Ecosysteem-ingenieurs aan het werk!
Bevers (Castor fiber)
De terugkeer van bevers
Die overbejaging, in combinatie met het verdwijnen van geschikt habitat, had als resultaat dat bevers in het midden van de 19de eeuw uit Vlaanderen waren verdwenen. De laatste Belgische bever verdween in 1848, de laatste in Nederland dateert al van 1825. In het begin van de 20ste eeuw waren er naar schatting nog amper 1.200 bevers over, verspreid over 8 relictpopulaties in Frankrijk, Duitsland, Noorwegen, Wit-Rusland, Rusland, Oekraïne, Mongolië en China.
Omdat er zo weinig bevers overbleven, maar men wel steeds meer begon te beseffen dat bevers een belangrijke ecologische rol te vervullen hebben, werden al vanaf de jaren ’20 op heel wat plaatsen bevers terug geherintroduceerd. In Nederland gebeurde dit voor het eerst in 1988. Tussen 1988 en 2005 werden er 144 geherintroduceerd. Ook in België was er sprake van een officiële herintroductie, maar in 1998 werden in Wallonië 101 bevers illegaal geherintroduceerd. Niet veel later, in 2003, werd hetzelfde gedaan in Vlaanderen, toen werden al heel af en toe bevers uit Nederland opgemerkt in Vlaanderen.
Of ze nu legaal of illegaal werden geintroduceerd, de vrijgelaten bevers deden het goed. Zo goed zelfs dat er op dit moment in Europa naar schatting meer dan 1 miljoen bevers terug rondzwemmen
Hoe ziet een bever eruit?
Bevers trekken hun plan wel op het land, maar het zijn eigenlijk echte waterdieren. Hun hele bouw is aangepast om zo zo vlot mogelijk in het water te verplaatsen.
De grote platte staart van een bever heeft een geschubd patroon. Vroeger mocht men vanuit religieuze overwegingen op vrijdag geen vis eten. Maar een bever heeft een geschubde staart, dus het moest wel een vis zijn… Creatief omspringen met de regels, heet dit. Maar de staart zelf heeft verschillende functies. Hij zorgt voor balans tijdens het zwemmen, maar kan ook dienst doen als alarmsignaal. Dreigt er gevaar, zoals een passerend roofdier, dan slaan ze hard met hun staart op het water vooraleer ze snel wegduiken. Op die manier weten soortgenoten dat ze ook moeten maken dat ze weg zijn.
Door meer of minder bloed doorheen hun staart te pompen, kunnen ze hun lichaamstemperatuur ook wat bijstellen. Is het warm, dan sturen ze veel bloed doorheen de staart ter afkoeling. Is het koud, dan gaat er minder bloed doorheen.
Net zoals andere knaagdieren blijven de tanden van bevers levenslang doorgroeien. Daarom moeten ze geregeld knagen, al vormt dat voor een bever natuurlijk geen groot probleem. De tanden zien er ook erg oranje uit. Dit komt omdat bevers ijzer hebben in hun enamel, terwijl de meeste andere knaagdieren hier in de plaats magnesium hebben. Dit maakt de tanden extra stevig. Om diezelfde stevigheid te behouden, zitten de tanden ook heel diep verankerd in de schedel, zoals je op de röntgenfoto kan zien. Als we in het Natuurhulpcentrum een bever moeten verdoven, gebruiken we daarom ook geen duur mondmaskertje, maar een opengesneden plastieken fles. Dit spaart kosten…
Bevers en hun dammen
Die dam bouwen ze om twee redenen. Eerst en vooral is er de veiligheid. Bevers leven in een burcht die ze bereiken via de ingang. Die ingang moet altijd onder water liggen om roofdieren op afstand te houden. Als het water niet diep genoeg is, komt de ingang van de burcht in de zomer misschien boven water te liggen, wat gevaarlijk is voor bevers, zeker als er jongen in de burcht geboren zijn. Door dammen te bouwen ligt de ingang continu onder water, onbereikbaar voor roofdieren als wolven, beren en lynxen.
