Toppredatoren met een controversieel kantje...
Wolven (Canis lupus)
Zelfs na al heel wat jaren terug aanwezig in onze regio, blijven wolven erg controversieel. Je hebt (te) grote voorstanders en (te) grote tegenstanders. Maar in the end blijft het gewoon een inheemse diersoort, net zoals zovele andere, die als toppredator hun plaats hebben in onze natuur.
Voedsel – Voorkeur voor wilde prooien
Vervolging van wolven
Er is niet altijd zo verheugd gereageerd op de aanwezigheid van de wolf. Integendeel. Gedurende honderden jaren werden wolven overal in hun verspreidingsgebied vervolgd. Er werden zelfs premies uitgereikt per gedode wolf om de populatie toch maar zoveel mogelijk terug te dringen. Maar dit gold niet alleen voor wolven. Eigenlijk werd elk dier dat ook maar een beetje weg had van een roofdier vervolgd: van de kerkuil tot de vos en van de buizerd tot de wolf, alle roofdieren werden vergast, vergiftigd, geschoten of uitgegraven.
Als je als vogelkijker in de jaren ’60-’70 een buizerd wilde zien, moest je naar de Ardennen gaan, en met wat geluk zag je dan wel een buizerd. Een heel andere situatie dan nu. De reden van de massale vervolging was in eerste instantie de impact die roofdieren hadden op het leven van de mens. Als je vroeger enkele kippen kwijtraakte door een vos, betekende dit dat je misschien een week geen vlees had. Tegenwoordig kan je het wel vervelend vinden als een vos enkele van je kippen rooft, maar je zal er geen stukje vlees minder door eten. Bovendien was er in het verleden nog geen elektriciteit, dus was er geen echte afdoende manier om vee efficiënt te beschermen tegen roofdieren. Elke keer opnieuw werden wolven beloond met vers gratis vlees als ze onder een omheining kropen.
In de 18e en de 19de eeuw werd de wolf ook aanzien als een voor de mens gevaarlijk dier. En toen, anders dan nu, was dat soms ook zo. In die tijd leefden mensen veel meer buiten op het platteland. En hierdoor associeerden wolven mensen veel vaker met voedsel. En als er 1 ding met wilde dieren is dat altijd problemen oplevert, dan is het de associatie tussen mens en voedsel. Zeker in oorlogssituaties, waarbij lijken van oorlogsslachtoffers vaak gewoon bleven liggen, konden wolven makkelijker de link leggen tussen mensen en voedsel. Maar desondanks gebeurde het in het verleden toch maar zeer zelden dat een gezonde wolf een mens als prooi beschouwde. Toch komen de roodkapje-verhalen ergens van. Wolven hebben in het verleden inderdaad heel wat mensenslachtoffers gemaakt. Maar dit had te maken met een ziekte, een verschrikkelijke ziekte die momenteel in West-Europa niet meer voorkomt: hondsdolheid!
Hondsdolheid
Hondsdolheid, of rabiës, is een vreselijke ziekte die voor een besmette mens altijd dodelijk is. Het rabiës-virus wordt verspreid via het speeksel van besmette dieren. Het meest vatbaar zijn roofdieren, maar ook vleermuizen of primaten kunnen besmet raken. Eén van de symptomen bij roofdieren, voornamelijk in een laatste fase van de ziekte, is het verliezen van alle angst en controle. Als een dolle hond bijt de besmette wolf alles wat ook maar in zijn weg komt, en dan kan het natuurlijk erg gevaarlijk worden voor mensen. Dit zorgde natuurlijk voor een terechte angst voor wolven. Hondsdolheid, in combinatie met het pakken van vee, maakte de wolf tot een gevreesde vijand. En hieruit volgden ook de talloze sprookjes en legendes, waarbij de wolf altijd werd voorgesteld als een levensgevaarlijk, bloeddorstig roofdier.
Ondertussen zijn de voornaamste redenen waarom wolven gevaarlijk zouden kunnen zijn verdwenen. Hondsdolheid is verdwenen in West-Europa, België is sinds 2008 officieel hondsdolheid-vrij. DIt maakt dan ook dat in West-Europa geen mensen meer sterven door wolven. Toch hebben onze toppredatoren tot op de dag van vandaag bij sommige mensen nog altijd een kwalijke reputatie. Een reputatie die ze dus eigenlijk niet meer verdienen.
Wolf verdwenen
De massale vervolging van wolven had succes, want sinds ongeveer 1840 was de wolf verdwenen over bijna heel Europa. Enkel in een aantal onherbergzame gebieden in Oost- en Zuid-Europa konden wolven nog overleven. En hierdoor hebben heel wat mensen nog het idee dat wolven dieren zijn die die gigantische, ver van de mens gelegen gebieden nodig hebben. Maar dit klopt niet. Die gebieden waren gewoon de enige gebieden waar wolven in die tijd nog konden overleven. Elke wolf die een poot durfde zetten buiten die gebieden, werd afgemaakt.
De come-back van wolven
Gelukkig veranderen tijden. Je kan er niet naast kijken in de media: de wolf is bezig aan een stevige comeback! Die comeback is natuurlijk al langer bezig dan januari 2018, toen gezenderde wolvin Naya de Belgisch-Nederlandse grens overstak. Natuurliefhebbers wisten al veel langer dat de wolf vroeg of laat zou opduiken in België (in 2011 kon ikzelf trouwens samen met de ploeg van Dieren in Nesten al een wolf filmen in Gedinne, een dorpje in Namen). De vraag was dus niet óf de wolf terug voet aan wal zou zetten in Vlaanderen, de vraag was gewoon wánneer!
Rondtrekkende wolven kunnen lang onder de radar blijven. Nu wordt er bij elk doodgebeten schaap onmiddellijk aan een wolf gedacht en worden DNA-stalen genomen, maar enkele jaren geleden niet, en ging men er gewoon van uit dat de dader een ontsnapte hond was, nog altijd dé grootste vijand van schapen. Hoogstwaarschijnlijk was wolvin Naya daarom niet de eerste Vlaamse wolf. Het was gewoon de eerste gezenderde wolf die ons land binnenkwam.
Het is niet verwonderlijk dat wolven aan een come-back bezig zijn, net zoals eigenlijk heel wat andere roofdieren. Het beeld dat de meeste mensen hebben van roofdieren is helemaal veranderd. Ondertussen weten we veel beter dan vroeger hoe extreem belangrijk roofdieren zijn om ecosystemen gezond te houden. Bovendien is de impact van roofdieren veel minder groot dan vroeger. Het is nog altijd heel erg vervelend voor een schapeneigenaar als schapen worden doodgebeten, maar de eigenaar zal er geen stukje vlees minder door eten. Het is ook véél makkelijker geworden om, met wat goede wil, schapen of ander vee te beschermen tegen de wolf.
Aangepaste wetgeving
Door dit veranderde idee is ook de wetgeving aangepast. In juni 1982 trad in alle Europese landen de conventie van Bern in voege. Die wetgeving dwingt Europese landen ertoe maatregelen te nemen om de habitats van bepaalde wilde dier- en plantensoorten te beschermen. Ondertussen is deze wetgeving overgenomen door de Europese Habitatrichtlijn in de Europese Unie. De wolf is hierin opgenomen in Bijlage II en IV. Een opname in Bijlage II wil zeggen dat het land bepaalde beschermingszone’s moet aanduiden voor de wolf. Bijlage IV verplicht een land dan weer om strikte beschermingsmaatregelen uit te werken over het hele grondgebied van het land.
