Zeldzame soorten, van vliegende herten tot inheemse panda's...
De unieke fauna van de Voerstreek
De hoofdrolspelers mogen dan wel de dassen zijn, door het gevarieerde landschap leven er in de Voerstreek nog heel wat andere unieke diersoorten. De oude bossen bieden thuis aan de middelste bonte specht, het vliegend hert of de bosvleermuis. Orchideeën vinden we dan weer terug in de (kalk-)graslanden, waar je ook heel wat vlindersoorten en andere zeldzame en minder zeldzame insectensoorten kan tegenkomen. En die vormen dan weer de ideale prooi voor de grauwe klauwier. Met wat geluk zie (maar vooral hoor…) je zelfs een zeldzame vroedmeesterpad, zo genoemd omdat het mannetje de eiersnoeren rond zijn achterpoten meedraagt.
Hieronder kan je een aantal filmpjes terugvinden van deze soorten. Heel wat ervan spelen ook een grote of kleinere rol in de dassenfilm!
Grauwe klauwier: het roofvogeltje onder de zangvogels
Ook al zijn het echte zangvogels, grauwe klauwieren (Lanius collurio) hebben een naar beneden gekromd snaveltje, net zoals de 'echte' roofvogels. Het zijn geduchte jagers die vanop de top van een struik of weidepaaltje speuren naar grote insecten en ongewervelden, zoals vlinders, regenwormen of sprinkhanen, maar ook kleine zoogdieren, hagedissen of andere vogels. Te grote prooien prikken ze soms vast op prikkeldraden of stekels van meidoorhagen (waar ze trouwens ook in broeden), om zo de prooi uit mekaar te trekken. Je ziet ze erg vaak in de top van een struik of op een weidepaaltje, op zoek naar prooien.
Boomklever: Metselende boomholte-bewoner
In elk stukje bos in de Voerstreek kan je wel boomklevers (Sitta europeae) tegenkomen. Meestal hoor je ze vaak, maar het zijn zeker geen onopvallende vogels. Het zijn trouwens de enige vogels bij ons die zowel naar boven als naar beneden kunnen lopen tegen de boomschors. De boomkruiper kan bijvoorbeeld enkel naar boven kruipen. Met een mengsel van modder en speeksel passen ze de grootte van de ingang van de nestholte zo aan dat ze er zelf net inkunnen. Grotere vogel als spechten en spreeuwen raken er dan niet meer in.
Harde zaden of noten klemmen ze vast tussen de schors om er zo met hun snavel op in te hakken. Het geluid dat hierbij gemaakt wordt lijkt wel een beetje op een roffelende specht.
Kneu: zaadetende zangvogel met karmijnrode borst
Het gekwetter van de kneu (Linaria cannabina) hoor je op verschillende plekken in de Voerstreek. Als echte zaadeters vind je ze vooral in, of in de buurt van, grassen of kruiden. Het vrouwtje is wat onopvallend, maar het mannetje valt op door zijn karmijnrode borst. In de winter trekken de meeste vogels naar het zuiden, al blijven er ook altijd hier en brengen noordelijke dieren bij ons de winter door. Let vooral op de mooie karmijnrode borst van het mannetje.
De meeste zaadeters voeden hun opgroeiende jongen met insecten. Kneus niet. Zij voeden hun jongen al vanaf de geboorte met zaden. Per broedseizoen kunnen ze trouwens tot 3 nesten grootbrengen.
Vliegend hert: de grootste kever van ons land
Bijna 10 cm groot kan het vliegend hert (Lucanus cervus) worden, de grootste kever van ons land. Als je een mannetje ziet, zie je direct waar hij zijn naam vandaan haalt. Wat er uitziet als een herten-gewei (vandaar de naam…) zijn eigenlijk vergroeide kaken. Eten kan het mannetje hier niet mee, maar ze dienen dan ook vooral om indruk te maken bij vrouwtjes en om andere mannetje omver te werpen tijdens de balts. Al duurt die periode niet lang. Als keverlarven blijven vliegende herten enkele jaren onder de grond, maar eenmaal verpopt tot echte kever, blijven ze nog maar enkele weken in leven.
Vroedmeesterpad: mannetjes dragen de eitjes
De ‘kikkerdril’ ontwikkelt zich bij de vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) niet in het water, zoals bij andere amfibiesoorten. Na de paring worden de eitjes als een snoer rond de achterpoten van het mannetje gewikkeld die de eitjes vochtig houdt! Dit gebeurt verschillende keren per jaar. Als de eitjes op het punt staan om uit te komen, trekt het mannetje pas naar het water.
In de Voerstreek zijn er speciale maatregelen genomen om de nog erg kleine populatie een duwtje in de rug te geven.
Belangrijk is dat vroedmeesterpadden de beschikking heeft over kleine waterpartijen die het hele jaar door water bevatten. Dit is belangrijk omdat de meeste larven in het water blijven overwinteren. Daarom zijn verspreid over de Voerstreek heel wat kleine betonnen poeltjes aangelegd die vroedmeesterpadden, maar ook heel wat waterdiertjes, extra kansen bieden.
Everzwijnen: onbekend maakt onbemind
Er zitten heel wat everzwijnen (Sus scrofa) in de Voerstreek, maar je komt ze maar zelden tegen. Het blijven schuwe dieren die voornamelijk ’s avonds en ’s nachts actief zijn. Voor de duidelijkheid: everzwijnen die mensen aanvallen zijn we in Voeren nog niet tegengekomen. Met hun gewroet kunnen ze echter wel schade toebrengen in tuinen of op akkers. Ditzelfde gewroet kan in een bosgebied echter een grote meerwaarde betekenen voor de biodiversiteit.
Vlak voor de geboorte zondert de moeder zich af van haar groep (rotte). Ze maakt een echt nest waarin haar jongen geboren worden. Na twee weken sluit de moeder zich dan weer aan bij de groep. Meer info over het fascinerende (en soms vervelende…) leven van everzwijnen kan je vinden op https://wild-things.be/everzwijnen/ . Je kan hier ook info terugvinden over een voordracht, speciaal over everzwijnen.
Wilde kat: spook van het bos
In juni 2024 raakte bekend dat er aan de oostkant van de Voerstreek, in het Vrouwenbos, een populatie wilde katten (Felis sylvestris) aanwezig was. Enkele maanden later, in november, verscheen plots een wilde kat voor één van mijn wildcamera’s in Altenbroek, meer in het westen van de Voerstreek. Dit was de eerste keer dat hier het bewijs werd geleverd van de aanwezigheid van een wilde kat, al lag het natuurlijk wel in de lijn van de verwachtingen.
Wilde katten hebben niets te maken met huiskatten of verwilderde katten. Het is een aparte soort, die de laatste jaren in het zuiden van ons land in aantal toeneemt. Tussen de Voerstreek en de rest van Limburg loopt de Maas, die nog altijd wel een barrière vormt die zeker wel te overbruggen valt, maar dit heeft tijd nodig. Wilde katten zijn echte knaagdierenjagers. Hun favoriete prooien vormen muizen en ratten, al kunnen ze zeker en vast ook konijnen pakken, of zelfs jonge reeën. Meer informatie over wilde katten kan je terugvinden op www.wild-things.be/wilde-kat.
Boommarter: een schuwe bosbewoner
Terwijl het veel bekendere broertje, de steenmarter, letterlijk overal voorkomt in België en Nederland, is de boommarter (Martes martes) een veel zeldzamere marterachtige. Sinds een onderzoek in 2012-2013 was al duidelijk dat er in het oosten van de Voerstreek boommarters voorkwamen. Je kan het onderzoek hier terugvinden. In januari 2025 lukte het mij om een boommarter in beeld te brengen in Altenbroek. Steenmarters zoeken vaak een menselijke omgeving op (vaak met bijhorende overlast), maar boommarter blijven toch vooral schuwe nachtelijke bosbewoners.
Dit maakt dat het opmerken van een boommarter niet simpel is. Maar de kansen worden groter. De boommarter is zijn verspreidingsgebied aan het uitbreiden, én er wordt meer en meer gebruik gemaakt van wildcamera’s, waardoor de kans wordt vergroot om een boommarter goed in beeld te krijgen. Zoals hier.
Reeën: overal te zien in Voeren
Reeën (Capreolus capreolus) kan je in de Voerstreek bijna altijd zien als je een ochtend- of avondwandeling maakt. En je ziet ze ook veranderen, afhankelijk van de tijd van het jaar: een kastanjebruine zomervacht, eerder grijs in de winter, met gewei, zonder gewei, jonge reeën met vlekjes, blaffende of vegende reeën,… Reeën zijn fijnproevers die zot zijn van kruiden, bloemen of jonge blaadjes. Je vindt reeën dan ook eerder aan de bosrand, dan grazend in de open velden.
Reeën zijn de enige hertachtigen met een uitgestelde zwangerschap. Hun bronsttijd is in de zomer. Maar als de paring dan plaatsvindt, zouden de jongen in theorie in de herfst geboren worden. Dan is het echter veel te koud en is er te weinig voedsel te vinden. De jongen beginnen zich in het moederlichaam daarom pas in januari te ontwikkelen, zodat de jongen geboren worden in de lente. Dan stijgen de temperaturen en is er veel eten te vinden. Meer informatie over reeën vind je op https://wild-things.be/reeen/
Wildlife Video Gallery
Wildlife in Juni in de Voerstreek
Opgroeiende grauwe klauwieren
Putter eet distel-zaadjes
Steun ons in dit uniek project!
Wil je zelf betrokken raken en het maken van deze film steunen, klik dan hieronder!
Ontdek de planten van de Voerstreek
Probleem met het weergeven van Facebook berichten. Back-up cache in gebruik.
Klik om de fout te tonen




















