Cranes in the mist…

Cranes in the mist…

Kraanvogels (foto: Gina Coorevits)

Iedereen heeft ongetwijfeld al heel vaak de indrukwekkende beelden gezien van duizenden gnoes of wildebeesten die naar voedsel- en mineraalrijkere gronden trekken in Afrika. Maar ook bij ons hebben we massa-migraties die heel goed zichtbaar zijn.

Met wat geluk kan je elk jaar in het voor- of najaar hoog in de lucht het getrompetter horen van overvliegende kraanvogels, die van hun broedplaatsen in Scandinavië (sinds kort broeden er trouwens enkele koppels in Nederland!) naar het zuiden vliegen, of omgekeerd. In België zien we ze meestal gewoon overvliegen en met wat geluk ergens de nacht doorbrengen, maar niet zo ver van bij ons, aan het Franse Lac du Der, bevindt zich één van de belangrijkste stopplaatsen van kraanvogels om wat bij te tanken tijdens hun trek.

Het Lac du Der is geen natuurlijk meer, maar een meer dat werd aangelegd om te zorgen dat het waterpeil in Parijs niet te hoog komt te staan. Het teveel aan water in de lente en de winter komt via een kanaal naar het meer. Vanaf december begint het meer zich te vullen. In november is het waterpeil dus nog erg laag, waardoor er veel eilandjes zijn. Nét in de trekperiode van de kraanvogels, en die vinden op die eilandjes een veilige slaapplaats.

Het zijn niet veel kraanvogels die er gebruik van maken, het zijn er extréém veel. Tienduizenden kraanvogels stoppen hier om een kleine pauze, van enkele dagen tot enkele weken, te nemen. De laatste jaren echter zijn er meer en meer vogels die de hele winter daar blijven.

In november, de piek van de trekperiode, trokken we naar daar. Enkele jaren geleden was ik er al eens geweest, en dit was zo meegevallen dat ik al lang nog eens terug wilde gaan. Onze eerste morgen viel langs de ene kant wat tegen, maar was langs de andere kant ook wel leuk. Door de dichte mist zagen we bijna niets, maar uit de mist konden we het zenuwachtig getrompetter van de kraanvogels horen. Ze stonden te popelen om te vertrekken, maar durfden niet vanwege de mist. Als er dan kleine groepjes waren die het toch aandurfden in de dichte mist op te vliegen, dan vlogen ze tot aan de dijk rond het meer, om dan te beseffen dat het toch geen zin heeft om in die mist verder te vliegen. We zagen de kleine groepjes opvliegen, om ze dan met hun vleugels te zien afremmen om vervolgens om te keren en de veiligheid van het meer terug op te zoeken.

Kraanvogel foerageert op maïsakker (foto: Gina Coorevits)

Uiteindelijk, toen de mist was opgetrokken, vertrokken ze dan toch. Een oorverdovend lawaai was het, en duizenden vogels vlogen naar de omliggende akkers om van na de oogst achtergebleven maïsrestjes te profiteren. Boeren kunnen trouwens premies krijgen als ze hun maïsresten laten liggen. Een aantal vogels bleef op het meer, om daar in de sliblaag naar kleine beestjes te zoeken. Die sliblaag bevat ook heel wat mineralen.

Het meest indrukwekkende is ongetwijfeld de avond. Van overal zie en hoor je in de verte V-formaties van kraanvogels komen aanvliegen om de veiligheid van het meer terug op te zoeken.

Je moet absoluut geen dieren- of natuurliefhebber te zijn om onder de indruk te raken van de aantallen vogels die hier te vinden zijn. Zéker en vast een aanrader! Natuurlijk was mijn bedoeling ook om hier een filmpje van te maken, en dit kan je hieronder zien.

Abonneer je ook zeker op deze blog, zodat je op de hoogte kan blijven van nieuwe filmpjes!

