De woeste Belgische natuur
Ardennen
Heuvelachtige gebieden met oude, dichte bossen worden ingesneden door kleine beekjes die uiteindelijk uitmonden in grotere rivieren als de Ourthe, de Lesse of de Semois. Die kleine beekjes zijn op heel wat plekken door bevers omgevormd tot waardevolle moerasgebieden waar iconische soorten als de zwarte ooievaar of de ringslang van profiteren.
Liefhebbers van inheemse grotere zoogdieren zijn vaak te vinden in de Belgische Ardennen, in het zuidoosten van België. Je onderscheidt de Hoge en de Lage Ardennen. De Hoge Ardennen is de regio waar ikzelf het vaakst naartoe ga. Meest bekend hier is de omgeving La Roche-en-Ardenne en Houffalize met zijn grote populaties edelherten of bevers, maar ook de Hoge Venen met de laatste paar Belgische korhoenen aan de Signal de Botrange, en de Oostkantons zijn zalige gebieden om naartoe te trekken.
De vallei van de Viroin vormt dan weer een hoogtepunt in de Lage Ardennen. De kalksteenformaties zijn indrukwekkend om te zien, en door het microklimaat voelen heel wat unieke orchideeënsoorten of reptielen zich hier thuis.
1. Ardense bossen en velden
De Ardennen zitten vol wild, maar wie gewoon een stevige wandeling doorheen de prachtige Ardense bossen maakt, komt meestal weinig dieren tegen. Maar dit verandert vaak helemaal als je diezelfde wandeling ’s morgens bij zonsopgang of (vooral) ’s avonds bij valavond maakt. Dan worden de grotere zoogdieren actief. Als je dan ook nog eens heel stil bent en langzaam wandelt, tegen de wind in, is de kans groot dat je wel een ree, edelhert, everzwijn of vos tegenkomt.
Vaak wordt er gedacht dat je de diepste bossen moet opzoeken om wilde dieren tegen te komen, maar dit is eigenlijk helemaal niet zo. De beste plekken om bij valavond post te vatten zijn net de bosranden, de grens tussen de weides en de bossen. En dit kan gerust dichtbij de openbare weg zijn. Tegen de avond verlaten heel wat dieren hun schuilplaatsen in het struikgewas, en gaan ze op zoek naar voedsel. Zeker in de lente en zomer, wanneer de dagen lang zijn, maak je een grote kans om wilde dieren te zien.
Bronst van de edelherten
Het hoogtepunt voor vele wildspotters vormt ongetwijfeld de bronst van de edelherten, die tegelijkertijd het begin van de herfst inluidt. Edelherten komen over de hele Ardennen voor, maar de regio La Roche-en-Ardenne en Houffalize is zonder twijfel de beste plek om de bronst live mee te maken. De piek valt tussen half september en half oktober. Wanneer de dagen korter worden, stijgt het testosteron-niveau van de mannelijke edelherten. Overdag houden de herten zich op in de bossen, maar vanaf de avond proberen de bokken op open stukken in het bos of aan de rand van het bos indruk te maken op vrouwtjes. Dit doen ze door zich te laten horen, zien én ruiken. De hele nacht weerklinkt het geburl doorheen de Ardennen. In die periode is het daarom de moeite waar om ’s avonds laat uit de auto te stappen en gewoon te luisteren. De kans is groot dat je het burlen dan kan horen. Met hun groot gewei pronken ze dan trots voor de vrouwtjes. Door zich in hun eigen urine te wentelen, zijn de bokken volledig doordrongen met de geur van testosteron. En dat maakt hen nóg aantrekkelijker!
Vaak is het pronken al genoeg om te laten zien we de meest indrukwekkende bok is, en als dat niet helpt, wordt er soms gevochten. Heel erg indrukwekkend om te zien!
