Chimpansees in de Parel van Afrika!
Oeganda
Van diepe jungles tot uitgestrekte savannes, Oeganda heeft het allemaal. TIjdens deze reis in december 2023 stopten we eerst in het zeer afgelegen Kidepo National Park waar duizenden Afrikaanse buffels in grote kuddes over de Afrikaanse savanna op zoek gaan naar de laatste restjes water, terwijl klipdassen zich ’s ochtends vroeg opwarmen op de granietstenen van de ‘kopjes’.
In de jungle van Budongo National Park vonden we net op tijd een groep chimpansees, om hen nog net te kunnen zien eten van een pas gedode colobusaap. Vandaar reden we door naar het bekendere Murchisson Falls, een enorm gebied waar we nog een van de laatste populaties Rotschild-giraffen rondloopt.
In de Mabamba Swamps leeft de schoenbek-ooievaar, een tot de verbeelding sprekende vogel die we vanuit een klein motorbootje konden waarnemen. Afsluiten deden we met een korte stop in de hoofdstad, in de Entebbe Botanical Gardens. Daar konden we een glimp opvangen van de grijze roodstaartpapegaai, een soort die al mijn leven lang hoog op mijn bucket list stond!
Kidepo National Park: buffels en kopjes
Grenzend aan Zuid-Soedan in het noorden en Kenia in het oosten, ligt Kidepo National Park, het meest afgelegen gebied van Oeganda. Net omdat het zo afgelegen ligt, maar tegelijkertijd heel wat wildlife bevat was Kidepo voor ons een must-see, ondanks de moeizaam te bereiken locatie. Het kostte twee volle dagen rijden in een stevige 4×4 (Land Cruiser Troopy) om de 600km vanuit de hoofdstad Entebbe te overbruggen. Onze tussenstop was in Gulu, een vrij grote stad waar heel wat NGO’s (Unifec, World Food Programme,…) een zetel heeft en waar het dus ook makkelijk was om last-minute een hotel te boeken.
Van daaruit was het de volgende morgen nog een tweetal uren rijden tot Kitgum. Net buiten de stad stopt de asfaltweg en start de ongeveer 200km lange hobbelweg richting onze eindbestemming. Om de weg te doen is, zelfs nu in het droge seizoen, echt wel een 4×4 nodig. Langs de weg zie je de typische ronde lemen hutjes met strooien daken staan, gegroepeerd in groepjes van een 4-tal hutjes die telkens onderdak bieden aan een familie.
We verblijven in het Apoka Rest Camp. Dit zijn allemaal zogenaamde ‘Bandas’, traditionele huisjes, midden in de Narus-vallei. Het kamp wordt beheerd door de UWA, de Uganda Wildlife Authority. Het grote voordeel is dat hier weinig mensen komen, en dat je dus echt het gevoel bent dat je alleen op de uitgestrekte savanne bent.
Kidepo National Park bestaat uit twee grote valleien: De Narus-vallei en de Kidepo-vallei. De Kidepo-vallei is kurkdroog door de zanderige ondergrond. In de ondergrond van de Narus-vallei zit echter veel meer leem, waardoor er op sommige plekken toch water blijft staan. Zelfs nu, in de droge periode. Dit maakt de Narus-vallei interessanter. Omwille van deze reden, én omdat de Kidepo-vallei door zijn grens met Zuid-Soedan, soms gevaarlijk kan zijn, bleven we in de Narus-vallei.
Duizenden buffels…
Kidepo staat bekend om zijn enorme kuddes buffels. In totaal zijn het er meer dan 10.000. In het regenseizoen gaan ze zich meer verspreiden over het enorme gebied, maar nu in de droge periode verzamelen groepen zich rond de nog waterrijke plekken in de Narusvallei.
Het drukst is het tijdens de brandend hete uren in de namiddag. De dieren hebben dan echt verkoeling nodig, en een modderbad doet dan deugd! Omdat modder veel langzamer opdroogt dan gewoon water, blijft het verkoelende effect van een modderblad veel langer aanhouden.