Omdat het al langer duidelijk was dat de wolf aan een opmars bezig is, werd ook de specifieke Vlaamse wetgeving hierop aangepast. In het Soortenbesluit, de wetgeving in Vlaanderen die handelt over de bescherming van dier- en plantensoorten in Vlaanderen, werd de wolf in 2016 toegevoegd als een soort die de hoogste bescherming geniet. Dit kan trouwens ook niet anders, aangezien de wolf over heel Europa streng is beschermd. Enkel onder zeer strikte omstandigheden kan van de bescherming worden afgeweken. Die omstandigheden worden opgesomd in het Interventieprotocol Probleemsituaties Wolf. Je kan dit document hier terugvinden.
Aangepaste omstandigheden
Een goede wettelijke bescherming zorgt er al voor dat een wolf die een poot uit een afgelegen berggebied zet, niet onmiddellijk wordt afgeknald. Maar de wettelijke bescherming mag dan nog zo goed zijn, als de ecologische omstandigheden niet meezitten zal het onmogelijk zijn voor een soort om zich ergens te settelen. En die omstandigheden spelen in het voordeel van de wolf. In het zuiden en oosten van Europa is een grote plattelandsvlucht aan de gang.
Jonge mensen trekken weg uit afgelegen dorpjes en zoeken de grotere steden op. Kleine dorpen lopen leeg, en hier profiteren prooisoorten als ree, edelhert of everzwijn van. In het kielzog daarvan volgen natuurlijk de grotere roofdieren. Ook bij ons, in West-Europa nemen de populaties groot wild, zoals everzwijnen, reeën en edelherten stevig toe.
Prooisoorten zijn er op vele plekken ondertussen genoeg. Een voldoende groot geschikt leefgebied is wat moeilijker in het dichtbevolkte West-Europa. Moeilijker, maar zeker niet onbestaande.
Militaire domeinen bijvoorbeeld bieden een geschikt toevluchtsoord voor wolven die op zoek zijn naar een nieuw leefgebied. Enerzijds omdat dit meestal erg grote gebieden zijn, maar ook omdat ze ongestoord zijn. Ook in landen waar buiten de militaire gebieden ook nog heel wat grote aaneengesloten natuur aanwezig is worden militaire domeinen vaak als eerste gekoloniseerd door de grote rust die er heerst. Door strenge controles is de kans op stroperij bovendien een stuk lager.
Maar hoewel militaire domeinen vaak de eerste gebieden zijn die gekoloniseerd worden, kunnen wolven ook perfect leven in cultuurlandschappen, bosgebieden,…
Wettelijke bescherming loont!
Die bescherming en goede omstandigheden lonen. Ondertussen komen wolven in 28 Europese landen voor. In 1998 dook in de Lausitz-regio in het uiterste oosten van Duitsland een eerste roedel op. Langzaamaan schoof die oostelijke populatie meer en meer op naar het westen. Tegelijkertijd begon ook de zuidelijke, Italiaanse populatie naar het noorden op te schuiven. In 1992 dook in Frankrijk de eerste wolf op. En deze zuidelijke populatie schoof dan weer langzaam op naar het noorden. Als je de lijnen van beide populaties doortrekt (oostelijke populatie breidt uit naar het westen, zuidelijke populatie breidt uit naar het noorden), dan blijken België en Nederland letterlijk op het snijpunt te liggen van beide populaties. En we zien momenteel inderdaad dat er in België wolven aanwezig zijn van beide populaties! Allemaal heel erg logisch. Onverwacht voor heel wat mensen, maar wel logisch. Even logisch en verwacht waren de uitzettingsverhalen die de ronde zouden doen. Wolven zouden gekweekt worden en her en der uit witte camionettes worden geduwd. Onzin natuurlijk.
MISVERSTAND 1: ZIJN WOLVEN ILLEGAAL UITGEZET?
Vooral vanuit de jachtsector duikt het verhaal over illegale uitzettingen van wolven elke keer opnieuw weer op. Hetzelfde deed zich enkele decennia geleden voor toen de populatie vossen begon toe te nemen. ‘Witte camionetten’ met wolven zouden wolven op verschillende locaties hebben uitgezet. Niet alleen bij ons, maar overal waar wolven opduiken doet hetzelfde verhaal de ronde. Totale onzin natuurlijk, maar laten we eens nagaan wat het complete verhaal zou zijn als wolven écht illegaal zouden zijn uitgezet:
Als de wolven in België illegaal zouden zijn uitgezet, dan zijn de wolven uit Nederland en Noord-Frankrijk dit uiteraard ook. Het gaat ondertussen al over tientallen wolven. Dit zou dus concreet willen zeggen dat er verspreid over Europa gigantische wolvenkwekerijen zijn, en dat mensen zich gaan bezighouden om op geregelde tijdstippen wolven op te pikken in die kwekerijen, en die wolven dan uit de camionette zouden duwen op talloze plekken in Europa. Dat op zich is al lachwekkend te noemen. Maar daar stopt het niet bij. Sommige wolven zijn gezenderd voor wetenschappelijk onderzoek. Dus het zou dan ook willen zeggen dat universiteiten mee in het ‘uitzettingscomplot’ zitten. Vervalste wetenschappelijke publicaties zouden dan zijn verschenen in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften. Er wordt door erkende labo’s gesjoemeld met DNA-resultaten,… Het complot zou gigantisch zijn. En dat allemaal voor een soort die zich al decennia lang op natuurlijke wijze is aan het uitbreiden. Iedereen gelooft natuurlijk wat hij/zij wil. Geloven in complottheorieën is iets waar we meer en meer mee geconfronteerd worden. Voor mij persoonlijk staat dit verhaal op hetzelfde niveau als geloven dat de aarde plat is en dat de landing op de maan fake is. Het is langs de ene kant grappig om te horen dat er effectief mensen zijn die dit geloven, maar langs de andere kant ook wel onrustwekkend. De grootste verspreiders van dit soort verhalen zijn immers jagers. En dat zijn net de mensen die op zondag met een geweer het bos intrekken om de natuur te gaan beheren, en die een zware jachtopleiding zouden gehad hebben…
Grappig bijkomend puntje is dat de gezenderde wolvin Naya vaak als voorbeeld wordt aangehaald. Zij was gezenderd, dus ze was uitgezet. Maar wie de moeite doet om hierover wat opzoekingswerk te doen, weet dat Naya gezenderd werd in het kader van een onderzoek naar de impact van wolven op damherten, gefinancierd door… jagers. Dus als Belgische jagers zeggen dat het onmogelijk is dat een Duitse gezenderde wolf tot in België kan zijn gelopen, zeggen ze eigenlijk letterlijk dat hun Duitse collega’s leugenaars zijn…
de wolvenroedel
Zeker in het begin, toen de wolf net terug in ons land aanwezig was, vreesden sommige mensen dat de aantallen wolven in een roedel alsmaar zouden groeien. Maar dat klopt eigenlijk niet. Het woordje ‘roedel’ kan je in West-Europa eigenlijk perfect vervangen door het woordje ‘gezin’: vader, moeder, de jongen die dit jaar werden geboren en een aantal jongen van vorig jaar. Roedels van 20-30 dieren bestaan hier niet. Het beeld van die grote roedels komt voornamelijk van de films uit Yellowstone of andere Amerikaanse gebieden. Dit waren tot nog niet zo lang geleden de enige gebieden waar wolven bestudeerd werden en waar natuurfilms van werden gemaakt, zodat die beelden bij veel mensen het beeld van ‘de wolf’ hebben ingeprent. In de Verenigde Staten heb je immers wel grotere roedels omdat daar de prooien (wapiti-herten, bizons,…) een stuk groter zijn dan bij ons. Het loont daar dus om in grotere roedels te leven, bij ons niet.