Maar edelherten zijn natuurlijk niet de enige dieren die tegen de avond actief worden. Dezelfde velden aan de rand van het bos die interessant zijn voor edelherten, zijn vaak ook erg interessant voor roofdieren. De weides barsten van de muizen, en roofdieren als vossen zie je tegen de avond vaak jagen, al dan niet met hun typische vossensprong. Het meest unieke zoogdier dat je kan tegenkomen is ongetwijfeld de wilde kat (Felis silvestris). Wilde katten hebben niets te maken met zwerfkatten, huiskatten of verwilderde katten, maar zijn echt een wilde roofdiersoort die in ons land voorkomt. Ik heb het geluk gehad deze soort al een aantal keren te zijn tegengekomen. Enkele keren lukte het zelfs om ze op beeld vast te leggen.
In het filmpje hiernaast zie je een beeld van de wilde kat in de buurt van Houffalize. Je kan duidelijk de kenmerken zien van deze rasechte jager. Muizen vormen de favoriete prooi, maar ze kunnen ook hazen, konijnen en vogels pakken. En zelfs een jong reekalf valt soms ten prooi aan een wilde kat.
De bekendste nachtdieren zijn ongetwijfeld de uilen. En in de Ardennen zijn er heel wat soorten te vinden.
De meest impressionante is zonder twijfel de machtige oehoe (Bubo bubo). Deze soort broedt nog maar sinds 1982 terug in ons land, en heeft sindsdien een enorme come-back gemaakt. Ook in Vlaanderen zijn er ondertussen al een heel aantal koppels. Oehoes zijn echter niet makkelijk om te zien, ondanks hun spanwijdte van 180cm! Maar soms lukt het toch om er een te zien.
Een van de favoriete broedplekken zijn de oude steengroeves die je over de hele Ardennen kan terugvinden. In de ruime omgeving van zo’n steengroeve kan je ze vaak horen roepen. Ze roepen dan letterlijk hun naam op een wat monotone toon. Broeden doen ze vaak op een richel in de groeve, maar soms ook in een oud roofvogelnest in een boom, of zelfs op de grond.
De zoogdieren mogen dan wel voornamelijk tegen de avond of vroege ochtend te zien zijn, maar ook overdag loont het vaak de moeite om te wandelen of rijden langs de velden. Overdag zijn roofvogels immers actief. Zowel buizerds, torenvalken als rode wouwen zie je geregeld op muizenjacht. Buizerds kunnen we in Vlaanderen overal tegenkomen, maar de rode wouw is zeldzamer. In de Ardennen komen ze echter vaker voor, en ze zijn al van ver te herkennen aan onder andere hun gevorkte staart.
Een andere leuke vogel die ik kon filmen aan een bosrand, was de draaihals (Jynx torquilla). De draaihals mag dan wel familie zijn van de spechten, hij lijkt er qua uiterlijk allerminst op, en hakt ook zelf geen nestholte zoals de meeste van zijn familiegenoten. Hij maakt echter wel vaak gebruik van een al bestaand spechtenhol. Een lokale gids (www.natuurgidsardennen.be) bezorgde mij de locatie van een nestboom. Ik ben toen verschillende keren naar daar gegaan, en kon mooi observeren hoe deze gespecialiseerde miereneter zijn jongen grootbracht.
Ook een gebruiker van reeds bestaande holle boomholtes vormen de boommarters (Martes martes). Net als de draaihals neemt hij zijn intrek vaak in spechtenholen, voornamelijk die van de zwarte specht, of hij neemt zijn intrek in een eekhoornnest. Deze laatste staan trouwens ook op het menu van de boommarter.
In de Ardennen leeft nog een goede populatie, maar ze zijn erg moeilijk te zien. Net zoals vele andere zoogdieren vind je ze vaker langs de weg… De dode boommarter op de foto lag langs de E25 richting Luik, ter hoogte van Houffalize.
2. Beekjes en rivieren
De belangrijkste rivieren in de Ardennen zijn de Ourthe, Lesse, Semois, Maas, Amblève en de Sûre. Dit op zich zijn al erg mooie rivieren, maar de zijriviertjes, die vaak op, voor Belgische normen, grote hoogte ontspringen, zijn vaak nog een stuk mooier. Ze ontspringen vaak in veengebieden, kronkelen zich doorheen de bossen naar beneden, passeren vaak de velden waar we het hierboven over hadden, en monden dan uiteindelijk uit in een grotere rivier.
