Elanden in Biebrza, Polen

ElandIn Biebrza leeft de grootste populatie van elanden in Polen. In de winter, wanneer er veel sneeuw ligt, zijn ze makkelijk te zien. Overal zie je sporen en als je enkele dagen in Biebrza bent, kom je er zeker wel een aantal tegen. Vorige maand hebben we er ook enkele gezien. Niet zo veel als de vorige keer dat ik er was, maar we hebben toch enkele leuke observaties kunnen doen.

Wanneer elanden na hun rust wakker worden, volgen ze een typisch patroon. Eerst schudden ze zich uit. Ligt er sneeuw, dan zie je door dit schudden duidelijk bruine druppeltjes in de sneeuw. Elanden hebben een vettig laagje op hun vacht om hen volledig waterdicht te maken. Het zijn namelijk moerasdieren (die enkel naar de bossen trekken als de moerassen bevroren zijn), en wanneer hun huid nat zou worden bestaat het risico dat ze onderkoeld zouden raken. Die waterdicht makende vloeistof zie je dan in de sneeuw. Helaas lag er amper sneeuw, maar hieronder zie je foto’s van een vorig bezoek aan Biebrza.

Na het schudden doen ze hun behoefte. Die hoopjes lange grote knikkers vind je overal als je in Biebrza in de bossen rondloopt. Daarna gaan ze op zoek naar voedsel. Met hun in verhouding eigenlijk veel te lange poten kunnen ze redelijk diep de moerassen binnendringen

Wolvenkill

Wolvenkill

in de zomer om waterplanten te zoeken. Zijn de moerassen in de winter bevroren, dan trekken ze naar de bossen. Door elk jaar de nieuw uitgekomen dennen- of jeneverbessentwijgjes kort te houden, zijn sommige stukken bos al erg oud maar toch helemaal niet hoog. Bonzaibosjes dus. Natuurbeheerders zijn hier blij mee, want open stukken in een dicht bos zijn altijd goed voor heel wat andere diersoorten.

 

Elanden zijn echt indrukwekkende dieren die fantastisch zijn om te bekijken. Als je echt heel rustig blijft kan je ook redelijk dichtbij komen. Veel vijanden hebben ze niet, al moeten jonge elanden toch oppassen voor wolven. Een vorige keer konden we de restanten van een wolvenkill zien…

Watersnippen en waterral in De Gavers

Een groepje watersnippen

Een groepje watersnippen

Dit weekend was ik met Gina in West-Vlaanderen. Gina woont vlakbij Provinciaal Domein De Gavers in Harelbeke, en omdat hier vaak watersnippen te zien zijn en ik deze eens graag wilde filmen, trokken we vandaag naar daar.
Watersnippen zijn leuke vogeltjes, die spijtig genoeg in Vlaanderen met uitsterven zijn bedreigd door onder andere het verdwijnen van natte graslanden, moerassen en beekvalleien.
Het zijn kleine steltlopers met een lange extreem gevoelige snavel die ze gebruiken om in natte modderige bodems te prikken, op zoek naar kleine beestjes. Hoewel we ongeveer wisten waar de watersnippen meestal zaten, hebben we toch een tijdje moeten zoeken vooraleer we de eerste vonden. Niet omdat ze zo goed verstopt zaten, maar vooral omdat ze met hun bruine kleur met zwarte vlekken perfect gecamoufleerd zijn tussen de rietstengels. Maar eenmaal de eerste ontdekt, volgden er nog een hele reeks. Een tiental konden we er zien, maar er zullen er hoogstwaarschijnlijk nog heel wat meer hebben gezeten… Tijdens het filmen dook er plots een waterral op tussen het riet. Even snel als hij gekomen was, was de schuwe vogel al weer verdwenen, maar ik kon er toch enkele beelden van maken.


Het was leuk om de snippen al foeragerend of poetsend te filmen, maar ik hoop ooit de balts van watersnippen te kunnen filmen. Omdat ze erg zeldzaam zijn, is dit heel moeilijk geworden (wie mij hiermee kan helpen, mag het altijd laten weten! ). De buitenste staartpennen, dus de uiterst linkse en rechtse veer aan de staart, zijn erg hard en stevig, en tijdens de balt steekt hij die twee veren uit terwijl hij pijlsnel naar beneden vliegt. Door het wapperen van die veren in de wind, maken ze een mekkerend geluid en daarom krijgen ze ook wel eens de naam “hemelgeit” opgespeld!

Rode wouw met een rugzakje…

De rode wouw krijgt een zender (foto Natuurhulpcentrum)

Deze week maakte ik een filmpje voor het Natuurhulpcentrum over de vrijlating en het zenderen van een rode wouw. Rode wouwen zijn de grootste roofvogels die in België broeden. In Vlaanderen zijn ze erg zeldzaam, maar in de Oostkantons, de westelijke rand van hun verspreidingsgebied, is er een gezonde broedpopulatie. Het zijn jagers op kleine zoogdieren en insecten, maar zijn ook gespecialiseerd in aas, en stelen zelfs vaak prooien van andere roofvogels.

De vogel die in het Natuurhulpcentrum werd binnengebracht lag verzwakt in een weide in Borgloon. Rode wouwen broeden daar niet, dus dit was ongetwijfeld een vogel die uit het zuiden kwam, en op weg was naar zijn broedgebied. Een bloeduitstorting onder een van de vleugels duidt dat het dier waarschijnlijk een klap had gehad (hoogspanningsdraad, auto,…). Grappig was dat bij de verzorging het soms leek alsof de vogel dood was. Net zoals sommige andere dieren (ringslangen, opossums,…) vertonen ze dit gedrag als ze zich bedreigd voelen. Eenmaal hun belagers denken dat de vogel dood is en vertrekken, vliegen de wouwen dan snel weg!

Als verdediging doet de rode wouw alsof hij dood is.

Als verdediging doet de rode wouw alsof hij dood is.

Na twee weken revalideren kon de vogel terug vrijgelaten worden. Omdat we graag wilden weten waar de rode wouw precies naartoe zou gaan, en vooral ook omdat het voor ons erg interessant is om te weten wat een gerevalideerde vogel precies doet, besloten we hem te zenderen. René Janssen en Paul Voskamp waren de perfecte roofvogelonderzoekers om ons te helpen.

Vlak voor de vrijlating voorzagen ze de wouw van een GPS/GSM zender. Dit is een zender waar je het signaal niet actief in het veld moet gaan opzoeken met een antenne, maar hij stuurt de coördinaten zelf door. De zender is zo ingesteld dat de GPS elke twee uur de exacte positie opslaat. Iedere 4 gegevens, dus elke 8 uur, krijgt de software via het GSM-deel van de zender een SMS, met de coördinaten. Die worden dan automatisch uitgezet op Google Earth. Een fantastisch toestelletje dus, dat ons in staat stelt perfect te weten waarheen de vogel vliegt.

De zender werkt op zonne-energie en zou in theorie heel lang moeten kunnen meegaan. De vogel heeft hier absoluut geen last van, maar toch zit er een “zwak punt” in het harnasje dat na enkele jaren zal verduren en doorbreken. Hierdoor moet de vogel niet heel zijn leven met de zender rondvliegen. Alleszins hoop ik dat de zender het tenminste 1 jaar vol zal houden. Dan kunnen we zeker weten of hij broedt en waar hij gaat overwinteren. Dit overwinteren gebeurt voornamelijk in Spanje.

Ondertussen is de vogel tien dagen vrij. De eerste twee dagen na de vrijlating bleef de rode wouw in de buurt van de vrijlatingsplaats hangen. Daarna vloog hij heel op zijn gemak in 4 dagen een 30km naar het oosten, tot in West-Duitsland. Maar dan, op 1 maart, ging het snel. Na twee dagen vliegen arriveerde hij op 3 maart rond de middag 400km verder, in het noordoosten van Duitsland. Hier hangt hij nu al twee dagen rond, dus we vermoeden dat de vogel daar zijn broedgebied heeft.

Vol spanning zitten we nu enkele keren per dag te checken of er al nieuwe gegevens zijn binnengekomen. Als alles goed gaat, gaan we binnen enkele weken zelf naar het broedgebied om de vogel terug op te zoeken en te filmen. Een spannende zoektocht!