Geen alfa/beta,…
Net omdat er in een wolvenroedel maar twee volwassen dieren zijn, het mannetje en vrouwtje, kan je ook helemaal niet spreken van de alfa-man, de beta-man,… Maar ook dit idee komt natuurlijk ergens van. Momenteel wordt er bij wolven vaak gebruik gemaakt van zenders. Wolven kunnen erg mobiel zijn, en zonder die zenders is het zo goed als onmogelijk om altijd te weten waar elke wolf zich bevindt. Vroeger echter, was de enige manier om natuurlijk wolvengedrag te bestuderen, een in gevangenschap opgesloten wolvenroedel in een dierentuin. En als je in een dierenverblijf enkele dieren opsluit, zal er zich automatisch na verloop van tijd een soort rangorde ontwikkelen. Dit zal zich in de natuur echter niet voordoen. Als een jong dier zelf voor voortplanting wil zorgen, zal hij de roedel verlaten. En dit is in gevangenschap natuurlijk niet mogelijk.
Voortplanting
In februari breekt de paartijd aan, en rond eind april/begin mei worden de jongen geboren. Ze zijn nog volledig hulpeloos en worden continu bewaakt door de moeder, terwijl het mannetje op pad gaat om te jagen. Naarmate de jongen ouder worden, gaat ook het vrouwtje mee jagen omdat ze haar jongen dan wat langer alleen kan laten.
Enkele weken na de geboorte verhuist de moeder haar jongen vaak naar een ander hol. Dit omdat in en rond het hol de geur hangt van de pasgeboren jongen, en dit zou roofdieren kunnen aantrekken. In gebieden waar ook lynxen leven, vormt lynx bijvoorbeeld een bedreiging voor jonge wolven.
Ook om de geur te maskeren, werken wolven vaak met een zogenaamde ‘rendez-vous‘-plaats, een plek waar de vader het voedsel overdraagt aan de moeder.
Naarmate de jongen ouder worden, beginnen ze ook stilaan de wereld te verkennen. Eerst nog vlakbij de burcht, later verder van de burcht. De ouders blijven voedsel aandragen, dat ze overdragen op een rendez-vousplaats. Een tijdje geleden lukte het om zo een jonge wolf te filmen die wat ronding op zo een rendez-vous-locatie. De beelden kon ik in de herfst maken. Dan zijn de jongen nog altijd erg jong en naïef, en dus niet zo schuw als volwassen dieren. Ze zijn dan geregeld zelfs overdag te zien.
In de herfst zijn de jongen nog vrij onervaren, al leren ze stilaan al te jagen op bijvoorbeeld muizen of andere kleine dieren. In die periode hebben ze echter erg veel voedsel nodig. Dat betekent dat de ouders erg hard moeten werken om voldoende voedsel voor hun stevige wolvenpubers te voorzien. In die periode stijgt dan ook vaak het aandeel vee dat bij landbouwers gepakt wordt. Dit is immers vaak makkelijk te pakken voedsel (zie verder). Tegen de winter zijn de jongen meer ervaren en zijn wilde prooien makkelijk te pakken. Die prooien zijn dan immers zichtbaarder omdat er geen bladeren aan de bomen hangen. Dan daalt het aandeel vee in hun dieet ook.
Elke jong wolf wil natuurlijk zelf ook jongen gaan voortbrengen. Elke jonge wolf zal daarom de roedel verlaten om zelf de wereld in te trekken. Meestal gebeurt dit tussen hun eerste en tweede levensjaar, al kan dit soms iets vroeger of iets later zijn. Jongen die nog in de geboorteroedel aanwezig zijn als het jaar nadien de volgende jongen geboren worden, helpen vaak met het grootbrengen ervan.
Afhankelijk hoe geschikt en hoe bezet de omliggende gebieden zijn, kunnen de afstanden die rondzwervende wolven afleggen, vaak erg groot zijn.
Zwervende wolven
Zoals elk wild dier willen ook jonge wolven uiteindelijk een partner zoeken en zelf jongen grootbrengen. Hun geboortegebied is normaal gezien nog bezet door de ouders, dus moeten ze zelf op zoek gaan naar een nieuw geschikt territorium. Gemiddeld gezien verlaten de jongen tussen hun eerste en tweede levensjaar hun ouders. Vooraleer ze definitief vertrekken, maken wolven vaak uitstapjes buiten hun territorium. Die kunnen tot enkele weken duren, vooraleer ze terugkeren naar hun geboorteroedel. Maar vroeg of laat is het tijd om écht te vertrekken.
Jonge rondzwervende wolven kunnen grote afstanden afleggen, zelf tot enkele duizenden kilometers. Puur de afstand lijkt indrukwekkender dan het is. Iedereen die een hond heeft, weet dat fitte honden tientallen kilometers per dag kunnen wandelen, en een wolf moet je eigenlijk bekijken als de topsportversie van een fitte hond. Een zangvogel van enkele grammen die elk jaar naar Afrika vliegt om te overwinteren, en terugvliegt om bij ons te komen broeden is qua fysieke inspanning véél indrukwekkender.
Tijdens die zwerftochten kunnen wolven overal opduiken. Zoals heel veel dieren hebben wolven absoluut geen schrik van een menselijke omgeving, wél van mensen. Een foto van een wolf die op zijn gemak naast een weg loopt, is helemaal niet abnormaal. Vergelijk het met een ree dat naast de weg zit te grazen of een buizerd die naast de weg op een weidepaaltje zit. Rijd je hier met de wagen gewoon langs, dan gebeurt er meestal niets. Stap je echter uit, dan verdwijnt het ree meestal vrij snel en vliegt de buizerd op. Wolven zijn hierin niet anders, al wordt dit soms misbruikt om te beweren dat ‘de wolven tam aan het worden zijn’. Onzin natuurlijk.
Vrouwtjes gaan vooral op zoek naar een plek die hen geschikt lijkt om jongen groot te brengen, terwijl mannetjes vooral op zoek gaan naar een alleenstaand vrouwtje. Wolven kunnen in de meest uiteenlopende leefgebieden voorkomen: afgelegen bergachtige gebieden, cultuurlandschap, bosgebieden,… Het lijkt er echter op dat vrouwtjes een type leefgebied kiezen dat zij zelf als ’thuis’ ervaren; het type leefgebied waarin ze zelf zijn grootgebracht. Wolven Naya bijvoorbeeld, de eerste gevestigde wolvin in Vlaanderen, is in een militair domein in het noorden van Duitsland opgegroeid. Na haar vertrek is ze doorheen Duitsland en Nederland getrokken. Ze passeerde heel wat mooie potentieel geschikte gebieden, maar het gebied waar ze zich uiteindelijk heeft gevestigd, was het militair domein van Houthalen-Helchteren, het eerste gebied dat ze tijdens die lange tocht is tegengekomen dat lijkt op haar geboortegebied…
Een reis vol gevaren…
Hoewel de vaak grote afstanden die ze afleggen wat fysieke inspanningen betreft geen erg groot probleem vormt, kunnen die zwerftochten wel gevaarlijk zijn. Ze moeten soms door andere wolven bezette territoria doorkruisen, en dit kan soms tot agressieve, of zelfs dodelijke afloop leiden. Het grootste gevaar vormt echter het verkeer. Elke jong wolf zal tijdens zijn tocht ongetwijfeld vele wegen moeten oversteken. Zeker onervaren wolven worden dan ook vaak het slachtoffer van ons drukke verkeer. Ook in België en Nederland vallen jaarlijks wel een aantal slachtoffers.