Zelf ben ik nogal fan van de zijriviertjes van de Ourthe. Sporen van 1 dier kom je letterlijk over elk zijriviertje tegen (en niet alleen op de zijriviertjes van de Ourthe trouwens). Ik heb het dan over de échte Ardense landschapsarchitecten, de bevers (Castor fiber)!
Landschapsarchitecten
Iedereen kent ze wel, die kleine beekjes in de Ardennen die vaak zo smal en ondiep zijn, dat je er letterlijk met 1 stap overspringt zonder je voeten nat te maken. Maar op sommige plaatsen veranderen die snelstromende beekjes plots in prachtige moerasgebieden omringd door metershoge dammen. Hier is ons grootste knaagdier aan het werk geweest!
In de winter zijn bevers kwetsbaar. Ze hebben de ideale grootte om als prooi te dienen voor roofdieren als wolven. Een bever die zich in de winter over een sneeuwlandschap zou moeten voortbewegen, valt enorm hard op. Door het water van de beekjes op te hogen, kunnen ze in de winter vanuit hun burcht onder water zwemmen toch hun voedselvoorraad, die ze zelf onder water hebben aangelegd. Tegelijkertijd zorgt hetzelfde koude water ervoor dat die voedselvoorraad, voornamelijk omgeknaagde takken, vers en fris blijf. Zo hebben ze de hele winter voedsel. Dit is nodig, want bevers houden immers geen winterslaap. En het ontstane moeraslandschap biedt dan weer heel wat kansen aan andere dieren, zoals zwarte ooievaars (Ciconia nigra), ringslangen, vissen, amfibieën,… Zelf ben ik twee jaar intensief bezig geweest met het filmen van bevers in de zijriviertjes van de Ourthe. Eender welk riviertje je volgt, overal kom je de beversporen tegen. Wil je meer te weten komen over het fascinerende leven van bevers, neem dan zeker een kijkje op mijn pagina www.wild-things.be/bevers . Bevers zien is niet altijd even simpel, maar tijdens lange zomerdagen is het wel te doen om tegen valavond een glimp op te vangen van dieren. Wil je je kansen verhogen, dan is een gids altijd handig.
Het loont altijd de moeite om wandelingen langs de riviertjes te maken, niet alleen voor de bevers. De beversporen zie je sowieso, maar wie goed de oevers van diezelfde riviertjes afspeurt, kan mijn persoonlijke favoriet wat Ardense vogels betreft tegenkomen: de waterspreeuw (Cinclus cinclus). Waterspreeuwen zijn altijd gebonden aan water. Het speciale aan deze vogeltjes is dat ze letterlijk onder water naar voedsel zoeken. Dit doen ze door in het water te springen, en hun vleugels op zo’n manier open te houden, dat de stroming van het water de vogel naar beneden duwt. Onder water zoeken ze dan tussen en onder stenen naar waterinvertebraten.
Hun nesten zijn ook indrukwekkend. Het zijn zelfgemaakte ronde nesten in spleten tussen stenen op de oever, of onder door de mens gemaakte structuren zoals bijvoorbeeld bruggen. De nesten worden gemaakt met mos en grasstengels.
Invasieve exoot
Geweldig om te zien, maar altijd met een dubbel gevoel. Dat heb ik altijd als ik, meestal bij het filmen van bevers, een wasbeer tegenkom. Je kan op mijn website https://wild-things.be/wasberen/ meer te weten komen over deze dieren, maar in het kort komt het erop neer dat wasberen door ontsnappingen en moedwillige vrijlatingen in onze streken zijn terechtgekomen. Binnen Europa worden ze aanzien als invasieve exoten. Exoot omdat ze van nature hier niet voorkomen (het zijn Amerikaanse dieren), en invasief omdat ze mogelijk schade kunnen toebrengen aan onze eigen inheemse natuur. Heel wat broedplekken voor bosuilen worden bijvoorbeeld bezet door wasberen, er zijn al gevallen bekend van nesten van oehoe, rode wouw of zwarte ooievaar die geroofd werden door wasberen, en het zijn dieren die bepaalde schadelijke parasieten kunnen dragen.
