Wanneer roofdieren aanwezig zijn, moeten prooidieren zich hieraan aanpassen (en andersom). Dit kan op verschillende manieren: prooidieren kunnen erg snel en wendbaar worden (reeën), ze ontwikkelen camouflagepatronen (de stippen van een reekalfje imiteren de door het bladerdek dringende zonnestralen), ze worden giftig of vervelend om aan te raken (padden, egels) of ze passen hun activiteitspatroon aan om zo weinig mogelijk kans te maken gepakt te worden door roofdieren. Wie bevers wil spotten, heeft overdag maar weinig kans er te zien. Het is pas rond 17u, en vaak nog wat later, dat bevers wakker worden en hun burcht verlaten. Na een nacht vol burchten bouwen, dammen herstellen en voedsel zoeken, verdwijnen ze tegen 8u ’s morgens weer terug in hun burcht, waar ze gedurende de dag rusten en slapen. Wij aanzien bevers als echte nacht- en schemerdieren, maar eigenlijk is dit niet zo logisch en vanzelfsprekend. Ten eerste is het ’s nachts kouder dan overdag. Hoe kouder het is, hoe meer energie een dier moet gebruiken om het lichaam warm te houden. En ook al hebben bevers een dichte pels van 25.000 haartjes per vierkante centimeter die hen in het ijskoude water behoedt tegen onderkoeling, toch steek je liefst zoveel mogelijk energie in andere, levensbelangrijke zaken, zoals voedsel zoeken of een dam herstellen. Dus, ’s nachts is het gemiddeld kouder dan overdag, dus is het voor een bever beter om overdag actief te zijn.

Wanneer je met een lamp op een ree schijnt, zie je duidelijk het reflecterende ‘tapetum lucidum’

Ten tweede kunnen bevers eigenlijk niet zo heel goed zien in het donker. Zo hebben ze bijvoorbeeld geen ‘tapetum lucidum’. Dit is een speciaal laagje in het oog dat het weinige maanlicht ’s nachts nog een keer extra reflecteert in het oog. Bij echte nacht-zoogdieren die dit laagje wél hebben, wordt het licht dus als het ware 2 keer naar het oog gebracht, en dit geeft natuurlijk een beter zicht in het donker. Je kan dit zelf trouwens ook zien. Schijn je ’s nachts met een zaklamp op een vos, wilde kat of ree, dan zie je onmiddellijk de oogjes reflecteren. Dit is de reflectie van het ‘tapetum lucidum’. Bij dagdieren, zoals de eekhoorn of de mens, is dit niet zo. Ook niet bij de bever. Bevers zien dus niet zo goed in het donker. Daarom ook dat we bij het filmen van bevers erg dichtbij kunnen komen als het donker is. Ze hebben gewoon niet door dat we er zijn. Bij daglicht of in de schemering is dit al heel wat moeilijk. Alweer een reden voor een bever om overdag actief te zijn. Ten derde zijn bevers herbivoren, planteneters. Je bent dus niet omwille van het voedsel verplicht om ’s nachts naar voedsel te zoeken. Planten zijn evengoed overdag te vinden. Dus nog een argument om vooral overdag bezig te zijn.

Wat wilden de onderzoekers weten?

Ondanks bovenstaande redenen om als bever best overdag actief te zijn, toch kunnen we bevers voornamelijk ’s avonds of ’s nachts tegenkomen. Wat zou hiervan dan de reden kunnen zijn?

Eén van de belangrijkste redenen is hoogstwaarschijnlijk de mens. Gedurende vele eeuwen is er intensief gejaagd op bevers. Mensen zijn ‘dagdieren’, dus het kan zijn dat bevers langzaamaan van een dagactief bestaan, naar een nachtactief. Het zijn immers de bevers die het meest actief zijn in periodes wanneer de mens niét actief is (dus ’s nachts), die de grootste overlevingskans hadden en dus het meeste jongen konden voortbrengen.

Dus, voor een bever zou het ideaal zijn om overdag te leven, maar door de aanwezigheid van de mens werd hij als het ware gedwongen om ’s nachts actief te zijn.

Gelukkig is de jacht op bevers al een hele tijd verboden. De onderzoekers wilden nu weten hoe de bevers hierop reageren. Zouden ze hun activiteitspatroon gaan veranderen, en misschien toch wat meer overdag actief zijn?

Hoe werd dit onderzocht?

Trailcams

Trailcams worden door wetenschappers erg veel gebruikt.