Ongetwijfeld worden ook heel wat wolven gestroopt. De wolvenpopulatie wordt over heel Europa zeer goed in de gaten gehouden. Er worden DNA-stalen genomen bij aangereden wolven, uit uitwerpselen, sporen op doodgebeten prooien,… De kans is groot dat een wolf die ergens vertrekt, uiteindelijk wel ergens terug opgepikt wordt. Toch verdwijnen er geregeld wolven die nooit meer worden gezien. Hier zal zeker een percentage onopgemerkte gestorven dieren tussen zitten, maar ongetwijfeld worden heel wat wolven ook slachtoffer van stroperij. In Polen werden tijdens een bepaald onderzoek 6 van de 16 gezenderde wolven illegaal gestroopt. Moesten deze wolven niet gezenderd zijn, had niemand ooit geweten wat er ooit mee was gebeurd. In totaal werden in Polen al 7 mensen veroordeeld voor stroperij op wolven. 6 bleken jager te zijn…
Andere gevaren vormen bijvoorbeeld kanalen. In januari 2022 werd er bijvoorbeeld een wolf uit het kanaal gevist in Hasselt. Het overzwemmen op zich is absoluut geen probleem, maar de stijle betonnen oevers zijn dat wel. Door een gebrek aan uitstapplaatsen voor wild raken wilde dieren onmogelijk uit het kanaal waardoor ze verdrinken.
Voedsel - Voorkeur voor wilde prooien
Wolven zijn een van de meest bestudeerde diersoorten, dus het algemene dieet is vrij goed gekend. In grote lijnen komt het erop neer dat ree, everzwijn en edelhert de belangrijkste prooien zijn, aangevuld met haasachtigen, knaagdieren, vruchten en vee. Uiteraard zijn er lokale verschillen, afhankelijk van de lokale beschikbaarheid. Ook het dieet van de wolven in Vlaanderen is erg goed gekend dankzij de inzet van boswachters en onderzoekers van het INBO.
Het INBO (Instituut voor Natuur en Bosonderzoek) publiceerde in februari 2021 een studie over de tot dan bekende eetgewoontes van de Limburgse wolvenroedel in de periode mei 2018 – februari 2021. Hieruit blijkt ook een duidelijke voorkeur voor ree, gevolgd door everzwijnen. Haasachtigen (haas en konijn) nemen ook een belangrijke rol in in het wolven-dieet.
Haren onderzoeken
Wanneer je uitwerpselen spoelt, dan blijven haren, botfragmenten en tanden achter in de zeef. Haren hebben bij elke diersoort een iets andere structuur die je onder de microscoop kan waarnemen. Op die manier, in combinatie met de botten en tanden, kon de voedselsamenstelling bepaald worden.
De onderzoekers legden een database aan van de verschillende haarpatronen (soort, winter/zomervacht, jong/oud,…) die je kan tegenkomen bij enerzijds onze wilde inheemse zoogdieren, maar ook van mogelijke huisdier-prooien (verschillende schapenrassen, geiten, alpaca’s, wallabies,…). Op basis van die info werden de haren onderzocht van 105 wolvenuitwerpselen die de boswachters op het terrein vonden.
Resultaten
In 89,5% van de uitwerpselen werden resten van wilde evenhoevigen (ree, everzwijn) teruggevonden en in 14,3% kwamen haren van vee tevoorschijn. Hieruit kan je eigenlijk al afleiden dat wolven een voorkeur hebben voor wilde dieren.
Ree is in elke periode van het jaar duidelijk de belangrijkste prooi. In maar liefst 65,7% van de uitwerpselen werden immers ree-haren, -tanden of -botfragmenten gevonden. Dit komt overeen met resultaten van onderzoek naar Duitse of Poolse wolvenroedels, waar de (voor)-ouders van onze wolven vandaan komen. In het Limburgse wolventerritorium leven (nog) geen edelherten, maar In regio’s waar deze wel voorkomen, zullen edelherten ook een belangrijk aandeel vormen in het dieet, maar ree blijft toch de favoriete prooi. In Kempenbroek, in het noordoosten van Limburg tegen de Nederlandse grens op ongeveer 20km van de militaire domeinen leeft trouwens een kleine populatie edelherten. Als deze populatie zich uitbreid en verspreidt, bestaat de kans dat ook in het wolventerritorium edelherten zullen voorkomen. Er werd wel een keer haren van edelherten teruggevonden in één van de uitwerpselen, maar dit gaat hoogstwaarschijnlijk om een ontsnapt exemplaar.
Reeën, everzwijnen en hazen vormen de belangrijkste wilde prooien van de Limburgse wolven.
Everzwijn is ook een favoriete prooi (resten in 25,7% van de uitwerpselen). Meestal worden jongen van maximum 5 maanden oud gepakt. Volwassen dieren, zeker de mannen (de zogenaamde keilers) zijn een maat te groot en te gevaarlijk. Dit konden we in Duitsland mooi observeren toen een wolvenroedel een everzwijnenmoeder probeerde af te leiden om aan de jongen te raken. Het filmpje kan je hieronder bekijken. Ook de camera’s in het Limburgse wolvengebied maakten al mooie beelden van de confrontatie tussen een volwassen everzwijn en enkele wolven. Het aandeel everzwijn ligt in de lente en zomer trouwens een stuk hoger. Ergens logisch, want dan zijn er ook veel meer everzwijnenjongen te vinden. Het feit dat wolven everzwijnen pakken, wil trouwens niet zeggen dat ze ook effectief de overlast die everzwijnen soms veroorzaken, gaan tegenhouden. Heel lokaal zullen de wolven misschien een kleine impact hebben op de aantallen everzwijnen, maar die impact zal niet groot genoeg zijn om de aantallen drastisch naar beneden te halen.
Haasachtigen (hazen en konijnen) werden in 11% van de uitwerpselen gevonden, en vormen dus ook een belangrijk aandeel in het wolvendieet. Behalve één keer een wilde eend waren resten van wilde vogels zeldzaam, en ook resten van kleine knaagdieren ontbraken meestal in de gezeefde uitwerpselen.
De vele nieuwsberichten maken duidelijk dat ook slecht opgesloten vee een belangrijke voedselbron kan zijn. En uit het onderzoek blijkt dit te kloppen. In 14,3% van de uitwerpselen werd vee teruggevonden. Meestal gaat het dan om schapen, maar ook geitenharen werden teruggevonden en zelfs een varken. Het aandeel vee kan enorm per periode verschillen. Zo werd in de herfst van 2020 in bijna de helft van de uitwerpselen vee teruggevonden. Dit stemt overeen met de talloze nieuwsberichten die toen verschenen over vee dat gepakt werd in de buurt van Oudsbergen. Niet toevallig is dit net in een periode dat er in de natuur minder jonge everzwijnen zijn te vinden, en de jonge wolven groot zijn, veel voedsel nodig hebben en zelf nog niet goed kunnen jagen. Profiteren van niet goed opgesloten vee is dan slim!
