Dassenfilm in première!

Dassenfilm in première!

DassenfilmNa iets meer dan een jaar wekelijks dassen filmen in de Voerstreek, was het dinsdag dan eindelijk zover: de avant-première van mijn eerste natuurfilm: “Een kleurrijk verhaal in tinten grijs: Over dassen en andere Voerenaren“! Kortere versies had ik al eerder gemaakt (die trouwens in de prijzen zijn gevallen op het natuurfilmfestival van Namen, en het Festival de l’oiseau et de la nature van Abbeville in Frankrijk), maar nu werd dan de “echte” film voor het eerst getoond aan het grote publiek.

Een klas van de Bernard Lievengoed School uit Maastricht, leden van Toerisme Voerstreek en de pers waren aanwezig in het bezoekerscentrum van de Voerstreek in ’s Gravenvoeren. De film werd voorafgegaan door collega Sil Janssen die tekst en uitleg kwam geven over de opvang van dassen in het Natuurhulpcentrum, en na de film nam ik iedereen mee naar een vlakbij gelegen dassenburcht, zodat de kinderen niet alleen op film, maar ook in het echt konden zien hoe een dassenburcht eruitziet. Als afsluiter was er voor iedereen nog een hapje en een drankje.

Een toffe middag, en ik had de indruk dat iedereen wel enthousiast was over de film, wat uiteindelijk natuurlijk wel de bedoeling is. Wie interesse heeft om de film zelf te bekijken, kan voor meer informatie mailen naar het bezoekerscentrum in de Voerstreek (info@voerstreek.be).

En de volgende film? Dat weet ik nog niet. Ik wil al lang iets maken over bevers, over de manier waarop ze het landschap omvormen en zo nieuwe kansen geeft aan andere diersoorten. Een mogelijke optie dus, al zal ik toch nog héél vaak naar de Voerstreek trekken om de dassen voor mijn lens te krijgen… Vul alvast zeker je mailadres hieronder in, zodat je op de hoogte blijft van nieuwe filmpjes op deze blog!

Geert Palmaerts kwam naar aanleiding van de première mee om te helpen bij het maken van de intro, én om een kleine reportage te maken voor Radio 2:

Hieronder kan je het nieuwsbericht van TV Limburg zien:

Broedgeval oehoes in Bunsbeek!

Broedgeval oehoes in Bunsbeek!

Jonge oehoe BunsbeekEergisteren hoorde ik dat er in de kerk van Bunsbeek, een deelgemeente van Glabbeek in Vlaamsbrabant, een broedgeval van oehoes was ontdekt! De moeite om eens te gaan kijken. Oehoes zijn na Duitse herintroducties al enige tijd in opmars bij ons, en terwijl er aan het begin van de jaren ’80 nog maar een tweetal koppels broedden in ons land, zijn ze ondertussen al met een 140 koppels. De meeste in Waalse steengroeves, hoewel er toch ook al een tiental in Vlaanderen zijn.

Het zijn de grootste uilen die bij ons voorkomen. Ze eten voornamelijk (hout)duiven, kraaiachtigen, hazen en konijnen, maar durven ook andere uilen en zelfs egels en vossen te pakken! Dit maakt hen bij ons het enige roofdier dat een vijand vormt voor de vos, en na de das de enige die egels aankan.

Het is echt fantastisch dat deze enorme uilen hier meer en meer voorkomen en zich zo aan het verspreiden zijn. Het koppel in Bunsbeek heeft twee jongen. Ik schat dat ze een zestal weken oud zijn, en het nest zullen ze nu snel verlaten. Vanaf de weg zijn de dieren echt goed te zien, en zoiets brengt de hele buurt bij elkaar. Buurtbewoners die normaal gezien niet echt met de natuur bezig zijn, kunnen het niet laten om elk half uur vanuit hun slaapkamerraam toch even te checken hoe het met “hun” uilskuikens is, en mensen komen op straat om over dit uniek broedgeval te babbelen. Een beetje zoals met de bijeneters in Harelbeke van vorig jaar (http://wild-things.be/?p=685) .