Zoogdieren bereiden zich voor op de winter…

Zoogdieren bereiden zich voor op de winter…

Herfst in de ArdennenOndanks het feit dat de meeste trekvogels al naar het zuiden vertrokken zijn, barsten de bossen van de Ardennen nog van het leven. Heel wat dieren moeten zich namelijk klaarmaken op de aankomende winter. Egels eten insecten en andere ongewervelden, en die zijn er in de winter amper te vinden. Terwijl insectenetende vogels daarom naar het zuiden trekken, houden egels als een van de weinige zoogdieren een echte winterslaap. Hun lichaamstemperatuur daalt, de stofwisseling wordt verminderd en de ademhaling gaat trager. Afhankelijk van de temperatuur duurt die winterslaap van oktober-november, tot maart-april. Ze worden dan wel inactief, maar toch moeten ze een voldoende grote vetvoorraad aanleggen om die lange periode door te komen.

Dassen houden dan wel geen winterslaap, maar toch moeten ook zij een stevige vetvoorraad aanleggen. Hoewel de laatste jaren anders doen vermoeden, kunnen onze winters, zéker in de Ardennen, echt guur en koud zijn. Zo koud, dat dassen soms enkele dagen hun burcht niet verlaten, en gedurende die dagen teren ze op dit vetreserve. Stijgen de temperaturen weer een beetje, dan verlaten de dassen hun burcht ’s nachts om toch naar extra voedsel te zoeken. Ze brengen dus in de winter heel wat tijd door in de burcht, nog meer dan anders. De herfst gebruiken ze dan ook om hun burcht extra goed in orde te brengen. Ze slepen nestmateriaal naar de burcht en graven eventueel nog wat bij, totdat alles perfect is.

Bever poetst zijn vacht...

Bever poetst zijn vacht…

Een heel andere voorbereiding moeten de bevers treffen. Zij leven voornamelijk van verse bladeren, schors en kruiden. Ook dit is in de winter amper te vinden. Aangezien zij net als de dassen geen winterslaap houden, moeten ze een andere oplossing verzinnen. Van die oplossingen heeft iedereen wel al eens gehoord: de soms enorm indrukwekkende beverdammen. In de herfst slepen bevers takken met verse bladeren onder water. Het koude water dient als een frigo en houdt de bladeren en takken fris tijdens de winter, terwijl de bovenste laag van het riviertje vaak bevroren is. Heel vaak echter zijn de riviertjes zo ondiep, dat alles bevriest. Daarom leggen bevers dammen aan. Hierdoor wordt in de buurt van de beverburcht het kleine riviertje omgetoverd tot een echte diepere vijver die nooit helemaal dichtvriest. Zo blijven de takken en bladeren vers, en via een burchtuitgang onder water kan de bever zijn opgeslagen voedsel veilig bereiken.

Een rotte everzwijnen...

Een rotte everzwijnen…

Een fantastische aanpassing, die everzwijnen echter niet nodig hebben. Zij vinden altijd en overal wel wat eten. Nu, in de herfst, profiteren ze onder andere van de massaal gevallen beukennootjes. Ze eten zich vol. Zeker voor de jonge everzwijnen is dit erg belangrijk, want die voorbereidingen bepalen of zij de winter doorkomen of niet. Het is trouwens de sterfte in de winter die gaat bepalen hoeveel everzwijnen er in een bepaald gebied al dan niet voorkomen. Dit is een veel belangrijkere factor dan bijvoorbeeld de aanwezigheid van roofdieren. Daarom is het trouwens ook absurd dat jagers everzwijnen in de winter goed gaan bijvoederen, om achteraf te klagen dat er veel te veel everzwijnen zitten… Maar zo zijn er nog heel wat bijzonderheden in de jagerslogica die ik maar niet lijk te snappen…

Tenslotte mogen zeker de edelherten ook niet vergeten worden. Zij voeren misschien wel hét spectaculairste dierengedrag in de herfst uit. Van ongeveer half september tot half oktober loopt de bronstperiode waarin mannetjes door hun geburl en soms

Beverburcht vanuit de lucht...