Deze wolvenroedel konden we filmen in Duitsland. De wolven wagen zich niet aan een volwassen everzwijnenmoeder, maar proberen in groep de moeder te misleiden om de jongen te pakken. Tegen het einde van de week waren er 3 jongen minder dan in het begin…
Enkele keren werden ook damherten gepakt (resten in 6.7% van de uitwerpselen). Damherten zijn geen inheemse dieren, maar worden wel vaak als huisdier gehouden en ontsnappen geregeld. In het Natuurhulpcentrum komen bijvoorbeeld bijna wekelijks berichten binnen over ontsnapte damherten. Ze worden vaak binnen omheiningen gehouden die in ‘normale omstandigheden’ wel ok zijn, maar waar ze in panieksituaties zonder problemen overspringen: een ontsnapte hond, een luchtballen die laag overvliegt, agressiviteit tijdens de bronstperiode,… Maar al verschillende keren werden ook damherten gepakt die leefden in een omheining die absoluut niet wolvenproof was.
Het gebeurt maar zelden, maar zoals gezegd is er één geval bekend in Limburg waarbij wolven een hond hebben gepakt. Hier ging het om een hond die uit zijn omheining ontsnapt was, en de passerende wolf zag als een concurrent. Ook uit andere landen is bekend dat wolven af en toe een hond durven pakken. Meestal uit agressie om de hond als concurrent weg te jagen, en héél af en toe ook als echte voedselbron. Bij onderzoek in Finland blijkt trouwens dat 86% van de aanvallen op honden ging over een aanval op loslopende jachthonden.
Duidelijke voorkeur wilde dieren
Ongeveer elk doodgebeten schaap verschijnt in de media, dus wordt soms de indruk gewekt dat de wolven extreem veel vee pakken. Maar terwijl wolven echt wel slim genoeg zijn om te onthouden waar ze gratis schapen kunnen gaan halen, en dit in principe gemakkelijkshalve dagelijks zouden kunnen doen, worden veeresten toch maar in amper 14.3% van de uitwerpselen teruggevonden. Bovendien hebben heel wat landbouwers nog geen maatregelen genomen en zijn er in de omgeving van het wolventerritorium honderden plekken waar wolven in principe gratis eten kunnen gaan halen. Het is dus duidelijk dat wolven een duidelijke voorkeur hebben voor wilde prooien.
Op plekken waar er wolvenwerende maatregelen genomen werden, werden trouwens geen schapen meer gepakt. Zelfs niet uit schapenweides middenin het militair domein. Een extra inspanning leveren levert dus resultaat! Als kanttekening is het ook belangrijk dat schapen die beschermd zijn tegen wolven, tegelijkertijd ook beschermd zijn tegen honden. En die laatste zijn in Vlaanderen een véél grotere vijand van schapen dan wolven. Je kan dus eigenlijk stellen dat dankzij de terugkeer van de wolf, schapeneigenaars subsidies krijgen om hun schapen te beschermen tegen hun allergrootste vijand, de hond.
Meer info over de Limburgse wolvenroedel kan je hier terugvinden. Het volledige onderzoeksrapport van het INBO kan je onder deze link lezen: https://purews.inbo.be/ws/portalfiles/portal/33977881/VanDerVeken_etal_2021_VoedselkeuzeVanDeWolfInVlaanderen.pdf
Wolven – Dokters van de natuur
Dat wolven (en bij uitbreiding alle roofdieren) erg belangrijk zijn in de natuur, hoor je wel vaker. Ze zorgen voor een natuurlijk evenwicht, en tomen besmettelijke ziektes in. Een mooi voorbeeld is de Afrikaanse varkenspest. Sinds in september 2018 Afrikaanse varkenspest werd ontdekt in Wallonië bij wilde everzwijnen, is er paniek uitgebroken bij varkensboeren. Afrikaanse varkenspest is niet besmettelijk voor mensen, maar wel extreem besmettelijk bij everzwijnen, en dus ook bij varkens. Eenmaal besmet, sterft het dier na enkele dagen. Gigantische hekwerken werden al gebouwd en enorme sommen geld werden al uitgegeven om de ziekte in Europa in te dijken. Maar onderzoek in Slovakije bracht een interessante relatie aan het licht: amper 7% van de gevallen van (klassieke) varkenspest vielen in gebieden met wolven. 93% van de gevallen vielen daarentegen in gebieden waar geen wolven (meer) leven. Of hoe de wolf een bondgenoot, en geen vijand moet zijn van boeren!
Ergens is dit verband ook wel logisch. Wolven zijn opportunisten, die gaan voor de makkelijkst te pakken prooi. En dit zijn vaak zieke dieren. Hoe sneller een ziek dier verdwijnt (sterft), hoe minder kans er is op contact met andere dieren, en hoe minder kans er dus is dat ziektes onder mekaar worden doorgegeven. Niet voor niets worden wolven ook wel de ‘dokters van de natuur’ genoemd.
Voedsel - Wolven en vee
Op vele plekken in Europa waar wolven nooit uitgeroeid werden, zijn veehouders hun vee altijd blijven beschermen tegen roofdieren. Maar in vele andere landen zijn grotere roofdieren (wolf, beer, lynx) uitgestorven. Vee moest niet meer beschermd worden, waardoor omheiningen enkel nog moesten dienen om vee (voornamelijk schapen) binnen te houden, en niet meer om roofdieren buiten te houden. Maar nu wolven aan het terugkeren zijn in gebieden waar ze ooit uitgeroeid waren, moeten we terug aanleren hoe we ons vee moeten beschermen.
Hierover doen heel wat misverstanden de ronde. Ik hoorde al verhalen over ‘versterkte burchten’, wolven die zonder problemen over omheiningen van 2m zouden springen, gigantische investeringen die noodzakelijk zouden zijn,… Zoals zo vaak zijn er hele harde roepers, maar om eens na te gaan wat nu wel en niet klopt van die geruchten trok ik al enkele keren naar Duitsland om te gaan praten met schapenboeren die leven middenin wolvengebied. En zoals even vaak blijkt ook nu dat er van de opgeklopte wolvengeruchten niet veel meer overeind blijft als je gaat praten met mensen die praktijkervaring hebben. Gelukkig moeten we het wiel niet opnieuw uitvinden, en is er al heel wat onderzoek gedaan naar goede methodes om schapen te beschermen. Dat bewijzen de boeren die we gesproken hebben. Hieronder lees je de ervaringen die de boeren mij hebben verteld, en een samenvatting van enkele wetenschappelijke artikels die onderzoeken wat efficiënte methodes zijn om schapen te beschermen. Laat zeker weten als je hier opmerkingen hebt, want zoals ik in het artikel enkele keren zal aanhalen, juiste informatie is belangrijk!
Want ook al zijn er financiële compensaties mogelijk bij wolvenaanvallen, voorkomen is altijd beter dan genezen, en elke schapenliefhebber die het beste met zijn dieren voorheeft wil voorkomen dat zijn schapen het slachtoffer worden van roofdieren.