Is de modder eenmaal opgedroogd, dan gaan de dieren zich schuren tegen takken of struiken. Door dat schuren wordt nog een ander voordeel van een deugddoend modderbad duidelijk. Parasieten, zoals teken of vlooien, worden ingebakken in de opdrogende modder. Als de dieren zich daarna gaan schuren, dan wordt niet alleen de modder weggeveegd, maar ook de ingebakken parasieten. Dan zijn ze daar ook vanaf!
Rothschild-giraffen (Giraffa camelopardalis rothschildi) zie je maar af en toe in Kidepo. Over heel Afrika gaan giraffen in aantal trouwens sterk achteruit. Het is indrukwekkend om te zien hoe ze met hun dikke tong en lippen de kleine acacia-blaadjes afstropen van de struiken.
Granieten ‘Kopjes’
Her en der verspreid over de uitgestrekte Afrikaanse savanne liggen als echte bulten in het landschap enorme hopen granieten stenen. Die stenen zijn gevormd door processen van miljoenen jaren van erosie en vulkanisme en bieden een unieke thuis, een uniek microhabitat, aan heel wat speciale planten- en diersoorten. Mijn favorieten waren ongetwijfeld de klipdassen.
Op de granietstenen, die ook wel ‘kopjes’ worden genoemd, kunnen opvallend veel klipdassen voorkomen. Kolonies bestaan soms uit meer dan 100 dieren. Aan het hoofd van elk familiegroepje staat het alfamannetje. Op de granietstenen en tussen de vele spleten en kieren vinden ze genoeg bescherming tegen roofdieren, al staan er altijd wel enkele klipdassen op de uitkijk om roofdieren tijdig te ontdekken.
Op het eerste zicht lijken klipdassen een beetje op wat grotere knaagdieren, zoals marmotten. Maar ze zijn eigenlijk meer verwant aan olifanten. De meeste slagtanden bij zoogdieren ontwikkelen uit hoektanden. Bij de klipdassen ontwikkelen ze uit de snijtanden, net zoals bij olifanten. Zowel bij olifanten als bij klipdassen zijn de voetzolen plat en extreem gevoelig, met nagels die wat lijken op hoeven.
Op hun rug hebben klipdassen een geurklier die als een lichtere vlek duidelijk te zien is. Hiermee markeren ze hun territorium, en aan de hand van die geur kunnen jongen hun moeder herkennen. Zoals nog heel wat andere zoogdieren markeren ze hun territorium ook via typische latrines. Er zijn twee soorten. Op heel zichtbare plekken urineren de dieren vaak op dezelfde plaats. Het vocht verdampt, maar calciumcarbonaat gaat kristalliseren. Dit zorgt voor grote, opvallende witte plekken op de rotsen. Die plekken zijn visuele herkenningsplaatsen voor de klipdassen. Een tweede soort latrine bevinden zich op minder opvallende plekken waar alle leden van de groep hun behoefte komen doen. Die hopen mest kunnen groot worden, en dienen als een soort van geurvlag voor de groep.
Klipdassen zijn echte planteneters die op de kopjes veel verschillende soorten kunnen vinden. Veel meer dan op de open savanne. Maar in eten steken ze maar heel weinig tijd. Het grootste deel van de dag rusten en genieten ze van de warmte uitgestraald door het graniet. Die gratis warmte zorgt ervoor dat ze zelf minder energie moeten verbruiken om hun eigen lichaamstemperatuur op pijl te houden.
Reptielen genieten hier ook van. Rots-agamen (Agama agama) zijn typische bewoners van de kopjes. Urenlang kunnen ze zich opladen aan de warmte van de zon. De mannetjes zijn makkelijk te herkennen aan de oranje kop en blauwpaars lichaam. Die felle kleuren moeten indruk maken op de vrouwtje, maar tegelijkertijd moeten ze door diezelfde kleuren extra op hun hoede zijn. Hagedissen vormen immers het favoriete dieet van heel wat roofvogels. De vrouwtjes rotsagamen zijn zelf veel minder opvallend gekleurd en gaan door hun sterke camouflage bijna volledig op in de graniet. Zij hebben daarom minder te vrezen van roofdieren dan de mannetjes.