Eerst hebben de onderzoekers met behulp van 12 trailcams onderzocht wat precies het leefpatroon is van onze bevers in Vlaanderen en het noorden van Wallonië. Bevers dus die leven in gebieden zonder menselijke bejaging. Wanneer worden ze wakker, wanneer gaan ze slapen,… Met trailcams kan je dit perfect onderzoeken. De camera’s nemen een foto wanneer bewegende warmte, dus een mens of dier, voorbij komt. Op de foto wordt de datum en tijd weergegeven, dus je kan perfect het activiteitspatroon achterhalen door gebruik te maken van deze camera’s. Er werden 12 camera’s gebruikt die in totaal op 97 plaatsen werden opgehangen in maar liefst 34 beverterritoria.

1) Is er een verschil in activiteit? Bij ons is jagen op bevers verboden. De onderzoekers verwachtten dat de bevers hierdoor toch wat meer overdag actief zouden zijn.

2) Is er een effect van het licht? Vervolgens werd er gekeken naar het effect van maanlicht. Bij veel maanlicht is de kans groter dat je gepakt wordt door een roofdier of menselijke jagers, dus verwachtten de onderzoekers dat bevers dan wat minder actief zijn. Maar als bevers nu rekening houden met het feit dat er niet meer gejaagd wordt, dan zou je denken dat bevers even actief zijn wanneer er veel maanlicht is, dan wanneer er weinig maanlicht is. Veel of weinig licht, ze hebben toch niets te vrezen.

Wat was het resultaat?

Activiteitspatroon onderzoeken

Met de trailcamera’s werden maar liefst 1889 beveropnames gemaakt. Op elke opname kan je zien op welk tijdstip de beelden werden gemaakt. Zet je al die gegevens in een grafiekje, dan zie je het activiteitspatroon van de bever.

Wat bleek nu? Er zijn geen roofdieren en menselijke bever-jagers meer, dus we zouden verwachten dat bevers zouden genieten van de voordelen van het overdag actief zijn. Toch ontdekten de onderzoekers dat onze bevers nog altijd evengoed ’s avonds en ’s nachts actief zijn. Bizar, want waarom profiteren ze niet van de warmere temperaturen overdag en het feit dat ze overdag beter kunnen zien?
De onderzoekers denken dat we hier te maken hebben met ‘de geest van een roofdier’-verleden: al duizenden jaren jaagt de mens op bevers, en recent is de bever zelfs bijna uitgestorven door de jacht erop. Door die duizenden jaren van vervolging zit het nachtelijk leven echt ingebakken bij bevers, en dit blijft nog vele generaties nazinderen, ook al zijn de roofdieren zelf al een hele tijd verdwenen.

Hoeveelheid licht onderzoeken

Om de hoeveelheid maanlicht ’s nachts te meten werd niet alleen gekeken naar de maanfase (volle maan, halve maan,…), maar ook naar de aanwezigheid van veel of weinig wolken. Zijn er veel wolken, dan is het net iets donkerder. Zijn er minder wolken, dan is het weer wat lichter. Om ook aan de gegevens over de wolken te geraken, werd contact opgenomen met de luchthaven van Zaventem, waar dit alles logischerwijs mooi wordt bijgehouden.

Na alle data vergeleken te hebben, bleek onverwacht dat bevers actiever waren tijdens nachten met iets meer licht, dan tijdens donkerdere nachten. We zouden anders verwachten, aangezien de kans groter is dat je bij meer licht ontdekt zal worden door roofdieren (of in het verleden menselijke jagers). Maar tegelijkertijd is uit eerder onderzoek gebleken dat bevers niet zo goed kunnen zien in het donker, en waarschijnlijk is het voordeel van makkelijker eten vinden bij veel maanlicht groter dan het nadeel dat er kan zijn van de mogelijk aanwezige roofdieren.

Dus als we het gedrag van dieren goed willen begrijpen, moeten we niet alleen kijken naar hoe de omgeving er nu uitziet, maar moeten we ook kijken naar de natuurlijke selectie die vroeger speelde: bevers die in het verleden overdag actief waren, hadden een grotere kans om door mensen gevonden en gedood te worden. Het waren de bevers die eerder tegen de schemering of in het donker actief waren, die de grootste overlevingskansen hadden. Bevers met deze genen konden zich dus meer voortplanten, die dit gedrag dan op hun beurt weer gingen doorgeven aan hun jongen. Zo evolueer je langzaamaan naar nachtelijk actieve bevers, en ondanks het feit dat die vijanden er nu niet meer zijn, toch blijft de nachtactiviteit nog nazinderen in de volgende generaties! Als we bevers lang genoeg met rust laten, bestaat de kans misschien dat ze ooit terug wat vaker overdag actief zijn.

Wil je het volledige wetenschappelijk artikel lezen, dan kan je dit hier terugvinden.