Goed gebruik
Wanneer wolven toch binnen een omheining raken, wordt de lijn vaak doorgetrokken en wordt gezegd dat ‘omheiningen niet werken’. Maar omheiningen werken wél, ze moeten alleen op de juiste manier gebruikt worden. Een te lage omheining, een omheining met een te laag voltage of omheiningen die niet goed aan de grond zijn vastgemaakt (eronder kruipen), zorgen ervoor dat de effectiviteit een stuk minder is. En natuurlijk zullen er altijd uitzonderingen zijn, de schade tot 0 beperken is onmogelijk. Soms is er toch een uitzonderlijke wolf die effectief zal springen, maar als iedereen al tenminste zorgt voor een degelijke basis van bescherming, en die op de juiste manier gebruikt, zijn we al een hele stap verder.
Welke wolven pakken vee?
In theorie kan elke wolf vee pakken. Slecht opgesloten schapen vormen een gratis prooi waar een wolf amper moeite voor moet doen. Je zou als roofdier niet slim zijn om veel energie te verspillen, en zelfs kans maken om gekwetst te raken door achter een ree of everzwijn te jagen, als je even goed een weide kan binnenwandelen waar de schapen geen kant uitkunnen. Toch blijkt dat het voornamelijk rondzwervende wolven zijn die profiteren van vee. Ergens wel logisch. Ze kennen de omgeving niet, en grijpen elke kans om aan makkelijk voedsel te raken. Omdat wolven enorme afstanden afleggen op zoek naar een nieuw leefgebied, en dus in theorie overal kunnen opduiken, zou in principe elke schapenhouder moeten voorbereid zijn.
Maar ook ‘residente wolven’, wolven die zich gevestigd hebben, vergrijpen zich af en toe aan vee. Dit bewijzen Naya en August, die voornamelijk wilde prooien pakken, maar af en toe ook uitstapjes maken naar omliggende schapenweides. Hier dragen de schapenhouders zelf ook een grote verantwoordelijkheid. Door de schapen niet goed op te sluiten, leren de wolven alsmaar meer dat schapen ideale prooien zijn, en bestaat de kans dat ze zich meer en meer zullen specialiseren op schapen…
Eten wolven véél vee?
Het antwoord is simpel. Neen, wolven eten niet veel vee. In Oost-Duitsland is hier een groot onderzoek naar gedaan, vanaf het moment dat de eerste wolven uit Polen zich in Duitsland gingen settelen, net zoals de situatie waarin wij ons nu bevinden. 4.000 uitwerpselen werden hiervoor in detail bestudeerd. Het hoofdvoedsel is ree (55.3%), gevolgd door edelhert (20.8%) en everzwijn (17.7%). Daarna komen de haasachtigen (wild konijn of haas, 2.9%), en tenslotte vee, dat amper 0.6% van het voedsel van wolven beslaat. Ook in andere gebieden in Duitsland komt dit min of meer overeen. In sommige gebieden waar meer everzwijnen zitten wordt er meer everzwijn gevangen, maar overal vormt slecht opgesloten vee maar een fractie van het dieet.
Nu, als schapenhouder ben je er niet veel mee als wolven weinig vee eten, maar het wel toevallig op jouw schapen gemunt hebben. Met dit probleem kampten sommige Oost-Duitse schapenhouders een 20-tal jaren geleden ook, toen de wolven de Poolse grens overstaken. Ze zaten toen in dezelfde situatie als waarin wij nu zitten. In plaats van hard te roepen en te tieren, gingen zij op zoek naar de al beschikbare informatie. Hoewel je natuurlijk nooit 100% garantie hebt, hoeden de schapenhouders die de moeite namen om zich aan te passen, nu al jarenlang met succes schapen middenin wolvengebied.
Werkt niet-elektrische omheining?
Niet-elektrische omheiningen worden afgeraden. Wordt geen elektriciteit gebruikt, dan is een minimale hoogte van 1.20m absoluut noodzakelijk, en moet er een goede bescherming zijn tegen graven. Rond weides waarin edelherten of damherten als huisdier worden gehouden, zet men meestal geen stroomdraad, maar die omheining is dan ook wel minstens 2m hoog. Wanneer de draad ook tot 50cm onder de grond zit, is stroom niet nodig.
Vlak na een aanval op schapen kan er soms nog niet onmiddellijk een stroomdraad voorzien. Dan wordt soms gebruik gemaakt van een zogenaamde ‘fladry‘. DIt is een enkele draad die op 50-70cm hoogte wordt gespannen, waaraan gekleurde ‘slingers’ bevestigd worden van 50cm lang en 10cm breed. Dit werkt niet permanent, maar wanneer niet onmiddellijk andere middelen voorhanden zijn na bijvoorbeeld een wolvenaanval, is dit een goede tijdelijke oplossing. Gemiddeld houdt dit wolven gedurende 2-3 weken buiten (vaak tot 60 dagen), daarna raken ze gewoon aan de slingers en is de angst verdwenen.
Elektrische omheining
Elektrische omheiningen vormen de beste oplossing om wolvenaanvallen op schapen te voorkomen.
In Duitsland worden meestal elektrische schapennetten gebruikt. Deze zijn goedkoop en makkelijk op te zetten. Het enige nadeel is dat ze het hoge voltage niet over grote afstanden kunnen behouden, dus kunnen minder goed gebruikt worden voor zeer grote weides. Belangrijk is ook dat er stijve verticale palen het net goed omhoog houden. Die palen moeten een opvallende kleur hebben, om te voorkomen dat het vee zich in de draad zou vastlopen. Hieronder zie je een filmpje van een bezoek aan een Duitse schapenkweekster die zowel een goede omheining als honden gebruikt om wolvenaanvallen af te weren.
In Scandinavië worden vaak voor permanente omheiningen 5 stroomdraden gebruikt: op 20, 40, 60, 90 en 120cm. Het voltage moet overal minstens 4000-5000V zijn. Bij lagere voltages kunnen wolven gewoon raken aan de (te) lichte schokjes. Schapennetten (de typische draad van 90cm hoog- worden ook veel gebruikt, er wordt dan een elektrische draad op 20cm van de grond, ongeveer 15cm vóór het net gespannen, en een tweede elektrische draad op 15cm boven het schapennet.
Elektrische omheining kost wel wat meer, maar de meerkost valt goed mee, en de installatie is duurzaam. Producent Gallagher biedt bijvoorbeeld 25 jaar garantie, en heeft een online prijssimulator.
Honden als beveiliging
De Duitser Frank Neumann verloor in 2002 maar liefst 27 schapen in één nacht bij een wolvenaanval. Hij ging op onderzoek uit en kwam terecht bij de fantastische Pyrenese berghonden. Ik ging hem een tijd geleden bezoeken met een ploeg van Het Belang van Limburg, je kan het filmpje hieronder bekijken.
De jonge pups worden letterlijk tussen de schapen grootgebracht. Ze moeten de schappen immers letterlijk zien als een deel van hun ‘pack’.
Andersom moeten de schapen de honden ook volledig vertrouwen. Wanneer er wolven in de buurt zijn beginnen de honden te blaffen, en alleen al dit geblaf houdt meestal de wolven wel op afstand. Springt er toch een wolf over de omheining, dan kan het wel komen tot een confrontatie, die onherroepelijk gewonnen wordt door de 60kg zware berghonden. Maar dit gebeurt gelukkig maar zeer zelden. Belangrijk is dat er altijd twee of drie honden de schapen bewaken. Is het er maar één, dan splitsen de wolven zich, en kunnen ze alsnog aan de schapen…
Sinds Frank zijn schapen op deze manier beschermt, zijn er geen slachtoffers meer gevallen. Het werkt dus écht. Het gaat zelfs zo ver, dat de in de buurt levende dam- en edelherten en reeën hebben geleerd dat het veilig is in de buurt van de honden! We hebben foto’s gezien van overdag rustig grazende edelherten op enkele meters van de honden. Jagers hadden schrik dat de honden ervoor gingen zorgen dat jachtwild niet meer in de buurt van de schapenweides zouden durven komen. Hun vrees was onterecht.