3. Kalkhellingen in de viroin
Eén van de mooiste gebieden van ons land, en misschien wel de meest biodiverse, vormt de vallei van de Viroin in de Provincie Namen. De regio is genoemd naar de rivier de Viroin, een zijrivier van de Maas, die door het landschap snijdt, en ontstaat uit de samenvloeiing van de Eau Blanche en de Eau Noire.
De Viroin staat bekend omwille van zijn kalkhellingen. Die hellingen zijn onderdeel van een 130km lange kalkstrook, die ook wel de Calestienne genoemd wordt. 400 miljoen jaar geleden was de regio namelijk een tropische zee, en de hellingen van nu zijn overblijfselen van koraalriffen van toen. Die zuidelijk gerichte kalkhellingen zijn net iets warmer dan de rest van de regio, en zorgen voor een typische dieren- en plantenwereld. Heel wat soorten die eigenlijk voornamelijk in zuidelijkere gebieden voorkomen, vind je daarom hier terug. Elk jaar komen er zo bijvoorbeeld heel wat orchideeën- en vlinderliefhebbers naar de regio, op zoek naar de meest zeldzame soorten. Mede door dit microklimaat is de Viroin ook een hotspot voor reptielen als hazelwormen, adders, ringslang, gladde slang,… Hoewel de adder (Vipera berus) in aantal achteruit blijft gaan, hebben we toch al enkele keren het geluk gehad onze enige gifslang tegen te komen.
De kalkhellingen zijn voornamelijk aan één kant van de Viroin-rivier te vinden. Aan de andere kant zijn dan weer de typisch Ardense uitgestrekte bossen. Hier leeft zowat elk groot zoogdier dat je in België kan vinden: everzwijnen, edelherten, dassen, wilde katten, boommarters,… Ook heel wat specialere vogelsoorten kom je hier geregeld tegen: zwarte ooievaars, oehoes, grauwe klauwieren en naar het schijnt leeft in de ruime regio zelfs een populatie hazelhoenen…
Dolines
Naast de biodiversiteit, is de Viroin het meest bekend omwille van zijn indrukwekkende dolines of fondrys.
Het lijken wel diepe, rotsachtige putten, vol met enorme willekeurig liggende kalkstenen. Fondrys kunnen overal voorkomen, vaak zelfs middenin velden of weides. De kalkrijke stenen zijn beter bestand tegen erosie van het water dan de rest van de bodem.
Die rest spoelt dus makkelijker weg waardoor
Invasieve exoot
Geweldig om te zien, maar altijd met een dubbel gevoel. Dat heb ik altijd als ik, meestal bij het filmen van bevers, een wasbeer tegenkom. Je kan op mijn website https://wild-things.be/wasberen/ meer te weten komen over deze dieren, maar in het kort komt het erop neer dat wasberen door ontsnappingen en moedwillige vrijlatingen in onze streken zijn terechtgekomen. Binnen Europa worden ze aanzien als invasieve exoten. Exoot omdat ze van nature hier niet voorkomen (het zijn Amerikaanse dieren), en invasief omdat ze mogelijk schade kunnen toebrengen aan onze eigen inheemse natuur. Heel wat broedplekken voor bosuilen worden bijvoorbeeld bezet door wasberen, er zijn al gevallen bekend van nesten van oehoe, rode wouw of zwarte ooievaar die geroofd werden door wasberen, en het zijn dieren die bepaalde schadelijke parasieten kunnen dragen.
Dassenfilm
Al enkele jaren filmen we het boeiende leven van een familie dassen en hun omgeving. Ontdek er alles over!