Een tweede reden voor het bouwen van dammen is het aanleggen van een voedselvoorraad onder water. Bevers houden geen winterslaap. Ook al kweken ze tegen de herfst een stevige vetlaag, toch moeten ze ook in de winter eten. Daarom leggen ze een voedselvoorraad aan die bestaat uit takken en twijgen. Het koude water houdt de takken vers. Is het water niet diep genoeg, dan vriest hun voedselvoorraad tijdens de winter vast, en wordt die onbereikbaar. Door de dammen stijgt het waterniveau, en kunnen de bevers de hele winter genieten van de verse voedselvoorraad. Omdat ook de ingang van de burcht onder water ligt, kunnen ze onder water hun voorraad bereiken, en blijven ze dus uit het zicht van roofdieren.
De grootte van een beverdam kan enorm verschillen. Er zijn kleine dammen van amper een meter lengte, maar er zijn dammen die tot enkele tientallen meters lang en 2m hoog kunnen zijn. Hierdoor toveren ze kleine riviertjes om tot gigantische moerashabitats, waarvan heel wat andere dier- en plantensoorten kunnen profiteren. In het filmpje hiernaast kan je zien hoe een beverfamilie door de bouw van dammen het landschap volledig hebben aangepast. Op andere plekken kan je hetzelfde riviertje met één grote pas oversteken…
Impact van bevers
Vertrekkende vanaf het hoofdriviertje graven bevers zijwaarts kanalen uit. Dit doen ze zodat ze veilig via het water, en niet open en bloot via het land, op zoek kunnen gaan naar voedsel of naar materiaal om hun dam of burcht uit te breiden of aan te passen. Door die zijkanalen wordt een groter gebied vochtiger, en krijg je wetlands. In onderstaande foto zie je de blauwe lijn die doorheen het riviertje loopt. De oranje lijnen bakenen het vochtige gebied af dat door het graaf- en knaagwerk van de bever omgevormd is tot een wetland. Ten noorden en ten zuiden van dit wetland is dit gewoon een snelstromend riviertje.
De wetlands houden als een echte spons massa’s water vast. Dit water wordt dan langzaam terug afgegeven aan het riviertje. Laat dit nu net iets zijn wat echt nodig is om overstromingen van benedenstrooms liggende akkers of dorpskernen te voorkomen. Vaak moet er massa’s geld besteed worden om water te capteren om overstromingen te vermijden. Bevers doen dit gratis en voor niets!
Tegelijkertijd blijven de wetlands zelfs in tijden van langere droogte een soort van vochtige oase.
Een beverterritorium werkt als een echte spons: in vochtige periodes neemt het water op en geeft het traag terug af, en in droge periodes blijft het een vochtige oase.
Onderzoek heeft uitgewezen dat een bever-wetland lokaal zorgt voor een verbetering van de waterkwaliteit. Het snelstromend beekje neemt veel sediment mee, waarin vaak stikstof zit. Dit sediment komt in de traagstromende bevervijvers terecht waar het neerslaat op de bodem. Bacteriën in de vijver breken de nitraten vervolgens af, en dit komt als gas terug vrij. 5-45% van het stikstof kan op die manier uit het water worden gefilterd!
Bevers en hun vacht
Aan de basis van hun staart hebben bevers nog enkele klieren die een vettige, waterafstotende olie afscheiden. Met hun voorpoten wrijven ze hier eerst over, om vervolgens heel hun lichaam ermee in te smeren. Hierdoor blijft de vacht waterdicht en kunnen ze mooi door het water glijden. Dit is erg belangrijk. Vanaf het moment dat die waterafstotende laag doorbroken wordt, bestaat het risico dat er water tot aan de huid doorsijpelt, en dit kan onderkoeling veroorzaken.