Ook in andere landen als Spanje, Roemenië, Polen of Portugal worden honden met succes gebruikt. In Portugal waren er na het inzetten van de honden 72% minder aanvallen, in Spanje 61%. Ideaal is dat de schapen ’s nachts wel nog binnen de omheining zitten. In Frankrijk bijvoorbeeld, waren er na het introduceren van de honden 81% minder aanvallen op schapen die ’s nachts binnen een omheining zaten, terwijl er ‘maar’ 39% minder schade was bij schapen die ’s nachts vrij mochten rondlopen.
Het opleiden van de honden is niet simpel. Dit moet op de juiste manier gebeuren om agressie van de honden, zowel naar mensen als naar de schapen, zoveel mogelijk te voorkomen.
Kunnen wolven over een omheining springen?
In 2010 stuurde een Spaanse fotograaf deze prachtige foto van een wolf die over een hek springt in naar een grote natuurfotografiewedstrijd. Uit de 93.000 ingezonden foto’s uit 94 landen werd de wolvenfoto als beste uitgekozen. Maar toen kregen wolvenkenners de foto te zien en ging er een belletje rinkelen. Iets klopte niet op de foto. De wolf nam een gigantische sprong om over het hek te raken. Maar wolven doet dit zelden of nooit, zeker niet als je ook tussen of onder het hek kan kruipen. Uiteindelijk bleek het inderdaad om een getrainde wolf uit een dierenpark te zijn. Geen wild dier dus, en de fotograaf werd gediskwalificeerd en was zijn 10.000 pond prijzengeld kwijt.
Als je de geruchten moet geloven, zijn wolven nochtans de meest fantastische springers die vlot over een omheining van 2m geraken. Zoals zo vaak, blijken die geruchten dus onzin te zijn. Sowieso zullen wolven vaak proberen te graven, en maar erg zelden proberen te springen. In 8 jaar tijd raakten in de provincie Saxen (Duitsland) wolven bij amper 12 van de 71 al springend binnen de omheining geraakt. Zes van deze aanvallen gebeurden dan nog door dezelfde wolvenfamilie. Nadat een fladry (zie hierboven) of een extra wit touw 20-30cm boven de omheining werd geïnstalleerd, was het springen volledig gedaan. Ook in andere regio’s heeft men geleerd dat wolven zelden of nooit over de omheining springen.
Bescherming werkt!
Overal in Europa waar wolven zich settelen, moet er terug leren omgegaan worden met roofdieren. Afhankelijk van de snelheid waarmee dit gebeurt, zullen de aanvallen ook echt wel afnemen. In de Duitse deelstaat Lower Saxony bijvoorbeeld, vestigde zich in 2013 de eerste wolvenroedel. Eind 2017 waren dit er al 14, in 2018 zelfs al 20. Maar hoewel er telkens meer wolven aanwezig waren, waren er in 2017 nog 159 aanvallen met in totaal 403 dode schapen. In 2018 echter, waren dit nog maar 115 aanvallen met in totaal 280 dode schapen. Niet toevallig een provincie waarin de overheid, samen met natuurorganisaties, de schapenhouders sensibiliseert en informeert.
Conclusie
Belangrijk is dat schapenhouders geïnformeerd worden en praten met ervaringsdeskundigen. Zoals ik in het begin zei, doen er heel wat misverstanden de ronde die zowel bewust als onbewust de wereld worden ingestuurd, en dat is jammer. Het is zonde dat wilde dieren zoals wolven, maar ook duizenden vossen, jaarlijks het slachtoffer worden van onwetendheid veroorzaakt door die foute informatie.
Als schapenliefhebber samenleven met wolven is perfect mogelijk. Het bewijs is er. Maar we moeten er niet flauw over doen, dit samenleven vergt soms een zekere inspanning, zowel qua tijd als qua investering. Maar die inspanning moet niet overdreven worden. De financiële meerkost van een omheining die wolven-proof is valt echt wel mee, en tijd steken in een omheining zal sowieso moeten, met of zonder wolven. Iedereen die het beste met zijn schapen voorheeft, moet nu beseffen dat een omheining dient om de schapen binnen te houden, maar ook om eventuele wolven buiten te houden. En dan zijn de schapen tegelijkertijd ook beschermd tegen hondenaanvallen, want die veroorzaken elk jaar nog véél meer dode schapen dan wolven, zelfs in gebieden waar veel meer wolven leven dan bij ons.
Bronnen (oa);
Wolf (Canis lupus) feeding habits during the first eight years of its occurance in Germany, Mammalian Biology-Zeitschriftfur Saugetierkunde 77(3):196-203
Wolf behaviour towards electric fences used in agriculture, Carnivore Damage Protection News 13 (2017): 11-16
Livestock protection methods applicable for Germany – a country newly recolonized by wolves, Hystrix 23(1): 62-72
Samenleven met wolven
Over weinig diersoorten doen zoveel wilde verhalen de ronde als over wolven. Dat is ergens wel logisch, gezien de vele sprookjes waarin wolven in een negatief daglicht worden gesteld. Daarom is het belangrijk dat er correcte informatie wordt verteld. Dit zowel naar het brede publiek als naar mensen die rechtstreeks te maken krijgen met wolven, zoals bijvoorbeeld landbouwers.
Die correcte informatie is rijkelijk voorhanden. In heel wat landen leven al decennia terug wolven, of zijn wolven nooit weggeweest. Vanuit natuurverenigingen wordt heel vaak goede informatie verschaft, al wordt hen dat niet altijd in dank afgenomen. Dit maakt het extra jammer dat vanuit belangenorganisaties zelf, zoals landbouwverenigingen of jagersverenigingen, vaak erg weinig of zelfs onware informatie wordt verschaft naar de leden. Het lijkt erop dat er vanuit deze hoek enkel informatie wordt gegeven die de leden willen horen, en niet de informatie die de leden zouden moeten horen. Dat is jammer, want wanneer er vanuit belangenverenigingen bijvoorbeeld niet goed gecommuniceerd wordt dat een wolfwerende omheining zeer goed werkt, zullen sommige landbouwers die omheining niet aanpassen. Dit is een erg grote verantwoordelijkheid die er vanuit de belangenverenigingen niet of niet goed wordt opgenomen, enkel en alleen uit schrik voor de mogelijk negatieve reacties. Er zijn hierdoor heel wat mensen die hun omheiningen niet hebben aangepast (sommige mensen nemen bijna uit principe niets aan van natuurverenigingen), met alle gevolgen vandien…
Zijn wolven gevaarlijk?