Tegen de avond zoeken ook de savannebewoners de veiligheid en beschutting van de kopjes op. Aan het kopje waar wij vaak gingen kijken, kwam altijd een grote groep groene bavianen (Papio anubis) slapen. Zij zijn behendig genoeg om de nacht door te brengen op de warme, steile rotsen, ’s nachts kan het immers erg koud worden. Het microklimaat rond een kopje zorgt ervoor dat er grotere struiken en planten kunnen groeien. Die bieden schuilplekken voor hoefdieren, zoals olifanten of waterbokken.
Halsbandparkieten en Meyers-papegaaien
Zoals altijd was ik extra geïnteresseerd in de papegaai-achtigen van het gebied. De Afrikaanse halsbandparkiet (Psittacula krameri) was voor mij de leukste. Het is de enige parkietensoort die in Afrika voorkomt. We kennen de soort in België en Nederland erg goed, want tegenwoordig vliegen ze in heel wat grote Europese steden, zoals Brussel, met de duizenden rond. Dit is echter de ondersoort die rond de Himalaya voorkomt. In Azië komen halsbandparkieten immers ook voor. De ondersoort uit de Himalaya is veel beter bestand tegen de koude, en gedijt daarom goed in Europa.
We zagen de halsbandparkieten een aantal keren naar voedsel zoeken in de Kigelia of worstenboom, een van de meest opvallende bomen in het Oegandees savannelandschap. De langwerpige vrucht kan tot 10kg zwaar worden en is voor mensen giftig als hij rauw gegeten wordt, maar dus niet voor halsbandparkieten. In dezelfde bomen zagen we vaak ook Meyers papegaaien (Poicephalus meyeri). Die komen over grote delen van centraal en zuidelijk Afrika voor.
Budongo forest: Jagende chimps!
Budongo Forest is een 800km² uitgestrekt regenwoud. In het westen grenst het aan Lake Albert, dat ligt op de grens van Oeganda met de Demokratische republiek Kongo. Naar het noorden toe wordt het regenwoud meer en meer een open landschap dat overloopt in het gigantische Murchisson Falls National Park, een echt savannegebied. Onze chimpansees blijven liever onder de enorme ijzer- en mahoniebomen in de jungle.
Slapen deden we in de mooie Budongo Ecolodge, middenin het regenwoud en ook middenin het territorium van een groep chimpanzees (Pan troglodytes). In totaal leven er naar schatting 600-700 chimpansees over het hele woud die opgedeeld zijn in een aantal communities van ongeveer 100 dieren.
Chimpansees leven in een zogenaamd fission-fusion-systeem. Dat wil zeggen dat er verschillende groepjes gevormd worden die elk apart op zoek gaan naar voedsel. De samenstelling van die groepjes gaat afhangen van de vruchtbaarheid van de vrouwtjes, van de activiteiten die er die dag gaan gebeuren, gaan ze jagen of niet, dat kan afhangen van de allianties die gesmeed moeten worden om in de gunst te komen van het alfamannetje, of om misschien zelf het alfamannetje te worden. Dus die groepjes kunnen dagelijks variëren, en het is naar een van die groepjes dat we samen met een tracker zijn gaan zoeken.
Tijdens het zoeken konden we de chimpansees af en toe wel horen roepen, maar de eerste uren lukte het niet om ze te vinden. Tot er plots het bericht kwam dat iets verderop een chimpansee er met succes in was geslaagd om een colobus-aap te pakken te krijgen! Chimpansees hebben een heel gevarieerd dieet. Ze eten meer dan 100 verschillende fruit-, bessen- en bladersoorten. Maar af en toe jagen ze ook op andere dieren. Die jacht is een samenwerking tussen de verschillende chimps, waarbij een aantal dieren de prooi een bepaalde richting opdrijven, zodat anderen effectief kunnen toeslaan. In het filmpje kan je een verslagje bekijken.
