Het kleine broertje van de lynx

Wilde kat (Felis silvestris)

De Europese wilde kat is een iconisch dier dat niets te maken heeft met huiskatten, verwilderde katten of zwerfkatten. In Vlaanderen is de kans om ze tegen te komen nog altijd extreem klein, maar wie weet waar hij moet zoeken heeft in de Ardennen een grotere kans om wilde katten te spotten. Het lukte mij al verschillende keren om hier wilde katten te zien, maar in Vlaanderen lukte het tot nu toe enkel met een wild camera. 

Katachtigen spreken altijd tot de verbeelding, ze vormen voor veel mensen het absolute hoogtepunt tijdens een Afrikaanse safari. Maar ook bij ons komen kattensoorten voor. Ze zijn dan misschien (veel) minder zichtbare, maar minstens zo boeiende dieren. In West-Europa kunnen we drie soorten tegenkomen: de Euraziatische lynx (Lynx lynx), de Iberische lynx of pardellynx (Lynx pardinus), en de Europese wilde kat (Felis silvestris). Hoewel de eerste ook stilaan in ons land begint op te duiken, is de wilde kat eigenlijk de enige die we écht kunnen tegenkomen. Het zijn forse dieren die iets groter zijn dan een grote huiskat, en hun dikke staart geeft hen een nog wat wilder uiterlijk. In het zuiden van ons land zijn ze nooit echt weggeweest, maar in Vlaanderen duiken ze na lange tijd van afwezigheid terug op.

Wilde katten en huiskatten

Wilde katten en huis-, zwerf- of verwilderde katten hebben weinig met elkaar te maken, maar er zijn een aantal huiskattenrassen, zoals de Cyperse huiskat, die wel wat op een wilde kat lijken. Daarom is het zeker niet zo simpel om onmiddellijk een kat als wilde kat te herkennen, zeker als je vanuit een auto spotlight en in het halfdonker een op een wilde kat lijkend dier zit. Dat huiskatten letterlijk overal zitten, ook in de meest afgelegen gebieden, maakt het er natuurlijk niet makkelijker op. Bovendien treedt hybridisatie tussen wilde kat en huiskat ook op, en de nakomelingen zijn vaak op het zicht niet te onderscheiden van een zuivere wilde kat.

Kernmerken

Het belangrijkste en meest opvallende kenmerk is de relatief korte, maar wel dikke staart, stompe, afgeronde staart met maar een vijftal zwarte banden. Huiskattenrassen hebben soms ook een gebandeerde staart, maar dan zijn er vaak veel meer strepen. Het neusje is bij de wilde kat ook altijd vleeskleurig. Op de rug loopt een zwarte streep, en in de nek lopen ook een viertal zwarte strepen. Dat kan je in het filmpje beter zien dan op de foto hiernaast.

 

Hybridisatie

De Europese wilde kat mag dan misschien wel lijken op een aantal huiskattenrassen, maar gedomesticeerde katten zijn afkomstig van de Afrikaanse wilde kat of Nubische wilde kat (Felis lybica). Deze kattensoort komt trouwens niet alleen voor in Afrika, maar ook in Centraal- en West-Azië. Vanuit Azië is deze kat trouwens ook gedomesticeerd tot de huiskat.

Uit onderzoek blijkt dat huiskatten tussen de 2.200 en 2.800 jaar geleden in Europa terecht zijn gekomen. Ondanks dat huiskatten en wilde katten dus al ruim 2.000 jaar in Europa samenleven, en dat huiskatten ook vaak vrij rondlopen en dus veel in contact komen met wilde dieren (de meeste andere huisdieren zitten opgesloten in kooien) is uit onderzoek gebleken dat er eigenlijk maar relatief weinig hybridisatie voorkomt.

Hier zijn waarschijnlijk een aantal redenen voor. Huiskatten komen in grote aantallen voor in een menselijke omgeving waar veel voedsel te vinden is. Buiten die menselijke omgeving, waar minder voedsel te vinden is, worden ze vaak weggeconcurreerd door de agressievere wilde kat.