Beverburcht vanuit de lucht…

gevechten gaan duidelijk maken wie het sterkste mannetje is. Het is belangrijk dat de herten in deze periode paren. Op die manier worden de jongen eind mei-begin juni geboren, net op het moment dat er terug heel wat voedsel te vinden is. Goed voor de moeder die veel energie nodig heeft om haar jong groot te brengen, én goed voor het jong wanneer het stilaan zelf naar voedsel moet gaan zoeken…

Elk dier heeft dus zijn eigen manier om zich voor te bereiden op de winter. Dit zijn maar enkele voorbeelden, maar er zijn er nog veel meer te vinden. Het lukte mij de voorbije maanden om sommige delen van dit gedrag op beeld vast te leggen, met dank trouwens aan Jorn van den Bogaert van www.natuurgidsardennen.be . Bekijk hieronder het filmpje:

Door hieronder je mailadres in te geven, word je automatisch op de hoogte gehouden van nieuwe filmpjes!

 

Expeditie Solala: Nachtzwaluwen vangen!

Expeditie Solala: Nachtzwaluwen vangen!

Nachtwaluwen opmetenHet is ondertussen wel al anderhalf jaar geleden, maar het was een fantastische expeditie, onze zoektocht naar de Nechisar Nachtzwaluw in het gelijknamige Ethiopische Nationaal park. Jaren geleden werd een vleugel van een nachtzwaluw naast de weg gevonden. Na onderzoek bleek de vleugel toe te horen aan een nog onbekende soort. Ons doel was om enerzijds deze soort als eerste te kunnen vinden, maar anderzijds ook om een zo volledige mogelijke inventarisatie te maken van de daar aanwezige dieren.

Ruben, Eddy en Zsofia spendeerden urenlang aan het opsporen, vangen, ringen en inventariseren van de aanwezige nachtzwaluwsoorten, en hierover heb ik een klein filmpje gemaakt.

Met behulp van lokgeluiden worden de nachtvogels in de richting van de openstaande mistnetten gelokt, in de hoop dat ze zich erin vastvliegen.

Eenmaal gevangen, was het erg belangrijk dat de afmetingen zo nauwkeurig mogelijk gedaan werden. Ongeveer alles wat er te meten valt werd opgemeten. De motorkap van onze jeep was de geïmproviseerde laboratorium-tafel en lag telkens vol met meetlinten, fototoestellen, weegschaaltjes en formulieren om de vogels een voor een af te gaan.

Er bestaat wel al een naslagwerk over Afrikaanse nachtzwaluwsoorten, maar dit werk is vooral gebaseerd op metingen op opgezette dieren. En zoals je wel weet van musea-bezoeken, kunnen balgen er soms helemaal anders uitzien dan een echt levend exemplaar. Het zo intensief inventariseren was in Ethiopië nog nooit gedaan, waardoor dit onderdeel van de expeditie echt wel een belangrijke bijdrage levert in de kennis omtrent deze soorten.

Hoe alles precies in zijn werk ging, kan je hieronder bekijken! In de toekomst komen er nog meer filmpjes over de Ethiopië-expeditie, dus je kan je altijd abonneren op deze blog. Je krijgt dan telkens een mailtje bij het verschijnen van een nieuw filmpje.

Over kerkuilen en steenmarters…

Over kerkuilen en steenmarters…

KerkuilGeregeld krijg ik de vraag van verenigingen of organisaties om beelden van bepaalde diersoorten te maken. Zo moest ik er onlangs maken van de kerkuil. Enkele superkleine beeldjes waren genoeg, die waren snel gemaakt. Maar omdat ik kerkuilen echt leuke dieren vind, wilde ik er toch wat meer tijd en moeite insteken voor een . Vlakbij mijn huis staat een nogal grote boerderij. Je kent ze wel, die vierkantshoeves, met oude stallen. De ideale locatie voor een kerkuil, leek mij.
Op een zondagmorgen belde ik bij de boerderij aan, en vroeg aan de wat oudere dame die kwam opendoen of ze niet toevallig af en toe uilen zag vliegen op haar erf. Ze keek eerst wat raar, maar antwoordde uiteindelijk bevestigend met “Ja hoor, ze zitten hier in de stal”. Dit begon al goed. Toen ik vroeg of ik niet af en toe daar mocht gaan filmen, zag ik haar toch wat twijfelen. Logisch, ze kende mij helemaal niet en ik overdonderde haar een beetje met mijn vragen. Ik vertelde haar dat ik een blog had, waarbij ik mensen wilde laten kennismaken met wilde dieren.