Maar Budongo heeft natuurlijk meer te bieden dan alleen maar chimpansees. Andere apensoorten zijn groene meerkatten (Chlorocebus pygerythrus), olijfbavianen (Papio anubis), mantelmangabeys (Lophocebus albigena), roodstaartmeerkatten (Cercopithecus ascanius) en zwartwitte franje-apen (Colobus guereza).
Indrukwekkend vond ik ook een gigantisch spinnenweb, meters hoog en meters breed. In het web bevonden zich duizenden vrij kleine spinnen. Ik zoek nog uit om welke soort het precies gaat. Een andere ongewervelde die we tegenkwamen was de African giant millipede, de Afrikaanse reuzenmiljoenpoot (Archispirostreptus gigas). Als je de foto goed bekijkt zie je kleine mijten op de miljoenpoot.
We bleven drie dagen in Budongo, en dat hadden er voor mij gerust meer mogen zijn, het is een echte aanrader. Wat minder bekend dan bijvoorbeeld Bwindi, maar dat heeft vaak alleen maar voordelen. Onze volgende stop is de savanna van Murchison Falls (strikt genomen behoort Budongo Forest ook tot Murchison Falls). Wanneer je van Budongo naar het noorden rijdt, richting de savanna, zie je kilometer na kilometer het landschap veranderen van de dichte jungle tot meer halfopen struikgewas, tot je uiteindelijk de savanne inrijdt.
murchison falls: rothschildgiraffen
Murchisson Falls is het grootste nationaal park van Oeganda en is genoemd naar de indrukwekkende Murchison watervallen. Aan de watervallen dondert de Nijl 6 meter naar beneden in een gigantisch schuimend spektakel. De watervallen maken het park ook wel wat populairder en dus drukker, al zijn we zelfs hier eigenlijk ook amper weinig mensen tegengekomen.
Geen savannagebied is hetzelfde, en Murchisson ziet er ook helemaal anders uit dan Kidepo. Het landschap ziet er veel groener uit door de Nijl die dwars door het gebied stroomt, en overal die je de mooie Borassuspalmen (Borassus aethiopum), een waaierpalmsoort. De bladeren zien er inderdaad wat uit als waaiers, vandaar de naam. De palm kan 20-30 meter hoog worden.
Mabamba swamps: Schoenbekooievaar!
Een van de meest iconische vogelsoorten van Oeganda, en misschien zelfs van heel Afrika, is de schoenbekooievaar (Balaeniceps rex). De vogel is zeldzaam Er zijn naar schatting maar een 3000-5000 dieren in het wild te vinden, al is een schatting maken door hun verborgen levenswijze erg moeilijk. In de papyrus-moerassen van Mabamba, de Mabamba swamps, is de kans het grootst om hem te zien. De swamps liggen ten westen van het gigantische Lake Victoria.
De ooievaars leven voornamelijk van de in Mabamba massaal voorkomende longvissen. Mabamba is trouwens de lokale benaming voor longvis. Tegelijkertijd zijn longvissen ook de belangrijkste prooi van de lokale vissers, waardoor mens en dier in het verleden in competitie met elkaar traden. Ergens klopt dit ook wel. Wanneer schoenbekooievaars gaan jagen, verstoppen de longvissen zich, en werd het voor de vissers moeilijker om zelf prooien binnen te halen. Met als resultaat dat, zoals altijd, het dier het onderspit delfde. Toen het gebied werd beschermd kwamen ook meer vogelkijkers naar Mabamba, en besefte men dat ecotoerisme minstens zoveel geld kan opbrengen dan vissen. Dit zorgde voor een heropleving van de populatie.
Schoenbekooievaars zijn eigenlijk geen ooievaars en zijn nauwer verwant aan pelikanen en reigers.
Dassenfilm
Al enkele jaren filmen we het boeiende leven van een familie dassen en hun omgeving. Ontdek er alles over!









