Daarnaast is de paartijd voor de wilde kat enkel in de winter en de lente, terwijl huiskatten heel het jaar door kunnen paren. Ook hierdoor is er minder kans dat wilde katten en huiskatten zullen paren.

Toch wil dit niet zeggen dat er geen risico is. In Frankrijk, maar zeker ook in Schotland, is er wel bewijs van hybridisatie tussen huiskatten en wilde katten. In Schotland kwam dit waarschijnlijk door een sterke daling van het aantal wilde katten die in het begin van de 19de eeuw begon en nog werd versterkt tegen het einde van de 20ste eeuw door vervolging en een mindere kwaliteit van hun leefgebied. Het gevolg is dat de wilde katten die nog overbleven, vaak ‘noodgedwongen’ paarden met huiskatten. Zo goed als alle gevangen wilde katten blijken een of andere hybridisatiegraad te hebben. 

Maar recent onderzoek in Nederland geeft aan dat we ook hier erg goed moeten oppassen. Van de tien gevangen katten die via uiterlijke kenmerken als wilde kat konden bestempeld worden, bleek na DNA-onderzoek de helft van de katten een hybride te zijn! Drie dieren waren een kruising tussen een wilde kat en een huiskat (F1-hybride). Eén dier was een F2-hybride, dus een kruising van 2 F1-hybrides, en één dier was een backcross: een kruising tussen een zuivere wilde kat en een F1-hybride. Het volledige onderzoek is hier te vinden. 

 

Leefgebied en voedsel van wilde katten

Wilde katten hebben vooral nood aan grote, natuurlijke bosgebieden. Onder oude, omgevallen bomen, kreupelhout of struiken vinden ze de beschutting die ze nodig hebben om overdag te rusten of als geboorteplaats voor hun jongen. Maar zoals voor zovele zoogdiersoorten zijn ook de bosranden en open stukken in het bos erg belangrijk als jachtgebied. In het meer droge en open Zuid-Europa komen ze vaker voor op gras- en steppelandschappen. Waar veel menselijke activiteit is, zijn ze meestal afwezig.

Heel Europa

Over heel Europa komen wilde katten voor. Gevonden fossielen leren ons dat de Europese wilde kat 450.000-200.000 jaar geleden voor het eerst in Europa verscheen. Daarna heeft vooral het klimaat in het Pleistoceen met zijn afwisselingen van ijstijden (glacialen) en warmer klimaat (interglacialen), en later menselijke invloeden (ontbossing, vervolging, verdwijnen van prooien,…) ervoor gezorgd dat er momenteel 4 grote genetische groepen (clusters) bestaan.

  • Zuidoost-Europese cluster: Italië tot Hongarije: Eigenschappen die vooral in de zuidoost-Europese populatie voorkomt, komen ook een beetje voor in de Iberische populatie in Spanje en Portugal. Dit komt waarschijnlijk door de ijstijden in het Pleistoceen. Tijdens de ijstijd was er een kolonisatiegolf vanuit Oost-Europa. Vervolgens was er een isolatie ten zuiden van de Alpen. De Alpen vormden immers een barrière. Die kolonisatie, en vervolgens isolatie, is trouwens ook te zien bij beren, reeën, edelherten,…
  • Centraal-Europese cluster: Alpen in Italië en de Balkan tot Duitsland
  • Geïsoleerde cluster in Schotland: Via een landbrug ongeveer 10.000 jaar geleden is Groot-Brittannië gekoloniseerd. Tijdens de ijstijden tijdens het Pleistoceen kwam de populatie telkens in een bottleneck, en momenteel is hybridisatie met gedomesticeerde katten hier een groot probleem.
  • Iberische cluster in Spanje en Portugal: In het Pleistoceen zijn er migratiegolven geweest vanuit Centraal Europa.

Gedrag en dieet van wilde katten

Wie wilde katten wil gaan spotten, moet tijdens valavond en ’s morgens vroeg op pad. Wilde katten zijn immers voornamelijk nachtactief, hoewel ze in gebieden met maar weinig aanwezigheid van mensen ook overdag actief kunnen zijn.