Deze oehoe kon ik na revalidatie in het Natuurhulpcentrum terug vrijlaten…

 

Eenmaal de jongen uitgevlogen zijn, blijven ze nog tot de herfst bij hun ouders, en dan is het aan hun. Dan trekken ze erop uit om hun eigen leefgebied te gaan zoeken. Omdat ze erg grote afstanden kunnen afleggen en niet kieskeurig zijn in het maken van een nest, kunnen ze zich snel verspreiden. In Opglabbeek broedde er twee jaar geleden bijvoorbeeld een koppel in een boom, in Beringen in een oud mijngebouw, op het militair domein is er zelfs een nest op de grond,…

Oehoes duiken meer en meer op, maar spijtig genoeg zijn het niet altijd wilde oehoes… Sinds de Harry-Potter-rage is het “in” om een uil als huisdier te houden, en hoe absurd het ook klinkt, heel wat mensen houden tegenwoordig zo een dier. Heel wat mensen die helemaal niets van uilen afweten, en dit maakt dat er geregeld oehoes ontsnappen. Je ziet ze dan rondvliegen met de typische riempjes rond hun poten. Zonde natuurlijk, en heel dieronvriendelijk. Een uitstapje naar de kerk van Bunsbeek vormt een véél leerrijker, diervriendelijker en spannender alternatief dan de zoveelste roofvogelshow ergens op een Vlaamse markt…

Hopelijk blijven deze Vlaams-Brabantse oehoes het zo goed doen als nu, en mogen we de komende jaren op heel wat meer plekken hun typische “oehoe“-roep verwelkomen!

 

Wezels en knaagdieren…

Wezels en knaagdieren…

WezeltjeIn de zuid-Limburgse fruitstreek hebben fruitboeren geregeld te kampen met een woelmuizen of -rattenplaag. De knaagdiertjes vreten aan de wortels van de fruitbomen, en die kunnen hierdoor zelfs afsterven. Het gebruik van vergif is niet effectief, én er is een enorm risico om ook andere (roof)dieren te treffen. Dit kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Daarom voert het Proefcentrum Fruitteelt vzw onderzoek naar ecologischere alternatieven. In heel wat boomgaarden vind je tegenwoordig al torenvalk- of steenuilkasten. Eenmaal bezet, kunnen deze roofvogels een oplossing bieden, maar dit is niet altijd genoeg. Verstoppen de muizen of ratten zich in hun zelfgegraven pijpen, dan kunnen de roofvogels al niet meer aan hun prooi.

Wezeltjes kunnen dit wel. Een wezel is een roofdiertje dat er wat uitziet als een uitgerokken muis, en is zo klein dat hij de muizen zelfs ín hun holen kan achtervolgen. Klein maar dapper, want ze kunnen zelfs konijnen aan! Gemiddeld pakt een wezelvrouwtje elk jaar een 1.200-1.800 woelmuizen, dus dit kan toch een behoorlijke impact hebben. Wezels komen echter niet vanzelf, en daarom moeten eerst schuilmogelijkheden gemaakt worden: takken- of stenenhopen kunnen dienst doen, maar ook speciale wezelkastjes waarin ze hun nestje kunnen maken.

In het Natuurhulpcentrum maken we deze kastjes, én hebben we af en toe gerevalideerde wezeltjes. Een “starterspakket ecologisch woelmuizen verdrijven” dus, en daarom trokken we een tijdje geleden met Stijn Raymaekers van het Proefcentrum Fruitteelt naar een getroffen boomgaard. We plaatsten enkele wezelkastjes, en hadden ook een wezeltje mee. Dit wezeltje werd als nestjong door een kat gepakt, maar kon gelukkig in het Natuurhulpcentrum verder worden grootgebracht tot een kleine muizenjager! Vooraleer de wezel werd vrijgelaten, werd hij met onschadelijke inkt gemerkt aan de basis van de staart. Dit moet de onderzoekers in staat stellen de wezel te herkennen op trailcambeelden  om na te gaan of dit wezeltje in de buurt bleef rondhangen.

Al snel na de vrijlating vond hij beschutting in een takkenhoop. Hopelijk blijft het beestje daar, en helpt hij mee aan het minderen van de woelmuizenplaag! Je kan hieronder een filmpje zien van de hele operatie: