug gaan liggen. Alles tezamen wordt elke lichaamsregio ongeveer even veel gevlooid, ofwel door zichzelf ofwel door andere dassen.
Hieruit kan men al afleiden dat de functie vooral is om de parasieten weg te krijgen, want anders zouden de dassen elkaar eender waar vlooien, terwijl nu de focus duidelijk ligt op lichaamsdelen (de rug)die een das bij zijn eigen moeilijk kan bereiken. Op het filmpje is duidelijk te zien dat een das die zichzelf vlooit, zich focust op de buik, terwijl de dassen die elkaar vlooien zich meer concentreren op elkaars rug.
Dan heeft men ook nog eens gekeken naar het gedrag van de vlooien. Wanneer een das kunstmatig gevlooid werd, merkte men dat de vlooien heel snel naar beneden sprongen. Ze volgden de richting van de haargroei, recht naar beneden om de das te verlaten. Een vlo echter die op zoek is naar een das, gaat zoveel mogelijk omhoog proberen te springen, richting de das. Omdat er dus een duidelijk verschil is in gedrag tussen een vluchtende vlo (door het vlooien), en een zoekende vlo (die dassenbloed wil), is het duidelijk dat dassen in de loop van de evolutie strategieën hebben gevonden om zich te ontdoen van vlooien (het zichzelf vlooien op de buik en het vlooien van andere dassen op de rug), maar dat vlooien ook strategieën hebben ontwikkeld om hieraan te ontsnappen (naar beneden springen), en daarna zo snel mogelijk terug contact te zoeken met een das (het omhoog springen, liefst nog in de richting van de uitgeademde CO2). Het klinkt banaal en simpel, maar eigenlijk is dit een fantastisch voorbeeld van hoe parasieten (vlooien) en gastheren (dassen) samen ontwikkeld zijn!
Dassen en het verkeer
De eerste kennismaking met een das is voor de meeste mensen jammer genoeg een verkeersslachtoffer op de pechstrook van de autostrade. Deens onderzoek gaf aan dat naar schatting 10-15% van de dassen jaarlijks sterft in het verkeer. In het Verenigd Koninkrijk stijgt dit zelfs naar naar schatting 20% . Een enorme tol dus die de verspreiding van dassen hoogstwaarschijnlijk fel kan vertragen. Door systematisch dode dassen langs de weg op te halen, heeft de Dassenwerkgroep (zie onderaan) ondertussen al heel wat gegevens verzameld over de periode waarin er slachtoffers vallen.
De eerste piek valt in de herfst, dan is de paringspiek. In die periode zijn zogende vrouwtjes heel territoriaal en houden ze vreemde mannetjes ver weg van de burcht. Maar daarom moeten jongere vrouwtjes grotere afstanden afleggen om tot bij die mannetjes te raken. Met als resultaat een verhoogde kans op aanrijdingen van vrouwelijke dieren. Anderzijds willen dassen hun eigen territorium extra gaan beschermen tegen indringers. Ze bezoeken daarom ook hun verder gelegen latrines aan de rand van hun territorium. Meer beweging, is meer kans om aangereden te worden.
In oktober is er een tweede paringspiek, maar dan zijn de vrouwtjes minder territoriaal omdat de jongen dan al ouder zijn. Hierdoor hoeven vrouwtjes geen grotere afstanden meer te doen om mannetjes te vinden, maar wachten ze in de buurt van de burcht op de mannen. Resultaat: minder aanrijdingen van vrouwtjes, maar meer van mannen.
In de winter zijn dassen veel minder actief, en dat vertaalt zich natuurlijk in minder verkeersslachtoffers.
Ecoducten en ecotunnels
Gelukkig worden er hier en daar maatregelen genomen om deze sterfte te beperken. In dassenrijke gebieden, zoals de Voerstreek, worden wegen vaak afgerasterd. Lage rasters zorgen ervoor dat de dassen niet op de weg raken. Om toch de overkant veilig te bereiken, worden tunnels onder de weg gemaakt. Komt een das om een of andere reden toch binnen de omheining, dan zijn er kleppen gemaakt waardoor de das van de weg af kan geraken, maar niet terug naar binnen. Zo vernielde een groep everzwijnen een tijdje geleden een afrastering, maar dankzij die kleppen waren de dassen toch snel terug in veiligheid.Dassen leren al snel gebruik te maken van tunnels. Het was al een hele tijd geleden dat ik nog trailcams gebruikt heb, maar ik wilde absoluut een beeld van een das in de tunnel, dus hing ik er eentje op. Aan de ene kant van de weg was een bos waarin een dassenclan een burcht had gemaakt, aan de andere kant van de weg lagen grasvelden waar ze op zoek gingen naar regenwormen. Na enkele dagen ging ik de beelden bekijken, en dagelijks zag ik dassen door de tunnel kruipen. Ook een vos liet zich zo een keer filmen, en heel wat kikkers en padden maken er ook gebruik van.
Zeker nu er heel wat grote zoogdiersoorten aan het terugkeren zijn (wolven, lynxen, dassen,…) na lange tijd van afwezigheid, is het erg belangrijk dat dergelijke maatregelen genomen worden. Onze landschappen zijn doorkruist met grote en kleine wegen, en dieren worden nog al te vaak het slachtoffer ervan. De chauffeurs valt meestal niets te verwijten, het is vaak onmogelijk om een aanrijding met een plots opduikend dier te voorkomen. Hoe meer ecoducten, ecotunnels, afrasteringen,… er gemaakt worden, hoe vlotter dieren zich doorheen ons landschap kunnen verspreiden en hoe groter de kans is dat ze levend en wel op een plek geraken waar ze zelf een nieuwe populatie kunnen stichten!
Das aangereden of aangereden das gevonden?
Zelf als je goed oplet en je aan de regels houdt, is een aanrijding van overstekend wild soms onvermijdelijk. Rij na een aanrijding zeker niet door. Als de das nog leeft, kan hij misschien nog geholpen worden. In de opvangcentra voor zieke en gewonde wilde dieren, zoals het Natuurhulpcentrum waar ik zelf werkzaam ben, kan er op de juiste manier, en door dierenartsen met ervaring met wilde dieren, nagegaan worden of er nog hulp kan geboden worden.
Als het dier al dood is, contacteer je best de Limburgse Dassenwerkgroep. Zij houden enerzijds nauwkeurig bij waar dassen worden aangereden, zodat zwarte punten in kaart kunnen gebracht worden. Anderzijds halen ze dode dassen op. Die worden nadien onderzocht door het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek om na een autopsie boeiende vragen te kunnen beantwoorden: wat eten dassen, hoe oud zijn ze, dragen ze eventuele ziektes,…