Zoals de meeste kattensoorten leven wilde katten strikt solitair. Hoe groot hun territorium precies is hangt af van de hoeveelheid voedsel. Onderzoek in Schotland geeft een gemiddelde territoriumgrootte van ongeveer 1-2km², terwijl in Hongerije de grootte kan variëren van 1,5-8,7km². Mannetjes hebben een groter territorium dan vrouwtjes, en dit overlapt vaak het territorium van verschillende vrouwtjes. Elk vrouwtje apart heeft wel haar eigen territorium.

Voortplanting

Wilde katten zijn solitair, enkel tijdens de paartijd komen ze samen. Die vindt plaats in januari-maart. De meeste jongen worden dan in april-mei geboren. De temperaturen beginnen dan te stijgen, en er is meer voedsel te vinden. De moeder heeft immers veel energie nodig, en de jongen kunnen dan de hele zomer opgroeien en leren jagen.

Opgroeiende jongen zijn heel erg speels en continu actief, maar daar stopt de vergelijking ook met jonge huiskatten.

Enkele jaren geleden werd in het Natuurhulpcentrum een jong katje binnengebracht. De mensen vonden het diertje tijdens een wandeling in Eupen, in de Belgische Oostkantons. De vinders dachten dat het ging om een gedumpt katje, maar na enkele dagen bleef het diertje nog altijd erg gestresseerd en zelfs agressief. De dierenarts suggereerde dat het hier misschien ging om een wilde kat, dus kwamen de mensen naar het Natuurhulpcentrum. DNA-onderzoek wees uit dat het inderdaad ging om een echte wilde kat. Nadien hebbewn e

Dieet

Wilde katten zijn gespecialiseerd in het jagen op kleine zoogdieren als ratten, muizen en woelmuizen. In gebieden waar veel konijnen voorkomen, zoals in Zuid-Europa, maken die een belangrijk deel uit van het dieet.

Soms eten ze ook wel hagedissen, amfibieën, vogels of zelfs steenmarters, wezels, of jonge reeën, maar dit is eerder sporadisch. Knaagdieren of konijnen blijven de belangrijkste prooi.

Als we dit vergelijken met het dieet van rondzwervende gedomesticeerde katten, blijken die laatste veel meer amfibieën, vogels, insecten,… te eten. Wilde katten zijn dus eerder specialisten, terwijl huiskatten generalisten zijn. Ze eten wat ze tegenkomen…

Wilde katten in Vlaanderen

In Wallonië leeft al lang een populatie wilde katten. De aantallen nemen wel toe, maar omdat er verschillende barrières zijn om tot in Vlaanderen te raken, zoals de Maas, gaat dit niet zo vlot. In Vlaanderen duurde het tot september 2012 vooraleer er na een afwezigheid van maar liefst 150 jaar terug een bewijs werd geleverd van de aanwezigheid van deze prachtige soort. Op een wildcamera in het Smeetshof in Bocholt, vlak tegen de Nederlandse grens, verscheen verrassend genoeg een wilde kat. Datzelfde jaar werd in hetzelfde gebied trouwens een otter gefilmd, toen ook een unicum. 

Wilde kat in Belgische Ardennen, gefilmd met wildcamera en spotlighten

Waar de kat toen vandaan kwam, is nooit opgeklaard omdat de dichtstbijzijnde populatie ruim 80km ver van Bocholt lag. Waarschijnlijk ging het daarom om een zwervend dier. Na deze beelden is de kat ook niet meer terug opgemerkt. Een jaar later verscheen ook in Nederland voor het eerst een wilde kat in beeld.

Links de wilde kat in Bocholt (2012), gefilmd tijdens beveronderzoek, rechts de wilde kat die in 2013 gefilmd werd in de Voerstreek door René Janssen (Bionet Natuuronderzoek). Dit waren de eerste Vlaamse wilde katten sinds meer dan 150 jaar. 