Steenmarter in boom (Voerstreek)

Steenmarter in boom (Voerstreek)

“Als jij toch zo voor de dieren bent, kun je dan niets doen aan die vervelende steenmarters op mijn zolder”, vroeg ze plots. “Ik kan al 2 jaar moeilijk slapen, en binnen enkele dagen komt mijn dochter die in Amerika woont een week logeren, en de logeerkamer ligt naast de zolder…”. Nu, je kan de grootste dierenvriend zijn, maar steenmarters op zolder of in de auto kunnen écht heel vervelend zijn, met hun geur- en geluidsoverlast. Via het Natuurhulpcentrum heb ik al met letterlijk duizenden mensen gesproken die last hiervan hadden, en in 90% van de gevallen krijgen we de problemen met behulp van de juiste producten (er is veel niet-werkende rommel op de markt) gelukkig heel snel én diervriendelijk opgelost.
De volgende dag installeerde ik op haar zolder een degelijk ultrasoon geluidstoestelletje. Toen ik een week later bij haar aanbelde, opende ze met een grote glimlach. De steenmarter was weg, ze had het dier niet meer gehoord! Nu, écht weg zal hij waarschijnlijk niet geweest zijn. Hij leeft ongetwijfeld nog in hetzelfde territorium, maar heeft zijn slaapplaats niet meer op zolder. Met als gevolg dat de mevrouw geen last meer heeft, de steenmarter kan blijven en dus de muizenpopulatie op de boerderij nog altijd onder controle wordt gehouden, haar dochter zonder geluidsoverlast kan slapen, en ik als dank voor de hulp zoveel kerkuilen mag gaan filmen als ik wil!
Iedereen tevreden dus, en ondertussen heb ik al een aantal leuke beelden kunnen maken.

Topnatuur in Limburg: Boomkikkers in Diepenbeek!

Topnatuur in Limburg: Boomkikkers in Diepenbeek!

Boomkikkers tussen de bramen

Boomkikkers tussen de bramen

Boomkikkers zijn terug van weggeweest. Hoewel ze twintig jaar geleden zo goed als nergens meer voorkwamen in Vlaanderen, zijn er de laatste jaren in sommige natuurgebieden heel wat ingrepen gedaan om te zorgen dat dit leuke kikkertje terug wat meer kansen zou krijgen. En met succes. In Limburg zijn een aantal gebieden waar ze terug zijn. De grootste populatie bevindt zich in het Vijvergebied Midden-Limburg, maar er is ook een populatie in de Dauteweyers, een klein natuurgebiedje in Diepenbeek.

Ik ben er de laatste tijd enkele keren geweest om deze exotisch uitziende amfibieën op beeld vast te leggen. Zo heel moeilijk is het niet om ze te zien. Op zonnige dagen kan je ze soms zien zonnen op de bladeren of takken van braamstruiken. De bladeren zijn groot genoeg om het gewicht te dragen en op de takken tussen de doorns zijn ze dan weer veilig voor roofdieren. Grappig is om te zien dat ze altijd de kleine zonbeschenen stukjes uitkiezen. Schijnt de zon niet, dan kunnen ze zelf van lichtgroen naar donkergroen van kleur veranderen, of indien nodig zelfs helemaal grijs of bruin worden! Rond, in en op de braamstruiken zijn altijd heel wat insecten te vinden, dus ook voedsel is er meer dan genoeg.