Net zoals bij everzwijnen doen er vaak wilde verhalen de ronde over wolven die al dan niet gevaarlijk zijn. Ook net zoals bij everzwijnen is het belangrijk om gewoon naar de feiten te kijken. En die feiten wijzen uit dat wolven totaal niet gevaarlijk zijn. Jaarlijks lopen er letterlijk miljoenen wandelaars doorheen wolvengebieden. 99% van die wandelaars hebben niet eens door dat er wolven rondlopen, een enkeling heeft het geluk een wolf te spotten (meestal terwijl de wolf snel wegloopt nadat de wandelaar werd ontdekt), maar een wolf die gevaarlijk of agressief is naar mensen toe, komt eigenlijk bijna niet voor. En als er geruchten de ronde doen, en de geruchten kunnen gecontroleerd worden, dan gaat het bijna altijd om leugens of om loslopende honden.
Dit wil niet zeggen dat er nooit eens iets kan gebeuren. In Nederland is in 20025 waarschijnlijk iemand gehapt door een wolf. Gehapt, niet gebeten, maar dit geval werd natuurlijk uitgebreid misbruikt door tegenstanders van de wolf die beweren ‘dat de wolven al agressief aan het worden zijn’. Daarom, altijd naar de feiten kijken.
Heel erg jammer is dat er vaak verkeerde informatie wordt gegeven door belangengroepen zelf (jacht- of landbouworganisaties). Door verkeerde info te geven wordt het wolvenverhaal almaar meer gepolariseerd. Een goed voorbeeld hiervan is een wolf die een landbouwer had gebeten in Wapse, Nederland. Op de website boerenburen.nl zien we een omschrijving van een zogenaamde aanval van een wolf op een landbouwer:
In realiteit ging het hier om een wolf die via een hoop stenen een schapenomheining was binnengedrongen. Het dier had zich verschanst tussen zonnepanelen op het terrein. Het dier zat daar al enkele uren verscholen binnen de omheining waar hij zelf niet uitraakte. De landbouwer is na enkele uren, zonder hulp te vragen bij de juiste instanties, zelf naar de wolf toegegaan om hem met een riek te verjagen. De wolf, die niet wegkon, heeft ter verdediging de man in zijn arm gebeten, waarna de wolf werd doodgeschoten. Dit is natuurlijk een héél ander verhaal dan wat op de website van boerenburen wordt geïnsinueerd. En zo krijg je verhalen die een eigen leven gaan leiden en mensen nog banger maken dan ze soms al zijn. Dit terwijl je van belangenorganisaties zou mogen verwachten dat ze hun leden correcte informatie geven.
Wolven in tuinen?
Wolven zijn erg mobiel. Zoals al eerder aangehaald hebben ze ook absoluut geen schrik van een menselijke omgeving, en dat maakt dat ze soms op op het eerste zicht vreemde plekken opduiken. Maar een wolf die zich door een dorpskern beweegt of een wolf die zich vastloopt in een tuin is niet zo abnormaal als het lijkt. Met het Natuurhulpcentrum vangen we bijvoorbeeld jaarlijks een 200-tal reeën weg uit tuinen, terwijl reeën toch het toonbeeld zijn van schuwe dieren.
Voor wie er niet mee bezig is lijkt dit bizar, maar opvangcentra voor wilde dieren bevrijden jaarlijks honderden reeën, everzwijnen,... uit tuinen. Dit kan dus ook met een wolf gebeuren...
Ook dassen, vossen, everzwijnen,… duiken ook geregeld op dezelfde locaties op. Niemand die er aan zou denken dat die dieren dan ’tam aan het worden zijn’. Maar net zoals op veel andere punten wordt alles plots helemaal anders als het woordje wolf valt, terwijl wolven eigenlijk ook maar gewone dieren zijn zoals zovele andere.
Hoort een wolf hier thuis?
De vraag of een wolf hier ’thuishoort’, of gewoon de bewering dat wolven hier niet zouden thuishoren, slaat eigenlijk nergens op. Net zoals bij zovele andere zaken is het ook hier vrij simpel: een wolf is net zoals zovele andere soorten: op plekken waar ze niet ’thuishoren’ zullen ze zich niet vestigen of snel terug vertrekken. Er zijn natuurlijk mensen die vinden dat een wolf hier niet thuishoort, maar dat is maar een persoonlijke mening, net zoals er veel mensen zijn die vinden dat een wolf hier absoluut thuishoort. De wolf zal dit zelf wel beslissen. Want of je nu 100% voor of tegen bent, wolven zullen blijven komen, en of we nu voor of tegen zijn, kleinvee zal beschermd moeten worden.
Wolven en jagers…
Jagers en roofdieren, het is en zal altijd een moeilijke combinatie blijven. Hoewel ik er zeker van ben dat jagers die écht, oprecht, bekommerd zijn om de natuur niet tegen de wolf zijn, komt er vanuit de jagershoek toch nogal wat tegenkanting, meer zelfs dan vanuit de schapenhouderij. Dit terwijl deze laatste eigenlijk de enige sector is die écht nadelen ondervindt van de aanwezigheid van de wolf. Jagers en wolven jagen op dezelfde prooien, dus zal onder andere het gevoel van concurrentie wel iets te maken hebben met die tegenkanting. Maar jagers zijn natuurlijk niet de natuurlijke roofdieren. Wolven wel. Jagers hebben vaak bang dat er voor hen minder te jagen valt. Onzin natuurlijk, dan moeten jagers maar minder schieten, maar toch blijkt in Duitsland dat de terugkeer van de wolf geen of zeer weinig impact heeft op de reeën- of edelhertenpopulatie, en zijn veel jagers daar ondertussen toch terug gematigder. Gelukkig maar, want veel van de terugkeer van de wolf hangt af van hoe de jagers zich tegenover de wolf opstellen.
Een wolvenroedel van 4-6 dieren heeft gemiddeld 250km² nodig in de Duitse wolvenregio, een enorme oppervlakte. Dit wil zeggen dat er 0,02-0,04 wolven per 100 hectare leven. Ter vergelijking, in diezelfde Duitse wolvenregio is er gemiddeld 1 jager per 100 hectare! Die wolven zullen echt geen verschil gaan maken…
Wolven kunnen toerisme bevorderen
Elk jaar trek ik met een groepje natuurliefhebbers naar Oost-Duitsland op wolvenstage, georganiseerd door Starling en Welkom Wolf. We leren leefgebieden van wolven kennen, of technieken om het verschil te bepalen tussen de uitwerpselen of pootafdrukken van honden en wolven. Als we op stage gaan, blijven we in een hotel slapen, we eten iets,… Wolven trekken toeristen aan, en hier profiteren mensen van. In Oost-Duitsland bijvoorbeeld waar de wolvenstage doorgaat, was er tot voor kort amper toerisme. Maar dankzij de komst van de wolven heeft het toerisme daar een boost gekregen. Het is niet zozeer dat de regio overspoeld wordt met wolvenspotters, maar het feit dat er ergens wolven leven, geeft een andere dimensie aan een natuurwandeling. In theorie zou er immers achter elke boom een wolf het bospad kunnen oversteken. Je hebt het gevoel dat je in echte natuur rondwandelt, en dat trekt volk.
Eco-toerisme wordt wereldwijd gezien als een van de beste manieren om natuur te beschermen. Hoe fantastisch is het dat een wolf daarin een rol kan spelen? Ook bij ons worden soms wolvenwandelingen of sporentochten georganiseerd. Niet iedereen hoort het even graag, maar eigenlijk is het geweldig dat ook bij ons meer en meer aan ecotoerisme wordt gedaan. En de wolf speelt hierin zeker een rol.
Wil je meer info over de wolvenstage, ga dan naar de pagina over de stage.