De Voerstreek

Lang duurde het niet vooraleer er opnieuw een waarneming kwam uit Vlaanderen. Een half jaar na de Bocholtse waarneming filmde René Janssen van Bionet Natuuronderzoek vijfmaal dezelfde wilde kat op verschillende locaties in het Vrouwenbos in het oosten van de Voerstreek. Dit was in april 2013, en gebeurde ook met een wildcamera. 

 In juni 2024 raakten ook de resultaten bekend van een onderzoek door bioloog Daan Dekeukeleire in dezelfde Voerstreek. In het oostelijk deel van de Voerstreek werden verschillende waarnemingen gedaan met wildcamera’s van wilde katten. Topwaarnemingen, al was het resultaat wel verwacht. Net boven de Voerstreek, in Nederland, werden al een tiental jaren wilde katten onderzocht, dus was de kans groot dat deze soort ook wel een populatie kende aan de andere kant van de grens. 

Het ging ook zeker om meerdere dieren. Voor de wildcamera wordt valeriaanolie gesmeerd. Katachtigen zijn zot van deze geur. Als een wilde kat passeert en de geur opmerkt, gaat ze hier onderzoekend aan ruiken. En dat is de bedoeling. Hoe langer de kat immers in beeld is, hoe groter de kans is dat je enerzijds het verschil goed kan zien tussen een huiskat en een wilde kat, en anderzijds eventueel individuele verschillen kan opmerken. De populatie is wel aan het uitbreiden, maar hoe lang het zal duren vooraleer we terug van een echte Vlaamse populatie kunnen spreken (buitende Voerstreek), valt af te wachten. Tussen de rest van Vlaanderen en de populatie in Wallonië/Voeren/Nederland ligt nog immers de Maas. Die rivier vormt zeker geen onoverkomelijke barrière, maar het kan de uitbreiding richting Vlaanderen wel sterk vertragen.

In november 2024 had ik zelf ook geluk. Met wildcamera’s houd ik al lang enkele dassenburchten in de gaten om de aantallen dassen te weten, en de uren waarop de dassen hun burchten verlaten. Zo weet ik wanneer ik ongeveer aan de burcht moet zijn om ze ‘echt’ te gaan filmen. Ik hield deze specifieke burcht al jaren in het oog, en op 1 beeld, gemaakt op 18 november, verscheen eenmalig een wilde kat in beeld! De toekomst zal uitwijzen of het effectief gaat om een toevallige passant of een recent gevestigd dier.

Links de originele beelden van een wilde kat die we in de Voerstreek konden filmen, rechts een nieuwsbericht hierover van TV Limburg

Bronnen

Velli, E., Caniglia, R., & Mattucci, F. (2023). Phylogenetic History and Phylogeographic Patterns of the European Wildcat (Felis silvestris) Populations. Animals13(5), 953. https://doi.org/10.3390/ani13050953

Jamieson, A., Carmagnini, A., Howard-McCombe, J., Doherty, S., Hirons, A., Dimopoulos, E., Lin, A. T., Allen, R., Anderson-Whymark, H., Barnett, R., Batey, C., Beglane, F., Bowden, W., Bratten, J., De Cupere, B., Drew, E., Foley, N. M., Fowler, T., Fox, A., . . . Frantz, L. (2023). Limited historical admixture between European wildcats and domestic cats. Current Biology33(21), 4751-4760.e14. https://doi.org/10.1016/j.cub.2023.08.031

Nussberger, B., Barbosa, S., Beaumont, M., Currat, M., Devillard, S., Heurich, M., Howard-McCombe, J., Mattucci, F., Nowak, C., Quilodrán, C. S., Senn, H., & Alves, P. C. (2023). A common statement on anthropogenic hybridization of the European wildcat (Felis silvestris). Frontiers in Ecology and Evolution, 11. https://doi.org/10.3389/fevo.2023.1156387

 

Aanvullende cameravalzoektocht naar wilde kat en boommarter in Zuid-Limburg (NL) en de Voerstreek (B) in 2012-2013, René Janssen en Jaap Mulder

 

 

Dassenfilm

Al enkele jaren filmen we het boeiende leven van een familie dassen en hun omgeving. Ontdek er alles over!