Eén van de grote problemen die de uitbreiding van een populatie zouden kunnen tegengaan, zijn de vissen. Vissen eten de boomkikkervisjes op, en daarom is het belangrijk af en toe de vijvers droog te leggen, iets wat dan ook geregeld gedaan wordt in de Dauteweyers. Vissen krijgen zo geen kansen, en hier profiteren de kikkers van. Grote grazers zorgen dan weer dat er wat structuur in het landschap komt: open stukken, struiken,… Deze variatie zorgt voor minieme verschillen in temperatuur, vochtigheid,… wat ook de boomkikkers ten goede komt.

De hechtschijfjes aan de tippen van hun tenen geven hen de perfecte grip, ze kunnen zelfs aan glas omhoog kruipen. Enerzijds hebben die hechtschijfjes dus een “klevend” effect, maar anderzijds stoten ze het vuil ook af. En dit is iets waar de industrie ook erg in is geïnteresseerd. Denk maar aan autobanden die een goede grip geven, maar niet vuil worden, of een anti-slip-schoen die altijd proper blijft,… Er wordt dus heel wat onderzoek gedaan naar de precies structuur en eigenschappen van de hechtschijfjes.

De hele dag door hoor je in de Dauteweyers duizenden groene kikkers kwamen. Maar bij zonsondergang stopt dit gekwaak, en nemen de boomkikkers het met hun “kè-kè-kè-kè-gekwaak” het over!

Over de kikkertjes heb ik een filmpje gemaakt, maar abonneer je ook zeker op deze blog, zodat je op de hoogte wordt gehouden van nieuwe filmpjes:

 

Poolvossen en cruises…

Poolvossen en cruises…

Poolvossen in NoorwegenHet is al een tijdje geleden sinds ik nog een filmpje heb gepost. De reden hiervoor was een cruise naar Noorwegen. Ik had het geluk met All Ways, een volledig Belgische cruisemaatschappij, te kunnen meegaan op een Noorse Fjordencruise. Op de cruise gaf ik enkele voordrachten aan de passagiers. Eén voordracht ging over de fauna van Noorwegen, de tweede over de Big 5 van Europa, en een derde ging over het Natuurhulpcentrum.

De Noorse fjorden zijn indrukwekkend om te zien, en zeker van op een schip komen de fjorden pas echt volledig tot hun recht. Een leuke reis dus die zeker aan te raden is!

Het hooggebergte zijn we natuurlijk niet kunnen ingaan, maar de cruise deed mij wel terugdenken aan de reis naar Noorwegen vorig jaar. Gina en ik trokken toen naar het Dovrefjell National Park (http://wild-things.be/?p=547) om op zoek te gaan naar muskusossen. Met succes, en heel hoog in de bergen merkten we plots enkele grote omheinde terreinen op. Het bleek een kweekcentrum te zijn voor de bedreigde poolvossen! We zijn er naartoe gewandeld, en hebben aangebeld met de vraag om wat extra uitleg te krijgen.

In het wild zijn we ze spijtig genoeg niet tegengekomen, maar in de 9 grote kooien konden we er af en toe een zien lopen. De jongen worden zowel in Noorwegen als in Zweden terug uitgezet in de natuur. Dit is nodig, aangezien het niet zo goed met hen gaat. Eén van de redenen van hun achteruitgang is de opwarming van de aarde. Hierdoor verschuift de boomgrens wat naar boven, waardoor de gewone Europese vos zijn leefgebied kan uitbreiden. Omdat de gewone vos de poolvos kan wegconcurreren, gaat dit natuurlijk ten koste van deze laatste.

Maar het kweekprogramma heeft succes. In succesjaren worden meer dan 70 jongen geboren. Bij alle dieren wordt een chip ingeplant, en er zijn al meldingen geweest van dieren die in Zweden werden vrijgelaten, na enkele jaren terug opdoken in het Noorse Dovrefjell! Op verschillende locaties worden voederplekken gemaakt waarbij de dieren door een kleine tunnel moeten. In die tunnel zit dan een chiplezer zodat het doen en laten van de vrijgelaten dieren zo goed mogelijk kan gevolgd worden. Wel is het oppassen voor de veelvraten, die die voederplekken soms durven slopen!

Over het kweekcentrum heb ik een filmpje gemaakt: