Bever in Albertkanaal…

Dankzij (her)introducties enkele
jaren geleden doen bevers het terug erg goed in België. De meeste bevers zijn
te vinden in de Ardennen en de Dijlevallei, maar ook in Limburg duiken meer en
meer bevers op. Een goede zaak, aangezien bevers het landschap erg veranderen.
Kleine riviertjes worden op sommige plekken opgedamd tot grote vijvers, die een
ideale broedplaats vormen voor vissen, amfibieën en reptielen. En deze dieren
vormen dan weer het perfecte voedsel voor grotere dieren als bijvoorbeeld de
zwarte ooievaar, die het in de Ardennen terug beter doet, mede dankzij de
bever.

Bij ons in Limburg maken de
bevers geen echte dammen. De rivieren zijn hoog genoeg om in de winter
bebladerde takken op te slaan onder water, zodat de bladeren lekker vers
blijven en in de winter als voedsel dienen. Toch zijn er veel plaatsen te
vinden, vooral langs de Maas, waar duidelijke sporen te vinden zijn van bevers.
De typische afgeknaagde boomstammen, burchten en vraatsporen zijn voor
oplettende wandelaren vaak te zien.

Omdat de Limburgse bevers met
steeds meer zijn, duiken ze soms op rare plekken op. Zo kregen we donderdag een
telefoontje van enkele ongeruste fietsers. In het Albertkanaal, ter hoogte van
Diepenbeek, zagen ze een bever langs de kant zwemmen, die tevergeefs de oever
probeerde op te klimmen. Door de stijle oevers van het kanaal was dit bijna
overal zo goed als onmogelijk. Samen met Rudi, Sam en Jos, trokken we naar
daar, waar een tiental mensen ons stond op te wachten.

Het was duidelijk dat de bever
volledig uitgeput was. Hij bleef de hele tijd langs de kant zwemmen, en wanneer
hij dook, bleef hij maar enkele seconden onder, terwijl bevers in normale
omstandigheden tot enkele minuten onder water kunnen blijven om te onsnappen.
Een kayak werd ingeladen, met de bedoeling het dier richting de kant te
drijven, zodat het vanaf het jaagpad met een net gevangen kon worden. Door het
steeds opnieuw (kort) onderduiken van de bever, was dit erg moeilijk, dus werd
van tactiek veranderd. In het kanaal kwam een klein riviertje uit, en daar
probeerden we de bever naartoe te drijven. Dit lukte gelukkig, en al snel klom
de bever in een van de buizen onder het jaagpad, en wandelde de bever
stroomopwaarts in het riviertje. Daar hebben we hem laten lopen, in de hoop dat
hij van hieruit een geschikt leefgebied kan vinden.